|
|
|
|
Flirt met de dood Met een schok komt de gondel tot stilstand, honderden meters boven de kloof die het dorpje La Grave met de gletsjers van La Meije verbindt. ,,Daar hangen we dan’’, zegt mijn zoon (sinds een week 8). ,,Dit is het eind van je leven, pap.’’ In een crisissituatie kun je hem er best bij hebben. Ik pak mijn gsm en begin aan een smsje. Daar kun je tegenwoordig geschiedenis mee schrijven, enkele minuten voor een ramp. Want dat ik mijn familie-retourticket naar 3200 meter ga inruilen voor een enkele reis naar een nog veel hogere bestemming, staat voor mij wel vast. Bij alle activiteiten waarmee ik het contact met de aarde verlies, raak ik gemakkelijk in paniek. Kampeerders die zich bij de balie van onze camping opgeven voor een dagje ‘parapenten’ (met een soort parachute van een berg afspringen) beschouw ik als onnozele halzen die moedwillige flirten met de dood. In een vliegtuig stap ik alleen omdat ik me uitbundig heb verdiept in statistieken waaruit blijkt dat dit de veiligste manier van vervoer is. Maar hoe zit het met kabelbanen, en meer in het bijzonder met die van ’Les téléphériques des Glaciers de La Meije’? In gondel 51 zit aan de voorkant een gat, zie ik in het voorbijgaan. En de automatisch sluitende deuren van onze cabine laten een gleuf van zeker vijf centimeter open, waardoor de wind naar binnen giert. Hoe vaak worden die duizenden meters, vervaarlijk doorbuigende kabel vervangen? Met een schok zet het rijtje van zes vrolijk gekleurde gondels zich weer in beweging. De kinderen verbergen hun angst achter zenuwachtig gelach en geschreeuw, waarin de stem van mijn eega – die de Franse tekst van een sticker in onze gondel vertaalt – verloren gaat. ’Plotselinge stops van een paar minuten zijn normaal’, herhaalt ze nog maar eens. ’Ze zijn noodzakelijk om passagiers te laten instappen.’ De oproep op dezelfde sticker om niet te schommelen, komt me ridicuul voor. Elke keer als de wieltjes boven onze gondel over de mast van een tussenstation glijden, dreigt de gondel een looping te maken. Ik blijf in shock voor me uitkijken en moet bij het overstapstation op 2400 meter met dwang van de gedachte worden afgebracht om het voetpad naar beneden te nemen. Maar zodra ik op 3200 meter weer ben overgeleverd aan de zwaartekracht, ben ik meteen weer het ventje. Ik bestudeer met belangstelling de menukaart van restaurant des Ruillans, geniet van het adembenemende uitzicht op de omringende alpencols en ga ons reisgezelschap van vier volwassenen (twee vrienden van ons zijn ook mee) en twee kinderen enthousiast voor naar het begin van de gletsjer, waar het voetpad zich tussen twee oranje netten vernauwt en dan ophoudt bij een geel bord waarop in het Frans en het Engels wat mededelingen staan. Een aanvankelijk breed spoor van voetstappen loopt over de steile sneeuwhelling, maar pas na tien minuten stevig doorstappen krijg ik in de gaten dat alleen mijn vriend en mijn 12-jarige dochter mij hebben gevolgd in wat ik als een betrekkelijk eenvoudig wandelingetje naar de top beschouw. Maar het half uurtje dat ik hiervoor heb uitgetrokken, wordt al gauw een uur omdat afstanden in deze ijszee lastig zijn in te schatten. En dat we om de honderd meter moeten stoppen om op adem te komen in de ijle lucht, schiet ook al niet op. Na een paar kilometer klimmen, struikelen en springen over spleten in het ijs – en de top nog lang niet in zicht – gaan we terug. En dan blijkt afdalen zo mogelijk nog lastiger dan klimmen. Om niet voortdurend weg te glijden, hangt mijn dochter aan de rugzak van mijn vriend, terwijl ik het makkelijkste spoor omlaag zoek. Op de terugweg stuiten we op een berggids, die met touwen is verbonden aan een rijtje toeristen met helmen op het hoofd en klimijzers onder de voeten. Hij ratelt in geagiteerd Frans, wijst eerst naar de scheuren in de gletsjers, dan naar ons en vervolgens op zijn voorhoofd. Ik haal m’n schouders op. ,,Je snapt niet dat iemand met zo’n beroep zo schijterig kan doen’’, zeg ik tegen m’n dochter. Aan het begin van de gletsjer passeren we weer het gele bordje, maar pas bij het restaurant hoor ik van mijn vrouw dat daar ’Walking on the glacier without alpinism equipment is stricktly prohibited’ op stond. Maar dat vond ik persoonlijk nog geen reden om mij de rest van de dag af te schilderen als een onnozele hals die flirt met de dood.
|