Wielerlog 2008

 

 

Zondag 10 februari

 

Om mij alvast voor te bereiden op het Spaanse middelgebergte dat vanaf woensdag wacht, staat vandaag het Kopje van Bloemendaal op het programma, het enige serieuze klimmetje in de wijde omgeving. Vanmorgen rijd ik voor het eerst mee met de groep HTWV, Hijgend Trekken Wij Voorwaarts, vanuit Oegstgeest. Of 'Hijgend Trappen Wij Voorwaarts', daar wil ik vanaf zijn. Mijn collega Rob introduceert mij bij het gezelschap, dat dit seizoen voor het eerst gezamenlijk de pedalen beroert en voor mij even een goed alternatief is voor De Noordbikers, die pas eind maart weer eendrachtig op de racefiets stappen. Het is opnieuw koud, maar schitterend weer en wij trekken (of trappen) hijgend nog een lekker tempo over onze 70 kilometer, waarbij we af en toe in de remmen moeten knijpen voor de minst getrainde onder ons. Het kopje rijd ik met ruime voorsprong op, maar ik weet zeker dat ik daarmee vanaf woensdag geen enkele indruk maak.

Dinsdag 12 februari

Heb maar afgezegd voor De Afzeggers. Moest m'n koffer nog pakken voor het trainingskamp. En de komende dagen maak ik al kilometers genoeg, vrees ik.

Donderdag 14 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

 

Het hoogteprofiel lijkt wat anders aan te geven, maar vandaag was een redelijk vlakke rit. Boven de bergen hing zware bewolking en aan de kust zag het er allemaal wat vriendelijker uit, waardoor we via Pego naar Denia Nova reden. Na de bekende inleidende klimmetjes werd het tussen de sinaasappelbomen zo vlak als in Nederland, terwijl ook de harde wind voor mij vertrouwd aandeed. Na de almuerzo beklommen we de Montgó met een kilometertje of 17 per uur, waardoor ik mijzelf halverwege hardop afvroeg: 'Zijn wij nu zo goed, of is deze klim niet al te steil?' We houden het voorlopig op het eerste, want ook de lange klim vanaf Moraira naar Benissa kon ik (jazeker, collega Rob Onderwater!) naast mijn rentenierende vriend blijven rijden. De voorlopige conclusie na meer dan honderd kilometer is dat ik goed heb overwinterd, mede dankzij (opnieuw jazeker, Rob Onderwater) De Afzeggers! Maar vlak ook mijn aangeboren talent niet uit. Laten we niettemin niet te vroeg juichen: de eerste inzinking in het trainingskamp van vorig jaar februari, kwam op de tweede dag, bij de beklimming van de Bernia.

 

 

Vrijdag 15 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

Het weer is nog steeds niet om over naar huis te juichen. Vanmorgen konden we rond een uur of tien pas vertrekken, nadat we eerst een bescheiden buitje hadden laten overtrekken. De rit van vandaag was redelijk bescheiden, vooral met het oog op wat ons morgen te wachten staat. Voor de Club Ciclista Pedreguer gaat het seizoen weer beginnen en dat wordt meteen gevierd met een tochtje van 105 kilometer. En wij zijn van de partij, om 8 uur in de morgen. Bovendien vond ik het wel leuk om mijn conditie van vorig jaar deze tijd te vergelijken met de huidige stand van zaken, door exact dezelfde rit te rijden als op de tweede dag van het vorige trainingskamp in februari 2007. Voordat we begonnen aan de beklimming van de Bernia - het traject dat elk jaar ook voor een klimtijdrit wordt gebruikt - reden we ook nu weer een opwarmrondje door de vallei, waarna mijn rentenierende vriend op exact dezelfde plek als vorig jaar een tijdmarker gaf op zijn geavanceerde fietscomputer. En het verschil was onthutsend. In 2007 stortte ik halverwege deze lange klim finaal in elkaar, wat leidde tot een gemiddelde van 11 kilometer per uur en een tijd van 57 minuten. Dit keer trapten we met gemiddeld 16,6 kilometer omhoog en deden we er tot aan de top 36,3 minuten over. En wat belangrijker was: voor het eerst in mijn ruim tien jaar Jalón-ervaring kon ik de beklimming doen op het binnenblad van 42 tandjes, waar ik in voorgaande jaren al meteen schakelde naar het kleinste tripelblaadje van 30 tandjes. In de afdaling konden we alsnog onze nieuwe regenjasjes testen, toen het opeens met bakken uit de hemel kwam. Daar hadden niet alleen wij last van, maar ook de (semi-)profploegen die hier zijn neergestreken voor hun trainingskamp. Op het laatste rechte eind naar huis konden we nog zwaaien naar de meiden van het AA Cycling Team van Leontien van Moorsel (in de volgwagen), die de beklimming van de Bernia nog voor de boeg hadden.

