|
|
|
|
(door Dick van de Plas) Woensdag 13 februari De eerste dag van de
Cito-toets is met groot vertrouwen afgelegd. Een makkie
was het eigenlijk wel, meent onze zoon. Gek dat hij ons daarmee niet
geruststelt. Vond hij dan helemaal niks moeilijk? Nou ja, de vragen van
wereldoriëntatie, daar kwamen van die gekke
onderwerpen aan de orde. Dat hadden ze helemaal niet gehad. En trouwens, die
tellen ook helemaal niet mee in de uitslag. Dus daar had hij zich verder ook
niet zo druk om gemaakt. En die andere vragen dan, over taal en rekenen? Geen
probleem. Hij was er redelijk snel mee klaar. Nee, hij had alles niet meer even
nagekeken, in de tijd die hem nog restte. Het leek hem allemaal wel in orde.
Kan hij morgen geen boek mee krijgen? Iedereen had een boek bij zich. En snoep.
Veel snoep. Iedereen had veel snoep bij zich. Met een bezwaard gemoed
reis ik om 09.15 uur hedenmorgen af naar Valencia. Tijd om de zinnen te
verzetten met een beetje fietsen, af en toe een
wijntje en een menuutje del dia. Nog een paar uur, dan zit er 2300 kilometer tussen
mij en de Cito-toets. Woensdagavond
14 februari Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje
Als je lekker lang over je leven wilt doen, moet je gaan
zitten wachten op een vliegveld. Dat duurt eindeloos. Elke minuut kruipt
voorbij, daar kan geen grote cappuccino of krantje tegenop. Eigenlijk had mijn
vlucht maar een half uur vertraging, maar het voelde alsof ik de hele dag op
Schiphol doorbracht. Rond half acht zette mijn eega mij op de vluchthaven af,
een uurtje voordat ik zou moeten 'boarden' voor de vlucht naar Valencia, met
vertrektijd 9.15 uur. Maar na een tussenstop bij de boekhandel en de
koffieshop, verscheen er een nieuwe vertrektijd op het bord (9.50 uur) en
uiteindelijk zou het 10.45 uur worden voordat we - als gevolg van de
laaghangende mist - de lucht ingingen. Toen had ik De Volkskrant en NRC Next al drie keer van voor naar achteren doorgelezen. Ook
mijn rentenierende vriend die mij zou ophalen, zat het niet mee. Op weg naar
het vliegveld was een vrachtwagen gekanteld, wat hem ook nog eens een uurtje
vertraging bezorgde. Waardoor het, met de gestaag vallende miezer,
tijd werd voor een alternatief plan voor het fietsen: restaurant Victor, ergens onderweg in een stadje waarvan de naam mij
ontschoten is, maar waar we ons konden verliezen in een bord paella,
draadjesvlees met ui en een toetje, besprenkeld met wijn en gaseosa
en een afsluitende carajillo. Het aanbod van mijn
rentenierende vrienden om 's avonds nog wat te sporten bij de lokale
bejaardengym (Pilates, schijnt dat
te heten) heb ik beleefd doch vastberaden geweigerd. Ik pas wel op de poezen.
Morgen gaan we fietsen. Weer of geen weer. Donderdag
14 februari Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje
Na mijn badinerende woorden over de lokale bejaardengym in Jalón, wordt het tijd voor een
bekentenis mijnerzijds: afgelopen nacht heb ik geslapen op een elektrische
deken. De bejaarde ouders van mijn rentenierende vriend hebben er altijd veel
plezier van gehad, als ze de koude wintermaanden in het Spaanse huis
doorbrachten. Aanvankelijk haalde ik er natuurlijk mijn neus voor op (ik heb in
het leger gezeten), maar rond 23 uur sloop ik tijdens de reclame in de
avondfilm toch even naar mijn onverwarmde slaapkamer - ver van de open haard -
om het dekentje stiekem op stand 2 te zetten. En rond middernacht was het alsof
77 maagden mijn bedje al hadden voorverwarmd. De rest van de nacht kon hij uit,
alleen rond half zes in de ochtend - toen het toch wat kil opkroop - ging hij
weer even op standje 1. Voor wat was voorspeld als een donderdag met honderd
procent regenkans, viel het vandaag alleszins mee. Nog ruim honderd kilometer
getrapt (meer hierover in het wielerlog)
en halverwege neergestreken in een favoriet restaurant van mijn rentenierende
vriend, waar de leuke meiden uit de bediening precies weten hoe hij zijn
almuerzo en carajillo het
liefst heeft. Alleen bij Orba wat druppels gehad, maar voor de zekerheid bij de
fietsenwinkel in Denia toch maar twee compacte regenjasjes gekocht. Meestal
blijft het na zo'n investering een week droog, zoals
je er ook geheid op kunt rekenen dat de zon achter de wolken verdwijnt wanneer
je te voorbarig een zwembroek aantrekt. Hondenpoes
Vrijdag
15 februari Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje
