Website van Edwin Huge en Cokky Lekkerkerk

 

 

Trainingskamp Dick en Rinus, juni 2008, door Dick van der Plas.

           

Dinsdag 3 juni

Bij inpakken van de koffers sta ik normaliter langs de zijlijn, met hooguit wat kritische kanttekeningen bij de hoeveelheid bloesjes, rokjes en schoenen die door mijn eega tot de allernoodzakelijkste artikelen worden beschouwd. 'Is dit niet een beetje overdreven?' Alleen als ik zelf op trainingskamp ga, mag niemand zich met mijn bagage bemoeien. Op ons bed stal ik een indrukwekkende hoeveelheid wielershirts, zweethemden, broeken, losse mouwtjes, sokken en handschoenen uit, het liefst voor elke dag van de week een apart setje. Dit keer is het mijn eega die, als ik de beoogde mediumkoffer heb verruild voor een modelletje maximum, de rol van kritische buitenstaander vervult: 'Is dit niet een beetje overdreven?' Nee, echt niet. Een goed trainingskamp begint met een goede voorbereiding. Vanavond om 18.40 uur vliegen we naar Valencia, waar we rond 21 uur worden opgehaald door mijn rentenierende vriend. Voor de liefhebbers is dit het schema wat hij voor ons in gedachten heeft:

Woensdag Vall de Ebo, maar dan via Col de Rates, Tarbena, Castell de Castells, Facheca Tollos, Val de Ebo, Orba.
Donderdag Margrida, maar dan via Pego, Oliva, Villalonga, Lorxa, Beniares, Planes, Alt de Margarida, Pego, Orba.
Vrijdagochtend hersteltraining.
Zaterdag Pego,Alt de Margarida, Planes, Alcoy, Benilloba, Gorga, Castell de Castells, Murla.
Zondag, beetje rustig aan. Met de club mee of iets anders.
Maandag, route langs de kust, Bernia omhoog, dan naar Calpe, Moraira, Montgo, Denia dus niet al te inspannend. Niet te veel klimwerk.
Dinsdag, Tudons, maar dan over Col de Rates, Callosa, La Nucia, Finestrat, Sella, Tudons, Benassau, Confrides, Gudalest, Callosa, Col de Rates. Dat is dan dus de zwaarste rit van die week.

Allemaal mooi en goed, vond mijn zwager die vanavond met mij meereist, maar om hoeveel kilometer en hoogtemeters gaat het? Dat kun je maar beter niet weten, heb ik gezegd. 

           

Dinsdagavond 3 juni

Vliegen wordt steeds efficiënter: je kunt op internet je reis boeken, inchecken, je stoel uitkiezen en thuis al je boardingpassen printen. Eenmaal op Schiphol even je bagage aan de balie afgeven, door de douane wandelen, instappen en wegwezen. Zo zou het moeten gaan. Maar als we twee uur voor vertrek naar Valencia voor de balie van Vueling staan, sluiten we aan in een rij van een metertje of vijftig. Want ergens heeft iemand het baliepersoneel in de afgelopen jaren vergeten te vertellen dat vliegen steeds efficiënter wordt. Wij staan, net als vele tientallen anderen, te wachten voor het bagage drop off-punt, of zoiets, waar het afgeven van je koffers maar bijzaak is. Een bebrilde dame in uniform bekijkt hier met Oost-Europese grondigheid alle thuis zo handig uitgeprinte formulieren, voert met de snelheid van een herintredende bejaarde paspoortgegevens in, checkt alles nog een keer, maakt moeilijkheden om minieme details, pakt nogmaals de printjes, controleert de bagage op overgewicht (wie teveel bij zich heeft, betaalt extra, wie te weinig heeft, krijgt niks terug - ook niet eerlijk) en plakt dan - eindelijk, eindelijk - een langwerpige sticker op het handvat en geeft met grote tegenzin je papieren terug. Volgende, graag. Nou ja, hier lag het niet aan dat we gisteravond pas om half tien in Valencia arriveerden, maar ik wilde het toch even kwijt. Tegen half twaalf liefdevol opgevangen door onze rentenierende vrienden met Cava, witte wijn en rosé (in die volgorde) en na een korte nacht hedenmorgen ontwaakt met stralend weer. Als mijn zwager Rinus straks ook wakker wil worden, stappen we op de fiets.

