|
|
|
|
De vanzelfsprekendheid waarmee ik – soms meerdere keren per week - word ingehuurd als taxichauffeur naar vriendinnen die ’s avonds niet meer aan te fietsen zijn, brengt mij tot de verzuchting: ,,Waarom ga je niet gewoon met de bus?’’ Ze kijkt me aan met de verbaasde blik van iemand die niet eens weet dat er zoiets als collectief vervoer bestaat, of ervan uitgaat dat deze vorm van transport alleen voor kansarmen is gecreëerd. ,,De bus? Ik zou niet eens weten hoe dat moet.’’ Het is dan ook met een zekere schroom dat we onze 15-jarige dochter vanmorgen naar de incheckbalie van Vueling hebben begeleid. Ze vliegt met deze prijsvechter voor het eerst in haar eentje naar Valencia, om een klein weekje te logeren bij onze in Spanje rentenierende vrienden. Een poging van mijn eega om zich, enkele weken voor vertrek, nog als begeleidster op te werpen (’Nee hoor, gewoon omdat ik ook wel eens een paar dagen in de zon wil zitten, deze zomer’), liepen spaak op een botte weigering van onze oudste nazaat. Dit werd háár week. Na twee zomers aan de Costa Blanca te hebben doorgebracht, wenden wij op 5 augustus de steven naar een andere plek in Europa. Maar onze dochter kan niet zonder een jaar in het wijndorpje Jalón te zijn geweest. In dit dorpje wonen haar lease-ouders, waarvan in elk geval de vrouwelijke helft bewust geen kinderen wil. ,,Op momenten dat we er behoefte aan hebben, spelen we wel lease-ouders van die van jullie’’, liet ze zich een keer ontvallen toen het onderwerp ter sprake kwam. Lease-ouders zijn op afroep beschikbaar, als het beide partijen schikt. Toen ze hier nog woonden pasten ze op of namen de koters dagjes mee uit. Sinds ze een jaar of acht geleden naar Spanje verhuisden, beperkt het lease-ouderschap zich vooral tot de vakanties. In de rolverdeling van de lease-ouders is de vriendin vooral de (niet boze, ook niet echt strenge, maar meer de gedogende) stiefmoeder, die tegenover ons vooral weet hoe kinderen niet moeten worden opgevoed. Maar alles wat een opvoeder in overtreffende trap fout kan doen, gebeurt door haar vriend. Al vanaf het moment dat ze met hem kon communiceren, is hij volledig onderworpen aan mijn dochter. Van de vroege ochtend tot de late avond is hij er vooral om het haar naar de zin te maken. Hij is haar vertrouwenspersoon, butler en partner in het kwaad. Met het klimmen der jaren heeft hij zich moeiteloos aan al haar ontwikkelingen aangepast. Toen zij zes was, werd hij zes. Nu zij vijftien is, is hij vijftien. Ze kijken dezelfde tv-programma’s, luisteren naar dezelfde muziek en lezen dezelfde boeken. Alleen voor de wet is hij ouder (51), waardoor hij de indrukwekkende motor mag besturen waarmee ze langs de costa en door de bergen toeren, beschikt over een geweer waarmee ze in zijn tuin op blikjes mag schieten en altijd zijn portemonnee in zijn kontzak heeft. Ergens in zijn wijnkelder ligt een goede fles die hij heeft gekocht toen ze werd geboren en die ze samen zullen leegdrinken, als zij volgend jaar zestien wordt. Ergens hoog in de bergen, op hun favoriete plekje van de Bernia. Dus ja, we weten dat ze daar in goede handen is. Maar toch slaat de ongerustheid toe, naarmate de vertrekdatum nadert. Nergens voor nodig, benadrukt onze dochter. We moeten vooral niet denken dat ze een klein kind is, zegt ze, nadat ze mijn echtgenote haar koffer heeft laten inpakken, alle papieren voor bijeen heeft laten zoeken en mij haar via internet heeft laten inchecken. Als ik zelf in mijn eentje naar Spanje reis, word ik er altijd bij de vertrekhal uitgegooid, maar nu moet ik van mijn eega parkeren om onze dochter tot aan de douane te begeleiden, waar ze door haar moeder (en ook door mij een beetje, uiteraard) hartstochtelijk wordt uitgezwaaid. Als hoofd van het gezin zie ik mij genoodzaakt enige geruststellende woorden te spreken. ,,Het is net zoiets als de bus.’’ Dat had ik nou niet moeten zeggen. ,,Daarvan weet ze ook niet hoe dat moet’’, jammert mijn vrouw.
|