|
|
|
|
Column Dick van der Plas voor dinsdag 20 juni 2006 Systeembeheer Met de toewijding van ’el jefe de cocina’ roer ik in de buitenkeuken van mijn rentenierende vriend de garnalen en de stukjes kip door de paella. Mijn iPod heb ik met een kabeltje aan de geluidsinstallatie gehangen, waardoor de Spaanse zenuwenmuziek die hier standaard uit de boxen klinkt, tot zwijgen wordt gebracht door een lome Jack Johnson. Drie meter verderop, aan het infuus van de oplader, laat mijn gsm van zich horen. Mijn vertrouwde telefoonnummer, uit het verre vaderland, verschijnt op het display. Het voelt goed om gemist te worden, bedenk ik geroerd. Elke dag stuur ik trouw mijn mailtjes met de belevenissen en de foto’s van die dag, maar het is kennelijk niet genoeg voor mijn gezin dat is achtergebleven in het ritme van werk en school terwijl ik mezelf hier een chronisch overbelast hart fiets. Ze willen mijn stem horen, weten hoe het nu echt met me gaat. Maar het gejaagde stemgeluid van mijn dochter laat geen ruimte voor emotionele begroetingstaferelen. Haar computer doet raar, geeft allerlei virusmeldingen, wil het internet niet meer op en print de presentatie Duits die ze de volgende dag moet houden, alleen nog maar in het Chinees uit. Of ik dat boven mijn paellapan maar even wil oplossen. Voor het eerst sinds een jaar of acht ben ik langer dan een paar dagen van mijn gezin gescheiden. Weggaan voelt beter dan achterblijven. Als er maar eentje uit logeren gaat of, zoals laatst, afreist naar Engeland voor een ’language and culturetrip’ van haar school, loop ik een paar keer per dag verloren door een lege slaapkamer, allerlei karweitjes verzinnend om er maar zoveel mogelijk tijd door te brengen. Ik houd de boel het liefst een beetje bij elkaar en huiver al bij de gedachte dat het vaste voornemen van mijn dochter om in Amerika rechten te gaan studeren en het daar vervolgens helemaal te gaan maken als officier van justitie, geen Law and Order-bevlieging blijkt te zijn. Mijn argument dat ze in België ook juryrechtspraak hebben, is weggehoond. In de zes dagen dat ik op trainingskamp ben, heeft mijn vrouw haar in Spanje rentenierende vriendin al laten weten dat het zo lekker relaxed is, thuis, zonder mij. Ze mag me nog wel een paar dagen houden. Het slaapt heerlijk, zonder dat gesnurk. Ik word alleen gemist als de afdeling systeembeheer. Terwijl de paella langzaam aankoekt aan de bodem van de pan, haal ik alle dooddoeners van de ICT-branche uit de kast. Heb je al opnieuw opgestart? Systeemherstel geprobeerd? Maar als niks helpt en mijn paella de structuur van een spekkoek begint te krijgen, raad ik haar aan om maar één van de vier andere computers in huis te gebruiken die het wél doen. Het probleem van de ene printer die we allemaal delen, los ik over twee dagen wel op. ,,Dan ben ik weer thuis.’’ Die woensdag gaat om kwart over vijf de wekker in Jalón, om op tijd op het vliegveld van Valencia te kunnen zijn. Tussen de middag kan ik thuis – net als de monteur van de cv-ketel – meteen doorlopen naar boven. Ik red de belangrijkste bestanden van de harde schijf op mijn dochters computer, veeg het ding schoon en installeer de besturings- en andere programma’s opnieuw. De printer is niet meer te redden. In de winkel waar ik een nieuwe ophaal, is het apparaat dat ik in gedachten had niet meer voorradig, waardoor ik mijn toevlucht moet zoeken tot een model dat in een minuutje of wat complete glossy magazines uitspuugt. Er is sprake van een noodgeval. Voor de presentatie Duits is met het oog op de pc-problemen twee dagen uitstel verleend, maar een dag langer zit er echt niet in. Als ik met de doos naar binnen wankel en mijn echtgenotes oog op het prijskaartje valt, concludeert ze gedecideerd: ,,Die is dus alvast voor Vaderdag.’’ Het voelt goed om weer thuis te zijn. terug naar pagina Columns Dick
|