Woensdag 4 juni

Wat gebeurt er met bikende buurtagenten die op hun racefiets een linksafslaande Belgische automobilist links willen passeren? Die kunnen niet mee op trainingskamp. Op de dag van vertrek moest Frank - collega van mijn zwager Rinus - afbellen omdat zijn nek zo vast zat dat hij alleen achterom kan kijken als hij zijn hele lijf - heel voorzichtig - negentig graden draait. En dat is een beetje lastig, als je zeven uur in de bergen op een racefiets zit. Vandaar dat wij hier met z'n drieën (mijn rentenierende vriend, mijn zwager en ik) rondrijden en Frank zich waarschijnlijk thuis zit te verbijten. Maar waarom? Een beetje van bar naar restaurant trappen, flesje wijn leeglebberen bij de almuerzo, stokbroodje tortilla met ham weghappen, koffie met brandy toe, nog een flesje wijn bij de driegangenlunch, salade prikken, paar stukjes lam naar binnen schuiven, appeltje uit de oven, nog een koffie met brandy toe, nee hoor Frank, je mist helemaal niks.

 

De Rit

Toegegeven, het tempo waarmee ik de eerste berg, op onze eerste rit, op de eerste dag van ons trainingskamp in Spanje opreed, lag veel te hoog. Maar ik voelde me goed, m'n benen draaiden rond alsof ik op de vlakke weg reed en pas toen ik na een tijdje een blik op mijn hartslagmeter wierp (hoog in de 160), besloot ik dat het zaak was om een beetje rustiger aan te doen. We hadden tenslotte nog 120 kilometer te gaan. Dat was het moment waarop Rinus fier de kop nam en in hetzelfde gangetje richting de top begon te trappen. Mijn rentenierende vriend en ik keken elkaar eens aan, fronsten de wenkbrauwen en reden achter mijn ontketende zwager omhoog. 'Hij is óf hartstikke goed, óf hij is hartstikke gek', analyseerde ik later bij een glaasje wijn mijn gevoelens bij deze doldrieste poging, die tot ongeveer de helft van de eerste klim duurde. Maar toen had een verkreukelde Rinus zichzelf al plechtig beloofd dat hij deze hele week niet meer op kop gaat rijden.

 

De feiten en de cijfers

Lekker eerste ritje om er weer een beetje in te komen. Meteen de Coll de Rates op, doorklimmen naar Tarbena, afslaan naar Castell de Castells (gestopt voor almuerzo), daarna richting Tollos en de Alt de Margarida, vanaf Pego vlak gereden langs de rijstvelden richting El Verger (gestopt voor de lunch) en via Pedreguer en La Llosa terug naar Jalón.

Afstand: 119,81 km, Hoogtemeters: 1738, Gemiddelde snelheid: 25,06 km, Maximum snelheid: 61,20 km

