Another glorious day

Column Dick van der Plas voor maandag 11 augustus 2003

De man loopt ons eerst aarzelend voorbij, houdt dan stil en keert op zijn schreden terug. Of hij ons wat mag vragen, zegt hij in upperclass English. Welzeker, mag dat. Hij heeft een tijdje naast ons gelegen op het strand van Woolacombe, heeft gehoord dat wij Nederlands spreken en vraagt zich nu in gemoede af wat we hier te zoeken hebben, in deze uithoek van Engeland. En hoe komen we hier, in het meest noordwestelijke puntje van Devon? ,,We could hardly find it ourselves'', roep hij uit.

Heel Europa zucht onder een constante hittegolf, maar hier miezert het. Niet dat de Engelsen – buitenlanders zie je hier vrijwel niet – zich daar ook maar iets van aantrekken. Het strand zit afgeladen vol en in zee ziet het zwart van de zwemmers. Zwart? Ja, vrijwel iedereen draagt een wetsuit, bij een zeewatertemperatuur van een graad of vijftien. In de winkels hangen ze naast de strandschepjes te koop en bij vrijwel elke strandafgang kun je ze huren: twee pond per uur of zeven pond voor een hele dag. Zo kun je je grenzen nog eens verleggen: alleen als het de hele dag stortregent (dat overkomt ons een dag of vijf, in deze drie weken) blijven we nu binnen. Als het miezert, zwaar bewolkt is of gewoon hard waait, doen we net of het lekker weer is. Net als al die Engelsen. ,,Another glorious day, isn't it?''

Ja, waarom gaan wij eigenlijk naar Groot‑Brittannië? Omdat we het al een jaar of acht doen, is een te voor de hand liggend antwoord. Omdat het er mooi is, ook. Er zijn zoveel landen waar het mooi is. Omdat je er iedereen makkelijk kan verstaan, dan? Ja, maar dan kun je ook naar België, Suriname of Zuid‑Afrika.

Twee vrienden van ons rijden tijdens deze vakantie achter ons aan, op de fiets en met een klein koepeltentje. Zij vinden Engeland maar een raar land. Twee jaar terug fietsten ze door Zuid‑Afrika, maar daar hebben ze lang niet zoveel discriminatie meegemaakt als op deze reis. Op veel campings staat al bij de entree een bordje 'No tents' (caravans beschadigen het heilige gras niet, zoals het grondzeil van een tent), op momenten dat je wat wilt eten of drinken smijten ze de pub voor je neus dicht en als je de pech hebt met kinderen een eetgelegenheid binnen te stappen, word je er óf uitgegooid (omdat er wettelijk geen kinderen in de buurt van de bar mogen komen) óf verwezen naar de familyroom, waar je tussen de flipperautomaten en de dartborden in een bedrijfskantine‑achtige ambiance van de kleine kaart (de ’grote’ kaart geldt alleen voor het gedeelte voor volwassenen)  je maaltijd mag kiezen. Engelsen zijn de uitvinders van de apartheid: in de trein heb je tegenwoordig zelfs aparte wagons voor mensen met een mobieltje.

Onze vrienden wonen normaal in Spanje, hoeven door omstandigheden nooit meer te werken en rijden nu, vrijwillig, op de fiets door een land waar ze hun hand niet omdraaien voor weggetjes met een helling van 25 procent, waar je om de andere dag met al je spullen zeiknat regent en waar ze in de pub geen kop koffie voor je willen inschenken. Wij moeten gewoon werken voor ons geld, maar reizen in een caravan met een satellietschotel, een computer voor de kinderen, een waterkoker, een koffiezetapparaat, een goedgevulde koelkast en een oven voor de verse pistoletjes bij het ontbijt. Toch zijn onze motieven om naar Engeland te gaan, dezelfde als die van onze welgestelde vrienden op hun afgeladen fietsen.

In de druilerige regen en de aanwakkerende wind op het strand van Woolacombe geven we de Engelsman op de vraag wat we hier doen, het enige antwoord dat mogelijk is.

Wij komen hier om te lijden.

,,Ah, masochists’’, zegt de Engelsman begrijpend. Hij steekt zijn hand op en loopt tevredengesteld door.

 

terug naar pagina Columns Dick

 

 

 

terug naar de beginpagina website

naar het weblog