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 16 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

Al een jaar of tien rijd ik in mijn Jalón-tijd met mijn rentenierende vriend mee met de zondagritten van de Club Ciclista Xaló. Aanvankelijk met moeite, omdat die kleine Spaanse mannetjes goed konden klimmen en nog sneller wisten te dalen. Maar gaandeweg zag ik me, in het kielzog van de rentenier, uitstijgen boven het niveau van de club waarvan de leden het sociale aspect (de gezamenlijke almuerzo) belangrijker begonnen te vinden dan de sport. Een tijdje hebben we dit opgelost door mee te trappen met de klasbakken van Xaló, die zich hadden verenigd in een soort van grupo B. Die fietste goed en lang, maar verwaarloosde het sociale aspect omdat er onderweg niet meer vanaf kon dan een goedkoop blikje cola bij een benzinepomp. Sinds vorig jaar heeft mijn rentenierende vriend zich op de zaterdag aangesloten bij de Club Ciclista Pedreguer en vandaag mocht ook ik ervaren dat dit de Club Ciclista Xaló van een jaar of tien geleden is. Er wordt goed gefietst (minimaal honderd kilometer in een behoorlijk tempo), maar onderweg wordt uitgebreid de tijd genomen voor de almuerzo, waarbij de tafel zich niet alleen vult met eten maar ook met drank (de voor mij nieuwe combinatie van bier en cola, maar ook wijn, de carajillo en een dessertwijntje toe). En leidt dit na de almuerzo tot een disastro, zoals zo vaak bij de CC Xaló het geval was? Zeker niet. De mannen trappen op alcohol zo mogelijk nog harder dan daarvoor. Vanwege het straffe tempo waarmee mijn rentenierende vriend en ik vaak de dans naar de top leidden, werden we met onverholen bewondering la máquina Holandesa (de Hollandse machine) genoemd. Maar die bewondering weerhield in elk geval twee leden van de CC Pedreguer er niet van om ons enkele keren op dertig meter voor de top toch te piepelen. We zijn nu eenmaal geen máquinas.

 

 

 

Zondag 17 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

Na de 130 kilometer van gisteren doen we vandaag rustig aan. Nou ja, rustig. Na de almuerzo met Engelse en Spaanse dorpsgenoten rijden mijn rentenierende vriend en ik door richting Castell de Castells om vanuit daar via Tarbena naar de Col de Rates te fietsen. De hele week hebben we het kleine blaadje nog niet gebruikt, maar daar zijn we niet echt heel principieel in. Zodra we in Castells linksaf slaan, wacht ons een gruwelijke klim met stukjes van achttien procent. Dan ben je blij met je tripel. Heel blij. We stijgen naar 764 meter en komen in een wolk van miezerregen terecht, maar pas op de top van de Col de Rates trekken we - vooral voor de afdaling - de regenjasjes aan. Uiteindelijk staat er 'maar' bijna 60 kilometer op de teller, maar wel 961 meter geklommen. Niet slecht, voor een rustig dagje.

 

 

 

Maandag 18 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

 

 