Donderdag 5 juni

Bij weer zo'n kan van anderhalve liter bier, verontschuldigt mijn rentenierende vriend zich voor de ruimhartige wijze waarop hij 's morgens om een uur of elf al drank laat aanrukken. 'Ik denk elke keer dat we met drie mannen zijn', zegt hij. Ik begrijp wat hij bedoelt. We zijn met twee mannen. En Rinus. Mijn zwager heeft de onhebbelijke gewoonte om tijdens fietstochten van 155 kilometer geen druppel te drinken. Hij schijnt er van om te vallen. Of anderszins niet meer vooruit te komen. Zonder rekening te houden met de hoeveelheden alcohol waarmee hij ons door dit principiële gedoe opzadelt, laaft hij zich aan een colaatje. Ook ons inburgeringsargument ('In Spanje drinken alle wielrenners bier en wijn') glijdt van hem af als water van een otter. In de wetenschap dat er direct na de almuerzo meteen een gruwelijke klim aankwam, bleef er derhalve nog een flinke bodem in onze kan met bier achter. 'Was Frank er maar bij', zei mijn rentenierende vriend nog, 'dan hadden we precies genoeg gehad.' Maar wederom moest mijn zwager ons teleurstellen. Ook die andere agent wielrent alleen alcoholvrij.                            

           

De rit

Aan de beklimming naar La Lacuna bewaar ik slechte herinneringen. Door een misverstand heb ik deze steile puist eens twee keer direct achter elkaar opgereden, waarna ik boven in het restaurant op de top over mijn nek ging. Een keer of vijf. In het toilet, dat nog wel. Mijn rentenierende vriend beweert tot op de dag van vandaag dat dit van uitputting was, maar ik begon destijds al met een ziek lijf aan deze tocht. Ieder ander was gewoon in bed gebleven. Maar niet ik. Vandaag reden we, aanmerkelijk fitter dan toen, eerst een kilometer of vijftig vlak naar Villalonga, waar een bar opzochten voor de almuerzo, en daarna ging het meteen recht omhoog. Hellingen onder de tien procent kan ik op kracht met speels gemak aan, maar vanaf tien procent merk ik bij elke omwenteling nadrukkelijk dat een lijf van ruim 90 kilo op een fiets onderhevig is aan de wetten van de zwaartekracht. Ook mijn zwager, net zo lang als ik maar tien kilo lichter, had dit keer niet de aanvechting om de snelheid naar 18 kilometer per uur te laten oplopen. Maar verder bleek hij goed hersteld van de inspanningen van gisteren. Eenmaal boven ging het verder het binnenland in, via Lorxa en Muro de Alcoy naar de top van de Alt de Margarida, waar we stopten voor de lunch. Toen de afdaling van 26 kilometer naar Pego met snelheden van soms tegen de 67 kilometer per uur (achter een zandauto) en via Sagra en Orba weer naar huis.

De feiten en cijfers

Afstand: 155,23 km, Hoogtemeters: 2025, Gemiddelde snelheid: 25,61 km, Maximum snelheid: 66,60 km

    

Vrijdag 6 juni, Costa Blanca, Spanje

Hersteltraining. Dat houdt in dat we al voor tien uur in de morgen aan de wijn met gaseosa zitten. Zoals ze hier achter paarden die in training zijn soms een groot wiel achter de weg aan slepen, zo hadden wij dit keer Cokky bij ons om het tempo te drukken. Als lid van Groep B van de Club Ciclista Xaló (in Nederland te vergelijken met de plaatselijke afdeling van De Zonnebloem) kent zij bovendien alle vlakke weggetjes binnen en buiten de vallei. Zelfs om hoge verkeersdrempels te vermijden wordt er kilometers omgereden. Halverwege ons ritje van ruim 56 kilometer voor de almuerzo een tussenstop ingelast in Denia Nova, waar we na het stokbrood met wijn ook nog een borreltje van het huis kregen aangeboden. Maar toen was het dan ook al half elf. En aangezien dit het goedkoopste adresje van de Costa Blanca is - wijn, gaseosa, salade, stokbrood met tortilla en jamon, pelpinda's, cola, koffie met cognac en een borreltje toe voor 4,50 euro per persoon, oftewel 18 euro totaal - trok Edwin ruimhartig zijn portemonnee.

