Grupo Vino despues

Column Dick van der Plas voor dinsdag 21 februari 2006, die hoort bij de volgende column over het traininskamp:

Van Wilders tot Boonen

Hij heeft nog nooit iets gestolen, houdt zich keurig aan de leerplichtwet, loopt gewetensvol stage en kan de neiging niet weerstaan om ’u’ tegen mij te zeggen, ondanks allerlei aansporingen van mijn kant om dat vooral niet te doen. Hij lijkt dan ook niet de meest voor de hand liggende kandidaat om het heropvoedingsprogramma van mijn fietsschool voor ontspoorde jongeren te openen. Mijn bijna achttienjarige pupil is een modelburger. Toch heeft hij een gebrek. Een verborgen gebrek. Hij is een fan van Geert Wilders.

Het aanpakken van ontspoorde jongeren is hot. Op deze plek memoreerde ik vorige week al het televisieprogramma Van etter tot engel, dat losgeslagen tieners weer op het rechte pad brengt. In volkswijken van grote steden verrichten Marokkaanse sportscholen heilzaam werk. En in de Tweede Kamer wordt gepleit voor heropvoedingskampen voor jongeren die niet willen deugen of onvoldoende kansen krijgen in de maatschappij.

Mijn programma richt zich vooral op de verrechtsing van de Nederlandse jeugd. Het kwaad zie ik wortel schieten in mijn eigen huis. Hetzelfde jongetje uit de klas van mijn zoon (9) dat beschikt over de grote stapel hardcore cd’s heeft ook hele eigen opvattingen over het Nederlandse immigratie- en naturalisatiebeleid. En die steekt hij niet onder de schoolbanken. Zo kan het gebeuren dat onze jongste nazaat aan de ontbijttafel – tot afgrijzen van zijn moeder - propageert dat ons land toch wel behoorlijk vol is en dat ’Rita van Donk’ een verstandige kijk heeft op het aanpakken van dit probleem.

Hij is nog te jong om honderd kilometer tegen de wind in te trappen, maar ik heb hem alvast genoteerd als aspirant-lid.

Opgroeiende jongeren hebben de neiging om te provoceren. De liefde van mijn fietspupil voor de populist Wilders heeft bij hem thuis al tot de nodige commotie geleid. Toen hij de naam van zijn gebleekte politicus op de flights van zijn dartspijlen wilde laten drukken, verstond zijn nietsvermoedende moeder van de leverancier – die ze bij toeval aan de telefoon kreeg omdat deze per ongeluk twee keer zoveel flights had gedrukt als mijn pupil had besteld - dat het ging om flyers (propagandamateriaal) van Wilders. Het misverstand kon worden opgehelderd vlak voordat ze met het hele gezin op het punt stonden naar een schuiladres te verhuizen.

Net als alle heropvoedingsprogramma’s is dat van mij simpel: het gaat uit van discipline, voldoende lichaamsbeweging en een doel om na te streven. Dat van ons is de Amstel Gold Race (15 april), in het Limburgse heuvelland, toevallig ook de thuisbasis van Wilders. Zolang het tempo van onze trainingsritten dusdanig is dat we nog met elkaar kunnen praten, leg ik mijn geestelijk ontspoorde jongere uit hoe de wereld werkelijk in elkaar zit (het enige onderdeel dat mijn echtgenote zorgen baart). En wat zit erin voor mij? Bij de start van dit wielerseizoen heb ik ontdekt dat ik weliswaar 2 centimeter langer, maar ook nog 14 kilo zwaarder ben dan Tom Boonen. Mijn pupil – ook 1.94 meter, net als ik - is 2 kilo lichter dan de Belgische wereldkampioen en heeft diens sprint in de benen. Ik maak hem geestelijk beter, hij mij lichamelijk. Van Wilders tot Boonen.

Elk heropvoedingsprogramma kan niet zonder steun van de overheid of het bedrijfsleven. Ik doe verwoede pogingen om de vader van mijn eerste pupil – een succesvol ondernemer – te interesseren als materiaalsponsor. Ik heb potentiële geldschieters wat te bieden. Ik kan inmiddels bogen op de eerste resultaten van mijn politieke heropvoedingsfietsschool. De liefde van mijn pupil voor Wilders is aan het bekoelen. Dat blijkt als ik met hem op internet speur naar adressen waar je shirts met het bedrijfslogo van zijn vader kan laten bedrukken en we stuiten op een site waar wielershirts van de ChristenUnie worden aangeboden.

Mijn pupil veert op: ,,Zijn die er ook van die Groep Nawijn?’’

