|
|
|
|
Paard van Sinterklaas Column Dick van der Plas voor maandag 3 november 2003 Of het nu komt door de pepernoten bij de kassa in de supermarkt of door de vuistdikke speelgoedfolders die bij ons dagelijks op de mat ploffen, hij wil in elk geval opeens weten hoe dat nou werkt met die cadeautjes door de schoorsteen. Zijn zus begint te grijnzen en ik begin omstandig op een hap spinazie à la crème te kauwen. Na het gesprek over hoe de baby’tjes worden gemaakt, heb ik hier het meest tegenop gezien. Hoe vertel ik mijn zoon (7) dat sinterklaas niet meer bestaat? Een tijd lang heb ik goede hoop gehad – zowel bij sinterklaas als bij hoe de babyt’jes worden gemaakt – dat zijn omgeving hem wel wijzer zou maken en hij alleen bij mij zou komen voor een bevestiging van wat hij al wist. ,,Ja jongen’’, zou ik dan gezegd hebben, met de bedachtzaamheid van iemand die aan een pijp lurkt, ,,zo is het.’’ Ik zou de schemerlamp wat hoger draaien en wegduiken achter mijn krant. Maar toen Martijn hem vorig jaar al toevertrouwde dat de goedheiligman geen feit maar fictie was, maakte hij hem voor leugenaar uit en brieste zijn stem ’s avonds nog van verontwaardiging toen hij ons het verhaal van die verschrikkelijke misvatting deed. De mythe van de sint moet worden gekoesterd, maar hoe lang ga je ermee door? Jarenlang heeft hij geen seconde getwijfeld aan welk onderdeel van het sinterklaasfeest ook. Onze vrienden in Spanje hebben een Engelse buurvrouw met een witte schimmel in de manege achter haar huis. Dat is dé plek waar sinterklaas zijn paard in de zomer stalt, beweerden wij, en mijn zoon zag geen enkele aanleiding om daar ook maar het kleinste vraagtekentje bij te zetten. Maar als je zeven bent en het ongeloof grijpt in je klas als miltvuur om zich heen, wordt het dan geen tijd om de mythe te ontkrachten? Na een eerste nietszeggend antwoord op zijn vraag over de schoorsteen, bereid ik me samen met mijn eega voor op een ernstig gesprek. Dat volgt als hij de trap afkomt met zijn pyjama, die hij het liefst beneden voor de televisie aantrekt. ,,We moeten even met je praten’’, zegt mijn vrouw, met de dictie van iemand die net een cursus slechtnieuwsgesprekken heeft gevolgd. Zijn gezicht schiet op alarmfase 1. ,,Jesse begon met schoppen. En toen schopte ik alleen maar terug! En toen de juf dat…’’ Even ben ik bang dat de rest van de avond weer in het teken staat van de strijd tegen zinloos geweld op en rond het schoolplein, maar mijn eega laat zich dit keer niet afleiden door iemand die zichzelf er bij lapt. Ze vertelt omstandig over een oude bisschop die, heel lang geleden, erg goed voor de arme kindertjes zorgde, ze te eten gaf, en af en toe een cadeautje. Maar ‑ en nu komt het ‑ deze man is al heel lang dood. Maar omdat we nog elke keer aan hem denken, vieren we elk jaar sinterklaasfeest met cadeautjes. Mijn zoon ziet het probleem niet zo. Sinterklaas, cadeautjes – allemaal niks mis mee. ,,Sinterklaas bestaat niet’’, zeg ik. ,,Iedereen doet maar alsof. Papa’s en mamma’s kopen die cadeautjes gewoon in de winkel.’’ Hij kijkt zo verbaasd als een Jehova’s Getuige voor wie een deur uitnodigend openzwaait. ,,Hij bestaat niet?’’ ,,Nee’’, zeg ik. ,,Je bent erin getrapt.’’ Dat zinnetje volstaat om de lont in dit vaatje buskruit te ontsteken. Hij stampt op de grond en schreeuwt, met overslaande stem, dat het niet eerlijk is, dat grote mensen niet mogen liegen en dat wij al net zo stom zijn als Martijn, als hij zegt dat sinterklaas niet bestaat. Maar woede duurt bij hem nooit langer dan een chocomel en een dropje, en de rest van de avond besteedt mijn vrouw aan de nazorg. Die bestaat voornamelijk uit het aftroggelen van de plechtige belofte dat hij de mythe in stand blijft houden, voor andere, kleinere kinderen dan hij, die nog wel in sinterklaas geloven. ,,Dus niet meteen roepen, als je een hulpsinterklaas ziet: ’Hij bestaat niet!’, want dat is niet leuk.’’ Hij begrijpt het. En zijn boosheid laait nog maar één keer op, als hij de volgende ochtend vroeg wakker wordt, naar beneden stampt en mij wakker schreeuwt met: ,,En dat paard in Spanje is zeker ook niet van
sinterklaas!’’
terug naar pagina Columns Dick
|