Natuurlijk breekt de zon al snel door de nevel, dan kunnen we toch nog lekker
buiten ontbijten. Mooi niet dus, alle stoelen zijn al bezet. Eerst ligt Oscar de
hele nacht tussen ons in op bed en nu pikt hij mijn stoel in. "Hup opstaan, ga
muizen vangen of zoiets", nu weet ik het zeker: later kom ik terug als
gecastreerde kater, geen gedoe met vrouwen of racefietsen, maar lekker de hele
dag luieren.
Nog heel even en de zon
zal de nevel wegbranden, er zijn al stukjes blauwe hemel zichtbaar. Met 14
graden is het vannacht niet erg afgekoeld, gisteren was een onbewolkte dag, het
werd 24,3 graden. Agenda: rommelen in de tuin en een ITV
keuring.
Fraser laat enthousiast zijn nieuwe zadel zien, “kijk:
20 gram lichter”. Tegenwoordig weegt een racefiets zo´n 7 kilo en kost zomaar
4000 euro. Lichtere onderdelen zijn duurder, iedere gram minder kost je zo´n
euro extra. Ik wijs op mijn buik, “Kijk Fraser: 11.000 gram lichter” Ja, dat is
eraf en nog nooit heb ik in één maand 2000 kilometer gefietst, tot vandaag. “Jij
hebt meer uren gefietst dan ik werk”, klaagt fietsmaat Ruben. Dat is overdreven
want ik zit aan de 80 uur deze maand. Het is allemaal een kwestie van even
doorzetten, eigenlijk voel ik mij helemaal geen doorzetter, zonder anderen kan
ik het niet meer opbrengen. Dick is een week geweest en Javi is werkeloos, die
hebben gezorgd dat ik mij weer bij de sterkste van de fietsclub kan rekenen. Om
bergen op te kunnen fietsen moet je niet alleen sterk zijn maar ook niet te
zwaar. Overgewicht trekt je gewoon naar beneden, het voelt afschuwelijk, de Coll
de Rates leek eind februari nog op de Mont Ventoux. Nu is het weer gewoon Coll
de Rates. Veel fietsen en met een klein beetje honger naar bed, weinig alcohol
en de 11 kilo was eraf in 2 maanden. Heb ik toch mooi zo´n 11.000 euro
bespaard.
Buurkat Karel koestert
zich in de ochtendzon. Het heeft lang geduurd voordat hij achter de werking van
ons kattenluik kwam. Nu kan hij er wel in maar nog niet zelf eruit, hij eet
eerst al het kattenvoer op en miauwt mij dan wakker. Ach, maar hij is ook wel
lief. Gisteren was een mooie dag, het werd 23,3 graden en vandaag ziet het er
ook goed uit. Agenda: fietsen met Javi en naar de ITV
keuring. Voor de verandering deze keer met onze eigen Opel Sintra.
Onbewolkt maar niet
droog. De luchtvochtigheid bij zonsopkomst is 92%, alles zit onder een dikke
laag dauw. Het is 12,6 graden, gisteren begon het een beetje Spaans zomers te
voelen met een maximumtemperatuur van 26,2 graden. De poezen hebben een hekel
aan natte pootjes en volgen zoveel mogelijk de muurtjes tijdens de
ochtendwandeling. Agenda: met een auto van een klant naar de
ITV in Ondara. Grasmaaien in Mascarat (Altea)
“Wat betaal je nu in de bodega voor een liter
wijn? Nog geen euro? Een liter benzine is duurder”. Als je kijkt hoeveel uren
werk er in een fles wijn zit, bestaat het niet dat de consument zo weinig
betaalt. Dat moet ten koste gaan van de kwaliteit. We weten het omdat we helpen
met druiven plukken: alle trossen, of ze nu overrijp of nog net niet rijp genoeg
zijn, of er een beetje negra in zit of een spin, alles gaat in de
aanhanger en verdwijnt op de grote hoop in de coöperatie. “Nee, wij controleren
iedere tros met de hand”, vertelt Peter, “alleen de beste kwaliteit druiven komt
in onze flessen terecht.” Vol trots tonen Juanvi en Peter hun bodega,
vandaag gaan ze 50 liter wijn bottelen en wij mogen kijken. Ze hebben
verschillende druivenrassen staan in hun wijngaarden en besteden veel tijd aan
mengen, proeven en laten rijpen van hun wijnen. Wijn zit in houten tonnen in
afwachting van het perfecte moment om gebotteld te worden. Flessen rood, wit en
rosé liggen geduldig te wachten op mooie momenten met vrienden om met aandacht
gedronken te worden. De mannen maken de flessen grondig schoon en geven geduldig
uitleg van alles wat ze doen. We mogen proeven en ze geven toelichting op alles
wat ze volgend jaar anders gaan doen om nóg betere wijn te maken. Nee, ze
verkopen niks, maar we gaan naar huis met een doosje verschillende wijnen om te
proeven. Wijn, met aandacht en liefde gemaakt door vrienden, dat is
onbetaalbaar.