Kwam ik hier aan de Costa Blanca jarenlang in een
poezengezin terecht, moet ik 's middags opeens anderhalf uur met een soort
bastaard herder wandelen. Poppy is de hond van de gescheiden Engelse buren, die
de hele nacht blaft omdat zijn oude baas een straatverbod heeft en zijn bazin
ergens in de vallei een nieuwe vrijer heeft opgepikt. Dus matten mijn
rentenierende vrienden het beest twee keer per dag af om hun eigen nachtrust te
garanderen. Iedereen blij. Hond blij. Buren blij. Vrienden blij. Zelf heb ik
een hekel aan honden, vooral gevoed door mijn angst voor deze beesten. Ooit, in
een ver verleden, was er één hond waarvoor ik niet bang was: Astor, de Mechelse herder van
mijn rentenierende vriend. God hebbe zijn ziel. En
sinds gisteren ben ik ook niet meer bang voor Poppy. Het beest combineert
dezelfde mate van aanhankelijkheid met gehoorzaamheid als Astor
zaliger ooit deed. En onderweg blijkt Poppy in maar weinig te verschillen van
de drie poezen die dit huis in Jalón bevolken: ze
jaagt bijzonder graag op vogeltjes en is uitermate bedreven in het vangen van
muizen. Als een vos - als oud-boswachter weet mijn rentenierende vriend daar
alles van - loert ze op haar prooi, om die uiteindelijk met een sierlijke
sprong te vangen. Vanmiddag kauwde ze voor onze ogen met smaak een spitsmuis
weg. Poppy is een hondenpoes. Druk, druk, druk
Zaterdag
16 februari Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje
Toegegeven, zelf mag ik ook graag badinerend doen over de
agenda van mijn rentenierende vriend, die voornamelijk
bezigheden bevat die wij in de spaarzame vrije tijd na een achturige werkdag
dienen te ontplooien. Maar als je een paar dagen meedraait in dit huishouden,
verandert je kijk op de zaak. Neem nou vandaag, voor
menigeen in Nederland een vrije zaterdag. Hier diende de wekker om zeven uur af
te lopen om op tijd te zijn voor een ontmoeting met de leden van de Club Ciclista Pedreguer, een aantal
dorpjes verderop. En omdat mijn elektronische wekhulp na een zoveelste
stroomstoring alleen nog maar op 10.00 uur blijft knipperen, word ik om half
vier, half zes en tien over half zeven gewekt door mijn eigen biologische klok,
die zo ver van huis ook behoorlijk van slag is. Waarmee deze dag al gebroken
begint. Na een haastig ontbijt van muesli, massieve yoghurt en schijfjes banaan
(waarvan het wegwerken ik hier doorgaans het zwaarste
moment van het etmaal mag noemen) de fietsen in de auto geschoven en naar Pedreguer gereden, ruim honderd kilometer gefietst, daarna
een kort moment uitdampen in het zonnetje op het winterterras (jazeker, het was
er af en toe), om daarna weer op het rijwiel te klimmen om bovenop de Bernia de
doorkomst van de ronde van de Marina Alta mee te maken. Na een koude afdaling snel even warm douchen en beginnen met
de verslaglegging, waarbij Cokky (goede vrouw!) ons nog het corvee van het
uitlaten van Poppy uit handen nam. Maar die had dan ook (op de beklimming van
de Bernia na, die zij manmoedig meemaakte) een vrije zaterdag gehad, net als al
die mensen in Nederland. Ja, ik weet het. Dit klinkt bijna afgunstig.
P.S. Voordat mijn echtgenote Irene hierop gaat reageren: ik
weet dat zij vandaag moest werken, maar er is in zo'n
algemeen logje nu eenmaal geen plaats voor
uitzonderingen. Zondag
17 februari Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje
'Oefen
je goed op de subjuntivo?',
zei mijn Spaanse juf Marta toen ik me voor twee weken afmeldde voor de les
omdat ik aan de Costa Blanca mijn reeds verworven kennis in de praktijk ging
brengen. Nu weet ik dat daar in de regel weinig van terechtkomt omdat de
inlanders met wie ik hier fiets, zich bedienen van een onverstaanbaar Valenciaans dialect. Maar vanmorgen, tijdens de almuerzo in
bar Pa y Vidre in Benichembla, kon ik de conversatie
meer dan uitstekend volgen. Aan tafel zaten, behalve mijn rentenierende
vrienden, de Engelsen Howard en Linda en hun Spaanse overburen Pepe en Carmen.
De Engelsen spreken een soort 'Spanglish', waarbij
elk moeilijk Spaans woord of lastige vervoeging in het Engels wordt gedaan, met
steeds 'enado' of 'issimo'
erachter, waardoor het toch nog behoorlijk Spaans klinkt. En Carmen (die op een
frisse zondagmorgen op de fiets zit alsof ze de Mount
Everest moet beklimmen) en Pepe zijn zo gewend om met
Howard en Linda te spreken, dat ze in de conversatie alle werkwoorden weglaten.
