Uit de HDC-bladen van 10 juni 2010, door Dick van der Plas.

 

 

Man kan de was doen

Als we het speelveld van het verjaardagsfeestje betreden, weten mijn zoon en ik alle ogen op ons gericht. ,,Ze zien er nog best toonbaar uit'', meldt de ene schoonzus verbaasd, na haar ogen tijdens een inspectierondje van onze kruinen tot onze schoenen te hebben gestuurd. De andere knikt. ,,Geen vuile kleren, redelijk doorvoed en zelfs de haren zitten in de gel.'' Het is niet de enige plek waarop wij met meer dan normale belangstelling worden bekeken, in de post-eindexamenweek die mijn eega en dochter bij vrienden in Spanje doorbrengen. Alle emancipatiebewegingen ten spijt, vrouwen scheppen er nog steeds genoegen in om mannen af te schilderen als onzelfstandige wezens.


Het lijstje met instructies dat ik heb gekregen bevat vooral
richtlijnen de opvoeding van onze zoon betreffende. Let erop dat hij
op tijd naar bed gaat. Zorg dat hij zijn huiswerk maakt. Laat hem zijn brood niet vergeten. Houd in de gaten wanneer hij sportdag heeft. Van die dingen. Verder zijn het praktische zaken als de bloembakken in de tuin water geven en - dat is voor het eerst in 27 jaar huwelijk - een beknopte handleiding om de was te doen. Normaal leg ik de vuile kleding in mijn vrouws afwezigheid op een mooie stapel voor de machine, maar vanwege de omloopsnelheid van aangekoekte onderbroeken
en besmeurde handdoeken vreest ze dat we halverwege de week in
problemen komen.


De machine is zodanig ingesteld dat ik alleen maar op 'start' hoef te
drukken, nadat ik kleding en een half bolletje wasmiddel in de trommel
heb gedeponeerd. Man kan de was doen. Het lijkt me een bezigheid die
door de eeuwen heen door onze echtgenotes om onbegrijpelijke redenen
tot mythische proporties is opgeblazen. Het ingewikkeldst aan de was
doen, is het sorteren. Vanwege het feit dat ik daarbij gruwelijk in de
fout kan gaan, mag ik voorlopig alleen handdoeken, washandjes en
onderbroeken wassen, waarbij ik erop moet letten dat de Björn Borgs
van mijn zoon daarna niet in de droger gaan. Daar schijnen ze niet
tegen te kunnen. Mijn eigen onderbroeken kennelijk wel, want daar heb
ik niks over gehoord. Later in de week experimenteer ik met
wielerkleding en sportshirts van mijn zoon. Bij twijfel draai ik voor
elk felgekleurd stukje textiel een nieuwe was. Het gaat toch vanzelf.
Overmoedig geworden prop ik ook de spijkerbroek van mijn zoon in de
trommel, waarbij ik door een goddelijke ingeving zijn mobiele telefoon
inclusief koptelefoon van een wasbeurt op 30 graden weet te redden.


Ook anderszins ben ik goed bezig. Normaal is haar kamer verboden
gebied, maar nu mag ik het Heilige der Heiligen van mijn dochters
kamer betreden om de vissen te voeren. De vissen? In de gitzwarte bak
kan ik met moeite enig leven onderscheiden. De wanden van het aquarium
zijn groen uitgeslagen van de alg en de tl-buis in de kap geeft geen
krimp. Mijn eerste uren als man alleen besteed ik door met een
schuurspons tot in mijn oksels in de groene smurrie te boenen, als een
BP-robot in de Golf van Mexico. De koopavond benut ik voor de aanschaf
van een nieuwe lamp en zowaar, er zij licht! Dat zie ik ook de laatste
vier vissen denken, knipperend met de ogen na zoveel weken duisternis.


In onze strijd tegen de vooroordelen is mijn zoon een grote steun. Op
de vraag of zijn vader wel kookt, dreunt hij moeiteloos en met een
zekere trots het weekmenu op. Donderdag Chinees, vrijdag pizza,
zaterdag patat, zondag taart, chips, worst en soep ('we hadden een
verjaardag'), maandag gebakken aardappelen met biefstuk, dinsdag
pasta, woensdag pannenkoeken met spek uit de magnetron en donderdag
(ontdooide) Chinees van de week ervoor.


Wanneer komen ze terug?, wil mijn moeder bezorgd weten. Donderdag? Dan
kom ik 's morgens het huis stofzuigen en een bloemetje neerzetten.


Van alle vrouwen met vooroordelen, is zij wel de ergste.

 

 

 

 

 

Huishouden

 

Vrijdag 4 juni 2010

 

Normaal is haar kamer verboden gebied, maar nu ze met haar moeder voor een week naar Spanje is afgereisd mag ik het Heilige der Heilige betreden om de vissen van mijn dochter te voeren. Vissen? In de gitzwarte bak op haar kamer kan ik slechts met moeite enig leven onderscheiden. De wanden van het aquarium zijn groen uitgeslagen van de alg en de tl-buis in de kap geeft geen krimp. Waarschijnlijk al weken niet meer. Mijn eerste uren als man alleen - nou ja, mijn zoon zit ergens in zijn kamer te computeren, daar heb je op dit soort momenten niks aan - besteed ik door met een schuurspons tot in mijn oksels in de groene purrie te boenen, als een BP-robot in de Golf van Mexico. De koopavond benut ik voor de aanschaf van een nieuwe lamp en zowaar, er zij licht! Dat zie ik ook de vissen denken, knipperend met de ogen na zoveel weken duisternis. Daarna doe ik de weekendboodschappen - mijn jongste nazaat klaagde 'dat er niks meer in huis was' (meestal het signaal dat de chips en cola op zijn) - ruim de voorraadkasten in, geef de doos Italiaanse Chardonnay (Val di Ciembra) die ik bij mijn wijnboertje heb opgehaald een mooi plekje en haal voor de eerste keer in mijn leven de was uit de droger, een handeling die mij die morgen door mijn eega is gedemonstreerd. Tevreden leun ik rond 22.30 uur achterover, in de overtuiging dat het huishouden een overschatte bezigheid blijft, zodra je tenminste wat achterstallig onderhoud hebt weggewerkt. Alleen het koken is er vandaag een beetje bij ingeschoten.

 

 
 

 

 

 

 

terug naar de beginpagina website

naar het weblog