Verslag trainingsweek Dick van der Plas februari 2008.

 

 

 

 

Woensdag 13 februari

De eerste dag van de Cito-toets is met groot vertrouwen afgelegd. Een makkie was het eigenlijk wel, meent onze zoon. Gek dat hij ons daarmee niet geruststelt. Vond hij dan helemaal niks moeilijk? Nou ja, de vragen van wereldoriëntatie, daar kwamen van die gekke onderwerpen aan de orde. Dat hadden ze helemaal niet gehad. En trouwens, die tellen ook helemaal niet mee in de uitslag. Dus daar had hij zich verder ook niet zo druk om gemaakt. En die andere vragen dan, over taal en rekenen? Geen probleem. Hij was er redelijk snel mee klaar. Nee, hij had alles niet meer even nagekeken, in de tijd die hem nog restte. Het leek hem allemaal wel in orde. Kan hij morgen geen boek mee krijgen? Iedereen had een boek bij zich. En snoep. Veel snoep. Iedereen had veel snoep bij zich.

Met een bezwaard gemoed reis ik om 09.15 uur hedenmorgen af naar Valencia. Tijd om de zinnen te verzetten met een beetje fietsen, af en toe een wijntje en een menuutje del dia. Nog een paar uur, dan zit er 2300 kilometer tussen mij en de Cito-toets.

 

 

Woensdagavond 14 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

Als je lekker lang over je leven wilt doen, moet je gaan zitten wachten op een vliegveld. Dat duurt eindeloos. Elke minuut kruipt voorbij, daar kan geen grote cappuccino of krantje tegenop. Eigenlijk had mijn vlucht maar een half uur vertraging, maar het voelde alsof ik de hele dag op Schiphol doorbracht. Rond half acht zette mijn eega mij op de vluchthaven af, een uurtje voordat ik zou moeten 'boarden' voor de vlucht naar Valencia, met vertrektijd 9.15 uur. Maar na een tussenstop bij de boekhandel en de koffieshop, verscheen er een nieuwe vertrektijd op het bord (9.50 uur) en uiteindelijk zou het 10.45 uur worden voordat we - als gevolg van de laaghangende mist - de lucht ingingen. Toen had ik De Volkskrant en NRC Next al drie keer van voor naar achteren doorgelezen. Ook mijn rentenierende vriend die mij zou ophalen, zat het niet mee. Op weg naar het vliegveld was een vrachtwagen gekanteld, wat hem ook nog eens een uurtje vertraging bezorgde. Waardoor het, met de gestaag vallende miezer, tijd werd voor een alternatief plan voor het fietsen: restaurant Victor, ergens onderweg in een stadje waarvan de naam mij ontschoten is, maar waar we ons konden verliezen in een bord paella, draadjesvlees met ui en een toetje, besprenkeld met wijn en gaseosa en een afsluitende carajillo. Het aanbod van mijn rentenierende vrienden om 's avonds nog wat te sporten bij de lokale bejaardengym (Pilates, schijnt dat te heten) heb ik beleefd doch vastberaden geweigerd. Ik pas wel op de poezen. Morgen gaan we fietsen. Weer of geen weer.

 

 


Donderdag 14 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

Na mijn badinerende woorden over de lokale bejaardengym in Jalón, wordt het tijd voor een bekentenis mijnerzijds: afgelopen nacht heb ik geslapen op een elektrische deken. De bejaarde ouders van mijn rentenierende vriend hebben er altijd veel plezier van gehad, als ze de koude wintermaanden in het Spaanse huis doorbrachten. Aanvankelijk haalde ik er natuurlijk mijn neus voor op (ik heb in het leger gezeten), maar rond 23 uur sloop ik tijdens de reclame in de avondfilm toch even naar mijn onverwarmde slaapkamer - ver van de open haard - om het dekentje stiekem op stand 2 te zetten. En rond middernacht was het alsof 77 maagden mijn bedje al hadden voorverwarmd. De rest van de nacht kon hij uit, alleen rond half zes in de ochtend - toen het toch wat kil opkroop - ging hij weer even op standje 1. Voor wat was voorspeld als een donderdag met honderd procent regenkans, viel het vandaag alleszins mee. Nog ruim honderd kilometer getrapt (meer hierover in het wielerlog) en halverwege neergestreken in een favoriet restaurant van mijn rentenierende vriend, waar de leuke meiden uit de bediening precies weten hoe hij zijn almuerzo en carajillo het liefst heeft. Alleen bij Orba wat druppels gehad, maar voor de zekerheid bij de fietsenwinkel in Denia toch maar twee compacte regenjasjes gekocht. Meestal blijft het na zo'n investering een week droog, zoals je er ook geheid op kunt rekenen dat de zon achter de wolken verdwijnt wanneer je te voorbarig een zwembroek aantrekt.