Alweer komt de zon op aan
een onbewolkte, strak blauwe hemel. Verder is het groen, ontzettend groen met
bloeiende bloemen en zingende vogels. Gisteren werd het 23,8 graden, uurtje
gefietst en voor Juan het zeil van het zwembad gehaald. Alweer intens groen,
maar nu zijn zwembadwater. Geen probleem want daar heeft hij een ander mannetje
voor. Agenda: almuerzo houden met een paar Spanjaarden en
daarna helpen met wijn bottelen. Naar de kapper en misschien een klein stukje
fietsen, dat hangt af van het bottelen.
De spoorbloemen staan in bloei en kleuren de randen van de
druivenvelden. Witte exemplaren zie je niet veel. Misschien is het net als in de
dierenwereld een albino. Ooit heb ik wel eens een witte ree gezien, er komen
witte egels en witte merels voor. Door hun opvallende uiterlijk hebben ze het
moeilijk in de vrije natuur. Hun normale soortgenoten hebben een schutkleur en
vallen niet zo gauw ten prooi aan vijanden. Daar kan de witte spoorbloem geen
last van hebben, want eigenlijk valt de rode meer op.
Blauw, intens blauw is de
hemel. Vannacht is het afgekoeld tot 8,5 graden, gisteren liep de temperatuur
op tot 22,7 graden. De wind kwam tegen de middag vanaf zee, windkracht
2-3. Dat is op de fiets altijd een beetje jammer. Bij de 23 kilometer lange
afdaling van Alt de Margarida naar Pego hadden we wind tegen. Het gaat nog best
lekker maar minder snel. Agenda: nog geen idee. Een heel
klein stukje fietsen met Cokky.
“En doe een oud fleecejack aan!” Anders vindt ze
altijd dat ik me wat netter aan moet kleden als ik naar het dorp ga, en nu moet
ik wat ouds aan? “Ja, anders heb je straks een brandgaatje in je nieuwe jack,
dat is zonde. En denk erom dat je gáát, en dat je op tijd bent!”. Ik had op tijd
naar bed gewild, middernachtelijke activiteiten in het dorp delegeer ik graag
aan Cokky, maar vannacht gaat ze met vrienden naar Benissa, uit eten, vuurwerk
kijken en naar het concert van Melendi, terwijl in ons dorp Correfocs
optreden, vuurrenners. Dat is een spektakel dat je hier minder vaak ziet dan in
Cataluña. Daar werd het begin van de feesten in de 12e eeuw al
aangekondigd door dansende, met vuur gewapende lawaaierige duivels. Het licht in
het dorp gaat uit en zwaar tromgeroffel kondigt de komst aan van de correfocs.
Gehoornde duivels, gewapend met drietanden vol vuurwerk rennen en dansen door de
straten. Het is een luidruchtig en spectaculair optreden, duister en dreigend.
Daarna is er muziek op het plein, maar ik ga lekker naar huis. Lig ik toch nog
op tijd in bed, zonder nieuwe gaatjes in mijn
fleecejack.
Mooi komt de zon op maar of
het weer zo´n mooie dag zal worden als gisteren is onzeker, het werd 23 graden.
Het verschil met het binnenland is opmerkelijk, bij Xativa was het veel warmer.
Langs de kust voelde je direct de frisse zeewind. Agenda: om
8.30 uur fietsen met Javi en zijn broer Ruben.
Als je niet met minstens tien man aan tafel zit,
ben je alleen, hier in Spanje. En alleen zijn, dat kan niet, dat is ondenkbaar.
Alle feestdagen en tradities horen in grote groepen gevierd te worden. Zoals de
Romero, die de laatste zaterdag van april gehouden wordt. Vanaf het plein
vertrekt een groep muzikanten met trommels en herdersfluiten. Iedereen uit het
dorp loopt er achteraan de berg op om rozemarijn te plukken. Dat wordt tot een
mooi boeketje gebonden en de volgende dag wordt het in de kerk gezegend. Daarna
beschermt het je huis een jaar lang tegen blikseminslag. Aan de voet van de berg
zoekt iedereen een plekje om te picknicken. Traditiegetrouw worden er ´bollos´
gegeten, een soort pasteitjes die je normaal bij de bakker koopt maar die op die
dag door iedereen zelf gemaakt worden. Met een vulling van tomaten of doperwten.
