|
|
|
|
Lease-ouders Als hij middenin de nacht wakker wordt omdat hij moet plassen, roept hij altijd ‘Papa!’. Als hij naar gedroomd heeft, gaat er ergens in zijn hersens een schakelaar om die daar ’Mama!’ van maakt. Bij het opstaan wil hij ’s morgens de praktische- en emotionele helft van zijn ouderpaar nog wel eens door elkaar halen en roept hij, zoals het hem uitkomt, om papa of mama. Alleen in de vakanties is hij consequent. Als hij dan uit bed wil, roept hij ‘Edwin!’. Edwin? Wie is Edwin? Edwin is zijn lease-vader. Edwin is de ene helft van een stel waarvan het vrouwelijke deel bewust geen kinderen wil. ,,Op momenten dat we er behoefte aan hebben, spelen we wel lease-ouders van die van jullie’’, liet ze zich een keer ontvallen toen het onderwerp ter sprake kwam. Lease-ouders zijn op afroep beschikbaar: om op te passen, mee naar de dierentuin te gaan of om het kroost een dagje op te vangen in hun boswachterswoning met de grote boomgaard. Sinds ze een jaar of vijf geleden naar Spanje verhuisden, beperkt het lease-ouderschap zich vooral tot de vakanties. In het voorjaar zoeken we ze twee weken op, in hun paradijsje aan de rand van een Spaans wijndorpje aan de Costa Blanca. En ‘s zomers spreken we – als het zo uitkomt – altijd ergens in Europa af, om nog eens drie weken met elkaar op te trekken. In de rolverdeling van de lease-ouders is zijn vriendin vooral de (niet boze, ook niet echt strenge, maar meer de kinderen gedogende) stiefmoeder. Maar Edwin pakt zijn rol van lease-vader met overgave op. Bij de eerste schreeuw in de vroege ochtend (’Edwin!’) staat hij naast het bed van onze zoon om - na het gezamenlijk doornemen van de afgelopen nacht en andere zaken die mijn jongste nazaat op dat moment bezighouden - te verhuizen naar de kamer van mijn dochter. Een half uur tot een uur, kan de ochtendsessie daar duren. En ze eindigt meestal in een oorverdovend lawaai en een chaos van kussens en beddegoed. Maar tot die tijd hebben de echte ouders zich nog een keer of drie kunnen omdraaien. De rest van de dag is het knokken om de gunst van Edwin. Wie mag er naast hem zitten aan het ontbijt? Wie mag met hem mee op de scooter? Wie gaat er met hem water halen uit de bron? En wie gaat er met hem wandelen? Als ze niet allebei mee kunnen (of van elkaar niet mee mógen) breken er verhitte discussies uit, waarin geen argument wordt geschuwd. ,,Jij hebt al genoeg aandacht van Edwin gehad’’, hoor ik mijn zoon (7) zijn oudere zus (12) dan toebijten. Edwin leest voor, Edwin speelt ijsbeertje met de kinderen in het zwembad en Edwin koopt een opblaasboot waarin ze met z’n drieën de golven voor de kust van Moirara trotseren. En als ze uit het water komen, bouwt Edwin aan de vloedlijn zandkastelen en dijken, waarachter wij ons op onze badlakens en met onze dikke vakantiethrillers heel veilig en beschut weten. Als we ‘s avonds thuiskomen wil Edwin nog wel even badmintonnen. Of volleyballen. Of gedrieën op de bank (zelfs in hoogzomer met de open haard aan, omdat mijn zoon dat zo gezellig vindt) naar een dvd- of een ’making of’ kijken van een film die zijn woning in het achterland van de Spaanse costa nog niet heeft bereikt. En daarna trekt hij – eerst om half negen, en daarna rond half elf – er nog een half uur voor uit om zijn lease-kinderen met een verhaal naar bed te brengen. Na twee of (in de zomer) drie weken, neemt hij in de regel oververmoeid afscheid van ons, met de jaarlijkse verzuchting: ,,Ik snap niet hoe jullie dat het hele jaar volhouden.’’ Hij denkt dat echte ouders net zo gek zijn als lease-ouders. terug naar pagina Columns Dick
|