 

 


 

Hondenpoes

 

Vrijdag 15 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

Kwam ik hier aan de Costa Blanca jarenlang in een poezengezin terecht, moet ik 's middags opeens anderhalf uur met een soort bastaard herder wandelen. Poppy is de hond van de gescheiden Engelse buren, die de hele nacht blaft omdat zijn oude baas een straatverbod heeft en zijn bazin ergens in de vallei een nieuwe vrijer heeft opgepikt. Dus matten mijn rentenierende vrienden het beest twee keer per dag af om hun eigen nachtrust te garanderen. Iedereen blij. Hond blij. Buren blij. Vrienden blij. Zelf heb ik een hekel aan honden, vooral gevoed door mijn angst voor deze beesten. Ooit, in een ver verleden, was er één hond waarvoor ik niet bang was: Astor, de Mechelse herder van mijn rentenierende vriend. God hebbe zijn ziel. En sinds gisteren ben ik ook niet meer bang voor Poppy. Het beest combineert dezelfde mate van aanhankelijkheid met gehoorzaamheid als Astor zaliger ooit deed. En onderweg blijkt Poppy in maar weinig te verschillen van de drie poezen die dit huis in Jalón bevolken: ze jaagt bijzonder graag op vogeltjes en is uitermate bedreven in het vangen van muizen. Als een vos - als oud-boswachter weet mijn rentenierende vriend daar alles van - loert ze op haar prooi, om die uiteindelijk met een sierlijke sprong te vangen. Vanmiddag kauwde ze voor onze ogen met smaak een spitsmuis weg. Poppy is een hondenpoes.

Druk, druk, druk

 

Zaterdag 16 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

Toegegeven, zelf mag ik ook graag badinerend doen over de agenda van mijn rentenierende vriend, die voornamelijk bezigheden bevat die wij in de spaarzame vrije tijd na een achturige werkdag dienen te ontplooien. Maar als je een paar dagen meedraait in dit huishouden, verandert je kijk op de zaak. Neem nou vandaag, voor menigeen in Nederland een vrije zaterdag. Hier diende de wekker om zeven uur af te lopen om op tijd te zijn voor een ontmoeting met de leden van de Club Ciclista Pedreguer, een aantal dorpjes verderop. En omdat mijn elektronische wekhulp na een zoveelste stroomstoring alleen nog maar op 10.00 uur blijft knipperen, word ik om half vier, half zes en tien over half zeven gewekt door mijn eigen biologische klok, die zo ver van huis ook behoorlijk van slag is. Waarmee deze dag al gebroken begint. Na een haastig ontbijt van muesli, massieve yoghurt en schijfjes banaan (waarvan het wegwerken ik hier doorgaans het zwaarste moment van het etmaal mag noemen) de fietsen in de auto geschoven en naar Pedreguer gereden, ruim honderd kilometer gefietst, daarna een kort moment uitdampen in het zonnetje op het winterterras (jazeker, het was er af en toe), om daarna weer op het rijwiel te klimmen om bovenop de Bernia de doorkomst van de ronde van de Marina Alta mee te maken.

Na een koude afdaling snel even warm douchen en beginnen met de verslaglegging, waarbij Cokky (goede vrouw!) ons nog het corvee van het uitlaten van Poppy uit handen nam. Maar die had dan ook (op de beklimming van de Bernia na, die zij manmoedig meemaakte) een vrije zaterdag gehad, net als al die mensen in Nederland. Ja, ik weet het. Dit klinkt bijna afgunstig.

 

P.S. Voordat mijn echtgenote Irene hierop gaat reageren: ik weet dat zij vandaag moest werken, maar er is in zo'n algemeen logje nu eenmaal geen plaats voor uitzonderingen.

 

 

 

 

 


 

Zondag 17 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

'Oefen je goed op de subjuntivo?', zei mijn Spaanse juf Marta toen ik me voor twee weken afmeldde voor de les omdat ik aan de Costa Blanca mijn reeds verworven kennis in de praktijk ging brengen. Nu weet ik dat daar in de regel weinig van terechtkomt omdat de inlanders met wie ik hier fiets, zich bedienen van een onverstaanbaar Valenciaans dialect. Maar vanmorgen, tijdens de almuerzo in bar Pa y Vidre in Benichembla, kon ik de conversatie meer dan uitstekend volgen. Aan tafel zaten, behalve mijn rentenierende vrienden, de Engelsen Howard en Linda en hun Spaanse overburen Pepe en Carmen. De Engelsen spreken een soort 'Spanglish', waarbij elk moeilijk Spaans woord of lastige vervoeging in het Engels wordt gedaan, met steeds 'enado' of 'issimo' erachter, waardoor het toch nog behoorlijk Spaans klinkt. En Carmen (die op een frisse zondagmorgen op de fiets zit alsof ze de Mount Everest moet beklimmen) en Pepe zijn zo gewend om met Howard en Linda te spreken, dat ze in de conversatie alle werkwoorden weglaten. Dit, gevoegd bij het Kluk-Kluk Spaans van mijn rentenierende vriend, maakt dat ik een heel verhelderd gesprek heb kunnen volgen over de zeden en gewoonten binnen de Spaanse dorpscultuur in het algemeen en die binnen de fietsclubs in het bijzonder. Ik ben niet één keer in de problemen gekomen met de subjuntivo. De juf zou trots (proudissimo, zou Howard zeggen) op me zijn geweest.