Dat gaat al minstens 100 jaar zo. Het is inmiddels traditie geworden dat we, net
als Juanjo en Lina, Manolo en Tonica, Eugene en Anna, Juanvi en Nelida, Carlos
en Tere, onder de eerste grote boom aan de linkerkant gaan zitten om de
meegebrachte etenswaren te nuttigen en dat het gewoon gezellig is. Laten we
hopen dat het over 100 jaar nog zo is.
Telefoon: “Edwin, ik heb je auto op de brug staan, je
moet even komen kijken.” Ik probeer hem uit te leggen dat ik volledig afga op
zijn oordeel, als hij vindt dat er iets vervangen moet worden, dan moet hij het
maar bestellen. Maar nee, zo gemakkelijk kom ik er niet af. Ik moet komen, zodat
hij me precies kan uitleggen wat is mis is en wat de mogelijkheden zijn. Hij kan
nu het ergste repareren en de rest nog even laten zitten. Dat is nu goedkoper
maar dan over een half jaar of zo moet de hele boel weer uit elkaar dus
uiteindelijk zijn we dan duurder uit. Tot een maand geleden repareerde Juanjo
auto´s in een veel te kleine werkplaats in Xaló, of op de straat ervoor. Je
moest binnen altijd uitkijken om je hoofd niet te stoten tegen auto´s die op de
brug stonden. Er was veel te weinig ruimte en de arbeidsomstandigheden waren
niet echt aangenaam. Zoon Hector is ook monteur geworden dus moest er uitgebreid
worden. Nu is zijn prachtige nieuwe werkplaats geopend, bij de T-splitsing in
Alcalali. Geen gezellige kletspraatjes meer als we toevallig langs lopen, hij
zit nu een stuk verder weg. Cokky heeft vanochtend de Sintra weggebracht en een
paar uur later: “Edwin, je moet even komen kijken”. Gelukkig, verder is er niets
veranderd.
Het is vrijwel onbewolkt
en 10 graden. De regen van gisteren stelde niet veel voor, we hadden gewoon
kunnen gaan fietsen. In totaal viel er 2 mm en het werd 18 graden.
Agenda: omdat het fietsen met Javier gisteren niet doorging
gaan we vandaag. We doen een beetje rustig aan want voor morgen staat er een
tocht van 165 km in het routeboekje en zondag fietsen we natuurlijk ook.
(Hopelijk regent het dan.) Oscar is weer helemaal gek en grijpt alles wat
beweegt, vliegjes, grasjes en bomen.
Het is mijn eigen schuld, de Ier weet waar ik woon en
heeft al verscheidene malen gebeld over een boom bij zijn buurman die de
telefoonkabels beschadigt. Nu komt hij aan de deur. Goed dan, binnenkort kom ik
wel even kijken. We zijn niet naar Spanje gekomen om te werken, maar het is
natuurlijk leuk meegenomen, want de lijfrentepolissen waarvan wij leven zijn
niet geïndexeerd, en dus aan inflatie onderhevig. Maar er moet natuurlijk wel
tijd overblijven om te fietsen. Onder dwang van Cokky (ik kan geen nee zeggen)
werk ik niet meer voor: Joan, Terry, Jane, Steven en nieuwe klanten. Kennissen
kan ik niet weigeren, dus die komen er wel weer tussen door. Voor Juan werk ik
het liefst en het vaakst, maar hij heeft de neiging om mij alles te laten doen,
“kan je dit tweepersoonsbed even in elkaar zetten”, en dat heeft weer niets met
de tuin te maken. Nee, werken in Spanje is geen enkel probleem als je maar iets
kan en bereid ben met veel minder geld genoegen te nemen. De meeste Spanjaarden
verdienen zo tussen de 900 en 1400 euro per maand. Helaas is er weinig werk voor
managers, bankmedewerkers, bibliothecaressen, ambtenaren en andere mensen die
niets kunnen. Ach, je kan altijd nog een bed&breakfast beginnen want bedden
verschonen kan iedereen.
Ze doen mij denken aan een ongestreken katoenen overhemd dat ik al jaren in
de kast heb hangen en weiger aan te doen. “Het hoort zo”, zegt Cokky, die niet
van het strijken is. De grote lilakleurige zonneroosjes hebben dezelfde
gekreukte bloemblaadjes als het overhemd. Maar bij deze soort hoort het echt zo.