De feiten en cijfers

Afstand: 56,85 km, Hoogtemeters: 494, Gemiddelde snelheid: 22,89 km, Maximum snelheid: 48,60 km

 

Vrijdag 6 juni

Wat doe je als je aan de Costa Blanca een paella wilt voorschotelen aan je gasten? Juist, dan laat je een kok uit Katwijk aan Zee invliegen met als excuus dat hij hier dan een beetje mag racefietsen. Bij mijn rentenierende vrienden en hun brede kennissenkring sta ik bekend als de paella-specialist, louter vanwege het feit dat ik hooguit één keer per jaar zo'n schotel in elkaar draai. In een buitenmodel pan uit de lokale ijzerwarenwinkel en een dito brander. Het geheime recept? Dat komt gewoon uit de Allerhande van Albert Heijn, van een paar jaar geleden, maar dat hoeft natuurlijk niemand te weten. Men neme (voor zes tot acht flinke grote eters):

 

- 500 gram chorizo, in blokjes

- 1 kilo kipfilet, in grove stukken

- 1 kilo reuzegarnalen

- 2 grote uien

- 4 grote rode paprika's, in blokjes

- 2 blikken tomaatblokjes

- 400 gram doperwten (gewoon uit de diepvries)

- 1 envelopje saffraandraadjes

- een kilo goede rijst (liefst uit Pego, maar risottorijst is ook goed)

- 3 liter kippenbouillon

 

Bak eerst de chorizoblokjes totdat ze knapperig zijn (gooi ze daarna op een bord), bak daarna de kip in het vet van de chorizo, voeg halverwege de garnalen erbij. Pan leegscheppen en - eventueel met wat olijfolie erbij - de uien en paprikastukjes bakken, voeg tomaatblokjes toe (met vocht), doperwten, saffraan en rijst, verwarm alles omscheppend 3 of 4 minuten, giet daarna de bouillon in de pan. Roer alles goed door en laat de paella in 25 minuten gaar worden, doe daarna de chorizo, de kip en de garnalen erbij en leg er - ter garnering - wat langoustines (even aanbakken in de koekenpan) bovenop. En klaar is Kees. Lekker met een frisse salade en veel rosé.

 

Zaterdag 7 juni

Geen idee hoe hij heet, maar omdat zijn zoon en kleinzoon ook deel uitmaken van de Club Ciclista Pedreguer noemt iedereen hem opa (abuelo). Opa fietst niet meer mee, maar bestuurt de volgauto, die ook als bezemwagen, materiaalpost en bevoorradingspunt dienstdoet. We waren vanmorgen nog geen paar minuten onderweg, of mijn zwager Rinus moest al een beroep doen op opa. De man die eerder deze week nog had geklaagd dat zijn vrouw op de fiets in elke kuil rijdt die ze tegenkomt ('Ze is zelfs in staat om er voor om te rijden'), knalt hier zelf over elke steen die voor zijn wielen komt (en dat zijn er hier nogal wat). Met nog zo'n 170 kilometer met de C.C. Pedreguer voor de boeg scoorde hij zijn tweede lekke voorband van dit trainingskamp. De groep van zo'n twintig man reed in een behoorlijk tempo door en op zich hadden mijn rentenierende vriend (die ook in de remmen kneep) en mijn zwager zo weer bij ons kunnen aansluiten. Maar terwijl opa binnen vijf seconden een nieuw voorwiel in zijn fiets stak, moest Rinus eerst nog uitgebreid piesen (ook daarvoor neemt hij elke gelegengeheid te baat) en verloor vervolgens het contact met de volgauto die hem met een gangetje van 60 in het uur terug naar het peloton wilde rijden. Maar verder liep alles gesmeerd, totdat opa na de laatste bevoorrading in Fageca opeens in geen velden of wegen meer was te bekennen. Een gebroken koppelingskabel. En mijn zwager had er dit keer niks mee te maken.

           

De rit.