 

 

Warm

 

Maandag 18 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

Mijn werk is ook mijn hobby, wat als voordeel heeft dat ik nooit met tegenzin naar mijn werk ga. Mijn hobby is ook mijn werk, wat als nadeel heeft dat ik in mijn vrije tijd ook vaak met mijn werk bezig ben. Bijna elke vrije minuut die ik hier niet op de fiets zit of achter Poppy aanloop, zit ik achter mijn laptop, om mijn mail te checken, een columnpie te tikken of een log te maken. Mijn eega klaagt daar (terecht) geregeld over, maar nu er 2300 kilometer tussen haar en mij zit, zijn er ook andere manieren om mij achter mijn computer vandaan te halen. Poes Oscar heeft ontdekt dat mijn laptop in deze bewolkte en regenachtige Spaanse dagen verreweg het warmste plekje van het huis is. Hij draait zijn kont op het toetsenbord, duwt met zijn rug het scherm helemaal plat en maakt voor zichzelf een slaapplek waar zelfs mijn elektrische deken niet aan kan tippen. En zie hem daar maar eens vanaf te krijgen.

Vandaag leek de eerste verregende dag te worden, maar toen het in de loop van de ochtend droog werd, zijn we toch weer op de fiets gestapt. Bij thuiskomst, rond een uur vijf, gauw douchen en naar mijn eerste (en laatste!) les Pilates (jazeker, ik moest mee naar bejaardengym) in het dorp, waardoor mijn schouders en nek nu aanvoelen alsof ik twee keer Parijs-Roubaix heb gereden. Iets voor half acht waren we pas weer thuis, waar ik Oscar zich - na zes warme uren op mijn laptop - behaaglijk zag uitrekken. Ik mag weer aan mijn werk. Neem me niet kwalijk: mijn hobby.

 

Dinsdag 19 februari

Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje

 

 

Normaal probeer ik altijd naadloos te integreren, als ik een weekje in Spanje ben. Als het gaat om de almuerzo, de siësta en de rijkelijk met drank besprenkelde menu del dia's pas ik me altijd moeiteloos aan. Maar toch was er heel wat overredingskracht nodig om mij mee te krijgen naar de plaatselijke kliniek voor een lesje Pilates. Er zijn mij wat te veel in opspraak geraakte (para-)medici naar Spanje uitgeweken, als de grond in Nederland hen wat te heet onder de voeten werd. Voor je het weet staat Karl Nooten voor zo'n bewegingsklasje, met zijn Spaanse variant van 'Nederland in beweging'. Maar keer op keer verzekerde mijn rentenierende vriend dat juf Monica niets weg had van deze kinderpornogluurder. Integendeel! En dat trok mij uiteindelijk over de streep. Met bejaardengym heeft Pilates vooral gemeen dat het in onze vallei wordt beoefend door jong-bejaarden. Maar verder was het gewoon een uur hard werken, zeker als je al honderd kilometer op de fiets in de benen hebt. Juf Monica is een beweeglijk ding van nog geen drie turven hoog dat al haar ledematen met speels gemak legt op plekken waar ik normaal alleen met een rugkrabber van een centimeter of vijftig in de buurt kom. Het schijnt uitstekend te zijn voor je buikspieren, je rug en je nek. En dat zijn nou precies de onderdelen waar ik na één uurtje Pilates al de hele dag helse pijnen van ondervind.

 

 

Woensdag 20 februari

 

Toegegeven, met de auto doe je er al gauw twee volle dagen over. Maar uit en thuis van Jalón naar Katwijk is toch bijna een uurtje of zeven, van het voornamelijk aanrijden naar en het wachten op vliegvelden. Maar rond drie uur vanmiddag was ik weer op mijn vertrouwde stek waar twee enorme dozen van Dell stonden te wachten om tot een soepel werkende Vista-werkplek te worden opgebouwd. Ik vrees dat ik daar nog wel een paar avondjes mee bezig ben, vandaar dat ik me er voor dit log (nog vanaf mijn vakantie-laptop) maar even met een Jantje van Leiden afmaak. Dan heeft u ook even rust, na dat bombardement van gewone en wielerlogjes de afgelopen dagen.

 

terug naar de beginpagina website

naar het weblog