Dit, gevoegd bij het Kluk-Kluk Spaans van mijn
rentenierende vriend, maakt dat ik een heel verhelderd gesprek heb kunnen
volgen over de zeden en gewoonten binnen de Spaanse dorpscultuur in het algemeen en die binnen de fietsclubs in het
bijzonder. Ik ben niet één keer in de problemen gekomen met de subjuntivo. De juf zou trots (proudissimo, zou Howard zeggen) op me zijn geweest.
Maandag
18 februari Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje
Mijn
werk is ook mijn hobby, wat als voordeel heeft dat ik nooit met tegenzin naar
mijn werk ga. Mijn hobby is ook mijn werk, wat als nadeel heeft dat ik in mijn
vrije tijd ook vaak met mijn werk bezig ben. Bijna elke vrije minuut die ik
hier niet op de fiets zit of achter Poppy aanloop, zit ik achter mijn laptop,
om mijn mail te checken, een columnpie te tikken of
een log te maken. Mijn eega klaagt daar (terecht) geregeld over, maar nu er
2300 kilometer tussen haar en mij zit, zijn er ook andere manieren om mij
achter mijn computer vandaan te halen. Poes Oscar heeft ontdekt dat mijn laptop
in deze bewolkte en regenachtige Spaanse dagen verreweg het warmste plekje van
het huis is. Hij draait zijn kont op het toetsenbord, duwt met zijn rug het
scherm helemaal plat en maakt voor zichzelf een slaapplek waar zelfs mijn
elektrische deken niet aan kan tippen. En zie hem daar maar eens vanaf te
krijgen. Vandaag leek de eerste verregende dag te worden, maar toen
het in de loop van de ochtend droog werd, zijn we toch weer op de fiets
gestapt. Bij thuiskomst, rond een uur vijf, gauw douchen en naar mijn eerste
(en laatste!) les Pilates (jazeker, ik moest mee naar bejaardengym) in het
dorp, waardoor mijn schouders en nek nu aanvoelen alsof ik twee keer Parijs-Roubaix heb gereden. Iets voor half acht waren we
pas weer thuis, waar ik Oscar zich - na zes warme uren op mijn laptop -
behaaglijk zag uitrekken. Ik mag weer aan mijn werk. Neem me niet kwalijk: mijn
hobby. Dinsdag
19 februari Vanuit Jalón, Costa Blanca, Spanje Normaal probeer ik altijd naadloos te integreren, als ik een
weekje in Spanje ben. Als het gaat om de almuerzo, de siësta en de rijkelijk
met drank besprenkelde menu del dia's pas ik me altijd moeiteloos aan. Maar
toch was er heel wat overredingskracht nodig om mij mee te krijgen naar de
plaatselijke kliniek voor een lesje Pilates. Er zijn mij wat te veel in
opspraak geraakte (para-)medici naar Spanje uitgeweken, als de grond in Nederland
hen wat te heet onder de voeten werd. Voor je het weet staat Karl Nooten voor zo'n bewegingsklasje, met zijn Spaanse variant van
'Nederland in beweging'. Maar keer op keer verzekerde mijn rentenierende vriend
dat juf Monica niets weg had
van deze kinderpornogluurder. Integendeel! En dat trok mij uiteindelijk over de
streep. Met bejaardengym heeft Pilates vooral gemeen dat het in onze vallei
wordt beoefend door jong-bejaarden. Maar verder was
het gewoon een uur hard werken, zeker als je al honderd kilometer op de fiets
in de benen hebt. Juf Monica
is een beweeglijk ding van nog geen drie turven hoog dat al haar ledematen met
speels gemak legt op plekken waar ik normaal alleen met een rugkrabber van een
centimeter of vijftig in de buurt kom. Het schijnt uitstekend te zijn voor je
buikspieren, je rug en je nek. En dat zijn nou precies de onderdelen waar ik na
één uurtje Pilates al de hele dag helse pijnen van ondervind. Woensdag
20 februari
Toegegeven, met de auto doe je er al gauw twee volle dagen over.
Maar uit en thuis van Jalón naar Katwijk is toch
bijna een uurtje of zeven, van het voornamelijk aanrijden naar en het wachten
op vliegvelden. Maar rond drie uur vanmiddag was ik weer op mijn vertrouwde
stek waar twee enorme dozen van Dell stonden te
wachten om tot een soepel werkende Vista-werkplek te
worden opgebouwd. Ik vrees dat ik daar nog wel een paar avondjes mee bezig ben,
vandaar dat ik me er voor dit log (nog vanaf mijn vakantie-laptop)
maar even met een Jantje van Leiden afmaak. Dan heeft
u ook even rust, na dat bombardement van gewone en wielerlogjes
de afgelopen dagen. |