De langste maar niet de zwaarste rit van de C.C. Pedreguer kregen wij vandaag op ons trainingskamp voor de kiezen. Ruim 180 kilometer vanaf Pedreguer via Pego en de Alt de Margarida richting Alcoy, door het verlaten Spaanse binnenland. De wekker moest om 5.45 uur worden gezet, om rond 06.25 uur naar de start in Pedreguer te kunnen vertrekken. Zelf fiets ik al zo'n jaar of tien in dit deel van de Costa Blanca, maar nu kwamen we op weggetjes en over bergen die ik nog nooit had gezien. De groep bestond - inclusief mijn rentenierende vriend, mijn zwager en ik - uit een bont gezelschap van negentien Spaanse en Engelse fietsers, dat onderweg in Alfafara uitgebreid de tijd nam voor een almuerzo met veel bier en cola (bij voorkeur gemengd). Er wordt behoorlijk goed gefietst door de mannen (al moet er onderweg ook geregeld worden gewacht om de zwakkere broeders weer te laten aansluiten), waarbij ik het meest bewondering had voor een 72-jarige Engelsman die pas vier jaar aan racefietsen doet en echt niet de slechtste van de club is. Zelf begon ik pas na een kilometer of honderd lekker te rijden. Daarvoor speelden de pijntjes van de afgelopen drie dagen een beetje op. Maar bij 180 kilometer had ik zomaar het gevoel dat ik er nog wel een lusje van honderd aan had kunnen plakken. Al was ik achteraf blij dat niemand zo stom was om dat voor te stellen. Zelfs mijn zwager niet.

De feiten en cijfers

Afstand: 180,89 km, Hoogtemeters: 2534, Gemiddelde snelheid: 26,00 km, Maximum snelheid: 61,20 km

Zondag 8 juli

Zolang ik me kan heugen, is de zondag in Spanje voor het clubfietsen. In mijn geval is dat de Club Ciclista Xaló, waar ik twee of drie keer per jaar als gastlid mee mag trappen. Zo'n zes tot acht jaar geleden was dat nog een uitdaging, waarbij bergritten van honderdvijftig kilometer of meer geen uitzondering waren. De mannen waren sterk, trainden voor marchas en gingen er gezamenlijk nog wel eens een weekendje op de fiets op uit. Maar in de loop der tijd groeiden de leden van de C.C. Xaló nog vooral in de breedte. Kochten ze een motor. Werd de communie of het discobezoek (halen en brengen) van de kinderen belangrijker dan de club. Zodat we vandaag het dieptepunt bereikten: de drie leden die rond acht uur verzamelden bij bar Monserrat voor de wekelijkse fietstocht waren mijn twee rentenierende vrienden en ondergetekende (en natuurlijk het gelegenheidslid, mijn zwager Rinus, maar die moest deze foto maken). De rest van de socios lag nog op één oor of had als begeleider dienst bij een wielerwedstrijd in Pedreguer. In sommige andere plaatsen is het al niet veel beter: de club van Javea is vorig jaar opgeheven en de overgebleven (Engelse) leden rijden inmiddels bij de C.C. Pedreguer (waar wij ons op zaterdag ook al bij aansluiten). Onderweg kwamen we ook nog de club van buurgemeente Alcalali tegen: een Duitser en zijn vrouw. Als de lichamelijke aftakeling al niet leidt tot de ondergang van de fietsclub, dan zijn het wel de interne ruzies.

De rit.

Na de 180 kilometer van gisteren was het vandaag weer tijd voor een hersteltraining, dit keer met de weinige actieve leden van de C.C. Xaló. Dat betekende dat onze rentenierende vriendin Cokky opnieuw het tempo en de route mocht bepalen. Waarmee we veroordeeld waren tot overwegend vlakke wegen (waarbij het tempo wel tegen de 30 kilometer per uur kon oplopen) en een enkel, niet te vermijden heuveltje (waarbij we het rentenierende lid steeds even uit het oog verloren of, na enige tijd, op de foto konden vastleggen). Opnieuw almuerzo in Denia Nova en net voor de bui thuis.