Jarenlang heeft mijn rentenierende vriend mij wijsgemaakt dat je in Spanje niet kunt fietsen als het regent. Te glad, te gevaarlijk, niet te doen. De renners van de Club Ciclista Xaló vertrekken niet eens als het al lang is opgehouden met regenen, maar de weg nog steeds nat is. Te glad, te gevaarlijk, niet te doen. Vanmorgen regende het al bij het opstaan en we hadden ons derhalve al verzoend met een rustdag, toen het tegen een uur of elf toch droog werd. De weg is nog wel nat, constateerde mijn rentenierende vriend in de beste Spaanse tradities, maar ook hij zag wel in dat er deze week met andere normen moet worden gewerkt. Anders zouden we helemaal niet aan fietsen toekomen. Met droog weer en een nat wegdek dus, vertrokken we richting de Alt de Margarida, wat uiteindelijk een foute keuze bleek omdat je met laaghangende bewolking vooral niet omhoog moet fietsen. Bij Beniali reden we al een kwartier in de stromende regen en werd het tijd om het ergens in een zijstraatje verstopte restaurant Jabali op te zoeken, waar de eigenares twee doorweekte wielrenners liet meeëten van wat de pot schaft: stokbrood, een goede salade (samen prikken uit een grote schaal), een soort vermicellisoep en daarna puchero con pelotas: een traditioneel winters streekgerecht met een in kool verpakte gehaktbal, een lamsbout, kikkererwten, een wortel, kardoen (?) en nog een andere groente die ik nooit eerder op mijn bord had. Flesje wijn en gaseosa erbij, lekker stuk taart toe, plus een carajillo (koffie met brandy). En wat betaalden wij voor dit driegangenkoningsmaal met drank? Acht euro per persoon. Daarna het regenjasje weer aan en maar weer naar beneden gereden, in de hoop op beter weer. Dat kregen we in het dal achter Pego, waar we de honderd kilometer probeerden vol te maken met de beklimming van wat in de volksmond de Tourmalet heet, een venijnige klim naar een urbanisatie. Iets voorbij Pedreguer kreeg mijn rentenierende vriend een lekke band, wat hem de verbaasde uitroep 'Ik krijg nooit een lekke band!' ontlokte. Wat weer in schril contrast stond met de ene lekke binnenband na de andere die wij uit onze zadeltasjes visten. Maar gelukkig zat er ook nog één goede bij. Uiteindelijk hadden we ruim negentig kilometer op de teller staan, waarvan zeker vijftig in de regen. Dat kan namelijk heel best, in Spanje. Zeker als het gemiddelde een graad of veertien is.

 

 

 

 

 

Dinsdag 19 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

De laatste dag van ons trainingskamp is normaal de Koninginnerit. Dat wil zeggen: de langste en de zwaarste tocht, het liefst met veel hoogtemeters. Maar omdat de wolken alweer zwanger boven de bergen hingen, besloten we vandaag toch maar richting de kust te rijden, waar zowaar wat blauw in het zwerk te zien was. Dat bleek een gouden greep, want toen we langs één van de grote hotels in Calpe reden, stapte net de complete groep van het protour Flexpoint Team onder leiding van manager Jean-Paul van Poppel op de fiets, voor de dagelijkse trainingsronde. Meer dan 70 kilometer reden we mee met de meiden, die net zo'n tochtje in gedachten hadden als wij. Om het ritme in de groep niet te verstoren bleven we vooral achterin hangen, waar het uitzicht op tien paar deinende damesbillen na zes dagen van intensief fietsen geen enkele invloed meer had op de hoogte van onze hartslag. En het was goed om te ervaren dat wij op onze oude dag nog best meekunnen op een trainingsritje met de top van het Nederlandse vrouwenwielrennen. Goed, de eega van Van Poppel - Mirjam Melchers-Van Poppel - moesten we op de klim laten lopen, maar op de Montgó kwam ik toch als derde boven, evenals op de lokale variant van de Tourmalet, bij Pego. En de legendarische sprinter Van Poppel - die beweerde een maand of vijf niet op de fiets te hebben gezeten - reden we er ook met speels gemak af. Toch legden we - tussen alle plaspauzes in het struikgewas door (tsjonge, wat moeten die meiden vaak pissen) - nog een behoorlijk tempo aan de dag, waardoor ons gemiddelde over 110 geaccidenteerde kilometers uitkwam op 27,4. Niet slecht, voor een Koninginnerit met tien Koninginnen.

 

Totalen over de afgelopen trainingsweek:

Gereden: 551 kilometer

Hoogtemeters: 6238

Aantal fietsuren, tussen de buien en de almuerzos door: 20,5

   

 

 

 

 

 

Heroïek

 

Donderdag 21 februari

 

Webvolger Harrie Kusters heeft wat aan bovenstaande foto 'gerommeld zodat hij dichter bij de heroïek van mijn fietslog van de afgelopen week komt'. Hij weet natuurlijk niet dat ik dit hellinkje van twintig procent vier keer moest optrappen, voordat mijn rentenierende vriend mij enigszins scherp in beeld kon krijgen. Met dezelfde snelheid fiets ik nu weer naar werk. Het goede nieuws van vandaag: dit logje is totstandgekomen onder Windows Vista. Alles werkt!

 

terug naar de beginpagina website

naar het weblog