Column Dick van der Plas voor dinsdag 8 augustus 2006

 

Spinaziedag

Vakantie is breken met de sleur van alledag, leg ik mijn zoon (10) uit, als hij zijn dag (en dus ook de onze) traditiegetrouw begint met de vraag: ’Wat eten we vanavond?’. Het is half acht in de ochtend, de thermometer op het terras van ons vakantiehuis wijst al 25 graden en ik moet de eerste slok van mijn thee nog nemen. ,,Ik denk dat we vandaag uit eten gaan’’, zeg ik, het concrete deel van zijn vraag doorschuivend naar de samensteller van het ’Menu del dia’  in een willekeurig restaurant. Het geloei dat uit mijn jongste nazaat opstijgt, moet oudere inwoners van het dorpje Jalón nog herinneren aan het luchtalarm tijdens de Spaanse burgeroorlog. ,,Uit eten!’’, schreeuwt hij. ,,Maar het is vandaag dinsdag! Spinaziedag!’’

Zelf ben ik hier dit jaar al voor de derde keer – voornamelijk om te racefietsen – waardoor ik me al een klein beetje begin te voelen als al die Nederlandse tweederangsartiesten die drie kwartier verderop in Altea Hills wonen en alleen voor hun schnabbels op en neer vliegen naar het vaderland. Met het gezin komen we in de regel alleen voor de korte vakanties in het voorjaar bij onze rentenierende vrienden aan de Costa Blanca, maar dit is voor de tweede achtereenvolgende keer dat we er onze zomervakantie doorbrengen. En als je iets voor de tweede keer doet, heb je houvast aan wat je de eerste keer hebt gedaan. Op momenten dat onze zoon inspraak wil in de besteding van de dag, grijpt hij steevast terug op iets dat we het jaar daarvoor ook gedaan hebben.

Maar de eerste dagen zit hij nog muurvast in het ritme waaraan hij thuis zijn gemoedsrust ontleent. Hij heeft zoveel behoefte aan structuur in zijn leven dat zelfs het antwoord op de vraag ’Wat eten we vandaag?’ voornamelijk bedoeld is om te onderstrepen wat hij al weet. Dinsdag is spinaziedag, woensdag pastadag, donderdag rijstdag, vrijdag pannenkoekendag, zaterdag patatdag, zondag boontjesdag (sperziebonen of snijbonen, daar zijn we heel flexibel in) en maandag broccolidag. Inmiddels vinden we het zelf ook wel handig, zo’n maaltijdschema, al zijn er weken dat bij mijn vrouw de spinazie-moeheid in alle hevigheid toeslaat.

Na een week heeft onze zoon zich neergelegd bij de redenering dat ze bij de Mercadona in Benissa toch niet dezelfde spinazie à la crème en gemarineerde speklapjes hebben als thuis. Spanje mag dan al een tijdje in de EG zitten, het wil nog niet zeggen dat het ook een beschaafd land is. Dus zo onoverkomelijk is het niet, dat de dinsdag even geen Spinaziedag meer is. Andere dingen blijven lastig. Als we van 13.30 tot 17.30 uur hebben zitten tafelen bij Sant Vicent, een restaurant van een rare Fransman in de Sierra de Bernia, wil hij bij thuiskomst om zes uur (etenstijd!) weten wat we gaan eten.

Dit jaar dienen we op de rommelmarkt in Jalón weer een klein Siameesje te kopen, moeten we gaan zwemmen in het restaurant met die grote paellapannen, elke dag ijsbeertje spelen in de jacuzzi op het terras, het rondje Lliber wandelen, naar het strand in Calpe (eerst eten bij Tia Clara) en nog tien andere dingen doen die we vorig jaar ook al deden. Elke verandering kost zoveel overredingskracht (nieuw zijn dit jaar vooral het schieten met de windbuks in de tuin en het uitproberen van nieuwe restaurants die onze vrienden het afgelopen jaar hebben ontdekt), dat we met temperaturen van 33 tot 37 graden maar al te graag vervallen in de vakantiesleur van alledag.

Maar nu zijn we gelukkig weer thuis.

Het is dinsdag.

Spinaziedag!

 

terug naar pagina Columns Dick

 

terug naar de beginpagina website

naar het weblog