De feiten en cijfers

Afstand: 84,05 km, Hoogtemeters: 591, Gemiddelde snelheid: 23,47 km, Maximum snelheid: 46,80 km

 

Maandag 9 juni

 

Nee, een week geleden moesten we er niet aan denken, om net als al die ouwe Spaanse mannetjes de halve dag te slijten in een bar, slap ouwehoerend boven een kop koffie, een cognacje of een mistella. Maar nu we bijna zeven dagen verder zijn geven we ons, alsof we nooit anders hebben gedaan, soepeltjes over aan dit onderdeel van de Iberische volkscultuur. Zodra we na de afdaling naar Calpe de eerste regenspetters op onze frames voelen, knijpen we bij de eerste de beste bar in de remmen, voor een cortado (voor mij), een americano (voor mijn zwager) en een café con leche (voor mijn rentenierende vriend). En vooruit, nog maar eentje. De drank laten we dit keer achterwege, want we moeten vandaag nog honderd kilometer, waarschijnlijk grotendeels in de regen. Gewoon een beetje slap ouwehoeren volstaat, over het importeren van auto's, de economische crisis die Spanje momenteel treft, onze prostaatproblemen en het leuke blonde meisje achter de bar. Ouwe mannenpraat. Gewoon jammer dat het na twintig minuten weer droog werd, anders waren we er zonder problemen de halve dag blijven zitten.

 

De rit.

Mijn rentenierende vriend en ik mogen mijn zwager Rinus graag als onze trainingskamp-pispaal gebruiken, vanwege zijn doldrieste manier van rijden, zijn werk bij de politie, zijn kleine blaas (het woord pispaal gebruik ik niet voor niks) en zijn geheelonthouderschap tijdens de rit. Maar we hebben ook veel bewondering voor de manier waarop hij - na eerst gestorven te zijn - altijd weer een tweede, derde en vierde adem weet te vinden. En zodra er weer een greintje leven in zijn lijf zit, er weer vol tegenaan gaat. Niks op reserve rijden, of jezelf verstoppen. Vandaag dachten we hem weer twee tot drie keer te zien ondergaan, op de helling van de Montgó, het eindeloos vlakke stuk achter Denia en de haarspeldbochten van de Tourmalet. Maar zijn elastiek rekt wel uit, maar breekt nooit. Zodra hij heeft aangeklampt, pakt hij manmoedig de kop om zijn zojuist herwonnen reserves weer op te branden. Onder een dreigend wolkendek maar meestal droog (bijna al het water dat onze fietsen besmeurde kwam van het wegdek) reden we langs de kust via Calpe, Moiraira en Denia richting Pego, om via de Tourmalet (de volksmond voor een venijnig klimmetje) naar Orba, Parcent en Jalón te rijden voor de driegangenlunch bij bar Juan's. Als het weer het toestaat hebben we morgen nog één dag om mijn zwager de genadeslag toe te brengen op - qua zwaarte, niet qua afstand - onze moordende koninginnerit over de Tudons.

De feiten en cijfers

Afstand: 104,05 km, Hoogtemeters: 1188, Gemiddelde snelheid: 26,94 km, Maximum snelheid: 57,60 km

 

 

 