We zijn net een weekje te laat om de enorme orchideeën te fotograferen die hier
in de bergen groeien. Het komt door de afgelopen koude winter. Normaal bloeiden
ze rond 10 maart, we hadden dus rond 10 april de wandeling moeten maken. Nu
resten ons slechts een paar half uitgebloeide planten. Het zijn echt reuzen,
soms zo´n 80 centimeter hoog met een prachtige bloem. Een Nederlandse naam heeft
de Barlia robertiana niet. Er groeien veel soorten in het gebergte van
de Bernia en Planises. Anderen bloeien nu wel en zijn ook mooi maar voor Robert
ben ik iedere keer te vroeg of te laat. Volgend jaar moet het lukken. De bloemen
die nu vooral opvallen zijn de wilde gladiolen, ik moet mij beheersen om niet
een flinke bos te plukken, dat hoort niet. Ik laat ze netjes staan, hoewel we ze
na vijf uur wandelen eigenlijk best verdiend hebben.
Het is onbewolkt en windstil. De regenmeter geeft 0.3 mm aan, zoveel dauw is
er. Gisteren was een mooie dag, het werd 22,9 graden. Lekker veel gedaan,
precies 100 km gefietst en drie uur gras gemaaid. Agenda:
met Poppy wandelen en de rest van het gras bij Juan maaien. De goudsbloemen
zijn nog dicht, bijna iedere bloem herbergt een gast. Die hebben lekker droog en
warm overnacht in een soort Hollandhuis. Voorzichtig steken ze hun kopjes uit de
bloemen om te kijken of het luchtruim vrijgegeven kan worden.
De zonsopkomst is mooi, er is wat lichte bewolking. Erg koud is het vannacht
niet geweest, de miniumtempertuur kwam uit 8,6 graden. Gisteren was een
prachtige dag met fraaie wolkenluchten, het werd 21,4 graden. Toch heb ik een
groot deel van de dag mijn regenpak aangehad om niet doorweekt te raken bij het
afspuiten van de balkonranden bij het huis van Juan. Agenda:
fietsen met Javi, grasmaaien bij Juan. Nee, er zitten geen stofjes op de
foto, een groepje meeuwen heeft de kust verlaten om eens in het binnenland
voedsel te zoeken.
“Weten jullie
wat voor dag het volgende week is?” vraagt juf Araceli opgetogen. Ja, dat weten
we wel, het is bijna onmogelijk om niet in de gaten te hebben wat voor dag het
volgende week is. In heel Benissa wordt hard gewerkt. Alle plantsoentjes staan
vol nieuwe bloeiende plantjes, de feestverlichting hangt in de straten, overal
zijn schilders bezig om de straatjes en pleinen op te fleuren en de gevels van
de huizen van de Festeros worden ook van een nieuw kleurtje voorzien. Van 23
april tot 2 mei worden de feesten van de “Puríssima Xiqueta” gevierd, de Heilige
Maagd van Benissa. Veel optochten, herrie, vuurwerk, Heilige Missen,
bloemenofferandes en natuurlijk stiertjes in de straten. “Dus volgende week is
er geen les en ik geef ook maar een klein beetje huiswerk. Kom naar de Feesten,
normaal zie je niemand hier op straat maar dan zijn de straten vol leven en
gezelligheid”, zegt ze. Ik heb Cokky ook al gehoord over middernachtelijke
uitstapjes naar Benissa. Dat is niets voor mijn sportlijf. Maar zolang we na
twee weken Paasvakantie en één week les wéér een week vrij hebben van
Valenciaanse les, hoor je mij niet klagen over de feesten.
“Hé, is dat Cornelia niet?”. In het groepje fietsers
dat ons tegemoet komt herken ik mijn vrouw, maar ze fietst naast een andere man,
niet van haar eigen club maar van Alcalali. Van Xaló vertrok er niemand
vanochtend, zelfs de voorzitter verruilde zijn fiets voor de motor en Matias
heeft zijn heil gezocht bij de club van Benissa. In 2003 waren we een sterke
club met gemotiveerde mannen, we maakten lange ritten en deden mee met
toertochten. Nu zijn ze allemaal te zwaar en ze betalen niet alleen iedere maand
100 euro om hun motor af te betalen, maar ze zijn ook een hoop geld kwijt aan de
sportschool en de diëtiste. Even verderop halen we twee mannen op mountainbikes
in, die tegen ons beginnen te praten. O verrek, dat zijn er twee van Alcalali
die normaal op de racefiets rijden. Bij Gata komt een wielrenner naast ons
rijden in een Xalo-pakje. Eerst herken ik hem niet, maar als hij begint over de
Mountainbiketocht van vorige week weet ik het weer, dit is een mountainbiker uit
ons dorp die blijkbaar ook een racefiets heeft. Kan iedereen alsjeblieft weer
gewoon in zijn eigen clubkleren op zijn eigen rijwiel met zijn eigen club
meefietsen? Gelukkig heb ik siësta gehouden op mijn eigen bank met mijn eigen
vrouw. En zo hoort het ook.