Geef me nog een jaar. Dan mag hij voor het eerst stemmen.

 

(Column Dick van der Plas voor dinsdag 13 juni 2006)

El Grupo Vino Despues

Het routeboekje vermeldt half acht als vertrektijd, maar dan komen alleen de drie Nederlandse fietsers opdagen bij Bar Rincón in het Spaanse Xaló (Jalón). De Groep Paco is al om zeven uur vertrokken richting de Barx, de Groep Armando en Ruben komt pas om acht uur. Dus zetten wij ons maar even aan een tafeltje met een kop koffie; ikzelf, mijn in Spanje rentenierende vriend en mijn 18-jarige neefje, de laatste overtuigde aanhanger van de Groep Nawijn, el Grupo Vino Despues, zoals die in het Spaans heet.

We zijn niet op vakantie, maar een weekje op trainingskamp in het middelgebergte van de Costa Blanca. Mijn fietsclub voor politiek ontspoorde jongeren heeft gastvrij onderdak gevonden bij iemand die zichzelf nog steeds een echte socialist noemt, ook al is hij op zijn 45ste gestopt met werken om zich, vanuit zijn met palmbomen overwoekerde stulpje op 5000 vierkante meter eigen grond, voornamelijk te wijden aan racefietsen en onder de parasol zitten. Maar het vuur van de oude idealen waarmee zijn ouders hem hebben opgevoed, is nimmer gedoofd. En dat komt goed van pas, als we in de avonduren de wereld doornemen met het neefje dat zijn politieke heil eerst zocht bij Geert Wilders maar dankzij mijn inspanningen de afgelopen maanden voorzichtig van positie veranderde, om zichzelf voorlopig even te parkeren bij het narcistische warhoofd Hilbrand Nawijn.

Behalve discussies over een tolerante samenleving en de rechtvaardige verdeling van het Bruto Nationaal Product omvat het trainingskamp ook een onderdompeling in een andere cultuur, in dit geval de Spaanse. Voor een wielrenner betekent dat opstaan om zeven uur, ontbijten met een kop koffie en een cakeje, om daarna door de bergen te trappen tot een uurtje of tien, als de almuerzo zich aandient. Bij deze maaltijd tussen het ontbijt en de (late) lunch in, maakt het horecapersoneel geen onderscheid tussen werklui in overall en sportmensen met een fietshelm, zodat we ons elke dag terugvinden achter een tafel waarop zich behalve olijven, pinda´s en stokbroden met tortilla en ham ook een fles wijn en een fles gaseosa (bubbelwater om de wijn mee aan te lengen) bevinden. Daarna is het weer drie uur trappen voor we een restaurant kunnen opzoeken voor een volgende fles wijn, gaseosa en het driegangenmenu del diá, waarvan het tempo wordt bepaald door degene die het eerst zijn bord leeg heeft. In Bar Restaurante Serrella in Benasau betekent dit in ons geval dat we na de paella met kabeljauw, het gestoofde rundvlees met gebakken aardappelen en de frambozentaart (de salade en de mand met in olijfolie gedrenkt brood werken we tussendoor ook nog weg) na een half uur weer buiten staan.

Het zal wel aan het warme weer liggen, dat we hierna op het gemak naar huis moeten rijden om de dagelijkse 120 kilometer vol te maken.

Onze kijk op de Spaanse cultuur wordt een beetje vertroebeld door de zondagse rit met de Groep Armando en Ruben (de rest van de Club Ciclista Xaló lag nog op één oor of moest van hun vrouw bij de Eerste Communie of een doopplechtigheid zijn). El Grupo Vino Despues rijdt een beetje vertwijfeld rond als de Spanjaarden zich niks aantrekken van hun eigen cultuur en de 120 kilometer door de bergen alleen maar onderbreken voor een blikje cola bij een benzinepomp. Maar de louterende werking van het feit dat de uitbundig getatoeëerde Ruben van drie turven hoog mijn 18-jarige familielid er op elke bergje uit fietst (dat was ons, oude mannen, nog niet gelukt), vergoedt veel.

Of het allemaal helpt?

Aan het eind van weer zo´n inspannende dag, verzucht mijn politiek ontspoorde neef dat het jammer was dat Rita Verdonk het af heeft moeten leggen tegen Mark Rutte. Anders was hij VVD gaan stemmen.

Mijn rentenierende vriend en ik hebben nog drie met wijn besprenkelde avonden onder de palmboom om hem te overtuigen van het socialistische gedachtegoed.

 

terug naar pagina Columns Dick

 

terug naar de beginpagina website

naar het weblog