Dinsdag 10 juni

Werd het toch nog een strafkamp. Waar mijn zwager en ik ons - op het geluid van de regen die onze koninginnerit in het water deed vallen - nog een paar keer wilden omdraaien, werd er voor acht uur door onze rentenierende vriendin al wreed op onze slaapkamerdeuren getrommeld. 'Jullie moeten eruit! Pilates!' Aan het begin van mijn journalistieke carrière heb ik ooit eens een artikel over Pilates - dat toen nog 'Meer Bewegen Voor Ouderen' heette - geschreven. Een van de belangrijkste voordelen van MBVO, begreep ik toen, was dat bejaarde vrouwen na een aantal oefeningen hun knotje weer zelfstandig konden verzorgen. Dat voorkwam dat hun haar na verloop van tijd ging schimmelen. Wij zijn vrouw noch bejaard en op de plek waar mijn knotje zou kunnen zitten, heb ik een behoorlijk kale plek op mijn hoofd. Dus waarom naar Pilates? Om te rekken en te strekken, begreep ik, zodat wij allerlei spieren in en uit model trokken die wij als fietsers van z'n lang zal z'n leven niet nodig hebben. Sommige oefeningen kónden wij niet eens doen omdat wij, volgens juf Monica (de vrouwelijke tegenhanger van Karl Noten) 'te korte hamstrings' hebben. Boksers hebben een te grote biceps, zwemmers te brede schouders en snelwandelaars kampen met platvoeten. Zo is dat nu eenmaal. Daar moet je in berusten. Dat is het lot van iemand die kiest voor één tak van sport. Ons grote lijden duurde anderhalf uur. Toen mochten we bijkomen in wat een veel natuurlijker habitat voor ons wielrenners is: Bar Juan's.

De rit

Toen het om een uurtje of twaalf droog werd, hadden we voor mijn zwager nog wat leuks in petto. Eerst een rondje Bernia (via de gemene kant, met hellinkjes van 20 procent en meer), daarna door de vallei richting Vall d'Ebo, dan naar Tollos (met onderweg nog meer van die verschrikkelijke klimmetjes)

en daarna via Castell de Castells naar huis: zo'n 110 kilometer. Maar in de afdaling van de Bernia

werd het al gemeen koud, begon het te spetteren en zagen we boven de toppen die we nog moesten beklimmen de zware wolken zich samenpakken. Dus ja, omdat het heilig vuur bij mijn fietsmaten er toch al een beetje uit was - na een week met 735 kilometer, ruim 9000 hoogtemeters en 29 uur in het zadel - zijn we rechtstreeks naar huis gereden. Maar toen hadden we mijn zwager tijdens de klimmetjes op de Bernia al een paar keer heel gemeen horen vloeken en bijna zien afstappen. Dat maakte zelfs zo'n kort ritje toch de moeite waard.

De feiten en cijfers

Afstand: 33,46 km, Hoogtemeters: 553, Gemiddelde snelheid: 21,59 km, Maximum snelheid: 55,80 km

 

    

 

Woensdag 11 juni

Het zit er weer op. Na 735 kilometer, 9123 hoogtemeters en 29.15 uur in het zadel gaan we weer naar huis. De magische 1000 kilometer is niet gehaald, mede dankzij de klimaatverandering die Spanje er maar niet warmer en droger op wil maken. De stuwmeren zijn weer een beetje verder gevuld, tijdens ons verblijf, al is het op de dag van vertrek bewolkt maar droog. In de loop van de ochtend onze laatste almuerzo bij Bar Juan's in Jalón, met mijn favoriete bocadillo lomo con queso y tomates (stokbrood met varkensvlees, kaas en tomaten) en een paar glazen tinto gaseosa (rode wijn met gezoet koolzuurwater) en een blikje cola 'por el niño' (het grote kind, mijn zwager Rinus). Misschien nog een mistellaatje toe, voordat Edwin ons weer naar het vliegveld in Valencia brengt.

(Nee, om onze rentenierende vrienden niet te veel te belasten met racefietsers die de hele dag door moeten worden voorzien van een natje en een droogje, die moeten worden begeleid over mooie bergpaadjes en geholpen met hun lekke banden, die 's avonds uren lang met een wijntje - en nog een wijntje, en nog een wijntje - naar het EK-voetbal willen kijken, en dan ook nog wel wat te knabbelen lusten uit de onuitputtelijke voorraden kaas, worst en nootjes van Cokky ('iemand nog een stokbroodje?'), kunnen wij dit adres bij helemaal niemand aanraden.)

 

           

Donderdag 12 juni

Een beetje racefietsen, dat vinden ze nog wel aardig. Maar om nou te zeggen dat er in dat mooie huis in Jalón sprake is van een sportcultuur? De afgelopen dagen zaten mijn rentenierende vrienden en ja, ook mijn zwager Rinus, naar het EK-voetbal te kijken als een stel inboorlingen in 'Groeten uit de rimboe'. Er bewoog een rond ding over een groen veld, er liep een mannetje of twintig achteraan, maar wat hen nou bezielden? Toch dapper dat ze tot dinsdagavond alle wedstrijden met mij hebben bekeken, maar vanaf gisteren zal dat helemaal over zijn. Nee, dan hier aan de Katwijkse Melkweg. Mijn thuiskomst uit het verre Spanje werd nog wel opgemerkt, maar toen vlogen mijn eega en mijn dochter weer naar het puntje van de bank, met hun EK-gokformulier in hun bevende handen om Zwitserland-Turkije te bekijken. Mijn politiek incorrecte neef en Fatima (zoals hij mijn echtgenote noemt) stonden bovenaan, kreeg ik te horen, met 14 punten (je krijgt 5 punten voor een goed voorspelde uitslag, 1 punt voor het goed voorspellen van een overwinning, nederlaag of gelijkspel), ik volgde op een derde plaats met 9 punten. De rest van de familie rommelt een beetje in de marge. Tot de 89ste minuut zat mijn concurrentie op rozen, met hun voorspelde 1-1, maar toen scoorde Turkije in de laatste minuut om de door mij voorspelde 1-2 op het bord te brengen. Met een bescheiden ererondje vierde ik mijn 5 punten en glorieuze aansluiting bij de top van de EK-poule. 'Weet je nu eindelijk waarom ik zo'n hekel heb aan Turken?', liet mijn politiek-incorrecte neef in de loop van de avond nog aan Fatima weten.

Volgend jaar gaan we voor de 1000!

Alle foto´s staan op: http://picasaweb.google.com/dickvanderplas/SpanjeTrainingskampJuni2008

 Maandag 16 juni 2008

Waarschuwing: dit log bevat schokkende beelden die niet geschikt zijn voor jeugdige kijkers.

 

Nog wat over voor de Leprabestrijding? Stort uw gift op giro 4029297. Wat ik niet uitgeef aan natte watten of verkoelende smeerseltjes, leg ik bij het geld voor mijn nieuwe racefiets. Aan het trainingskamp in Spanje heb ik noch spierpijn noch steenpuisten overgehouden. De enige kwetsuur die na ruim een week nog steeds opspeelt is mijn verbrande rechterschouder. Na het stadium van vervelling te hebben ondergaan, kleurt de nieuwe huid op een gemeen rode manier op, alsof een zonne-allergie zich een weg naar buiten vreet. Het jeukt ook, maar ik mag er niet aan krabben. Ik moet figuurlijk op de blaren zitten. Al jaren verkondig ik stellig dat insmeren voor mietjes in. Goed, een beetje crème op mijn imposante neus en mijn bovenarmen, dat kan ik nog wel begrijpen als je een hele dag gaat fietsen met zonkracht 9. Maar de rest van mijn lijf zit toch onder mijn shirt en van mijn benen heb ik nooit last. Deze brandwond heb ik derhalve niet opgelopen in het zadel, maar tijdens een rosé-overgoten middag op het terras bij mijn rentenierende vrienden, na het leeglepelen van een imposante pan paella. Nee, een tweede parasol was niet nodig, hoor ik mezelf nog zeggen. En mijn neus en mijn bovenarmen had ik die ochtend al ingesmeerd. Dus wat kon mij nou gebeuren? Niettemin: als ik een Amerikaan was geweest, had ik voor de rechter mijn rentenierende vrienden een paar miljoen van hun imposante belastingvrije vermogen afhandig gemaakt. Schadevergoeding en smartegeld.

 

 

terug naar de beginpagina