"Maak straks even wat mooie foto´s van de orchideeën”, zeg ik tegen Cokky als
ik wegfiets. Zij gaat wandelen, richting Bernia en zo langzamerhand moet er toch
wel het nodige in bloei staan. Ik fiets met de club van Pedreguer de Alt de
Margarida op en ik voel dat ik weer sterk begin te worden. Met een groepje van
vijf komen we op iedere helling als eerste boven, ruim voor de andere vijftien
wielrenners. Het trainingskamp met Dick heeft gewerkt. Na de lunch in Planes
gaan we via Castellon de Rugat weer richting kust. Als we weer in Pedreguer
aankomen staat er 125 kilometer op de teller. Daarom ben ik met de auto hierheen
gekomen, anders zou er nog 28 kilometer bijkomen voordat ik thuis ben. Op de
Margarida was het iets vochtig maar in de loop van de middag trekt de bewolking
een beetje weg. Cokky is ook weer net thuis als ik aankom. Ze heeft nog geen
grote orchideeën gevonden, alles bloeit veel later dan anders. Zullen we de
komende week nog een keer moeten gaan wandelen en orchideeën zoeken. Maar dan
wel met een strak blauwe hemel en een stralende zon.
Pssssstttttt…. weer een lekke band. Moeilijk is het lek
deze keer niet te vinden, midden in het loopvlak steekt een flinke spijker. Hij
is zo lang dat de velg zelfs geraakt wordt. Dat wordt de tweede nieuwe
buitenband deze maand. Eerst een stootlek, en nu is het gat wel zo groot dat ik
maar beter weer een nieuwe band kan nemen. De fiets waarmee mijn in Nederland
werkende vriend heeft gereden kan, na een noodstop, ook wel een nieuwe
achterband gebruiken. Racefietsen is niet goedkoop. Zeker niet als je vier
racefietsen hebt staan. Met de auto kan ik rustig 80.000 kilometer rijden om
daarna 4 nieuwe banden te kopen voor zo´ n 260 euro. Met de fiets ligt dat wat
anders. Slecht één week, zon 750 kilometer. Natuurlijk moet je een beetje geluk
hebben. Ooit heb ik eens 5000 kilometer met een voorband gedaan. Deze maand
wordt ik echter door pech achtervolgd. Bij de fietsenmaker betaal je rond de 45
euro voor een buitenband, daar ben ik al jaren geleden mee gestopt. Tegenwoordig
bestel ik ze met 12 tegelijk voor 28 euro. (adviesprijs 54 euro) Deze keer doe
ik het samen met Javi, we gaan we voor de Continental GP 4000 S. Natuurlijk
hebben we ook binnenbanden van 5 euro per stuk erbij besteld. Vandaag 406 euro
overgemaakt, kunnen we weer een jaartje fietsen.
De zonsopkomst is
prachtig, meestal is het weer dan wat minder. We hebben een onstabiele periode
met veel wolken en kans op een bui. Gisteren was een droge dag, het werd 17,7
graden, prima fietsweer. Net toen Javi en ik in Xaló waren kwamen we Cokky op de
fiets tegen, dus hebben we samen nog even het oefenrondje gereden. Weer 110 km
erbij, zo dat zijn er 1200 deze maand. Agenda: we gaan een
uitstapje maken naar het ITV keuringsstation.
Het is bewolkt met hier
en daar een stukje blauw. Het is nog steeds fris voor de tijd van het jaar.
Alles groeit als kool en iedere dag staat er meer in bloei, zoals de smalbladige
weegbree. Agenda: voor het eerst in lange tijd maar weer
eens een stukje fietsen, met Javi.
Paella maken is geen
kunst aan. Een beetje kok bereidt in 20 minuten een heerlijke paella, het echte
deskundige werk komt pas na afloop van de maaltijd en daar ben ik toevallig
specialist in. De enorme paellapan weer schoonmaken: dat is pas een kunst. Al
drie dagen ben ik er niet aan toegekomen maar vandaag is het gelukt. Hij is weer
blinkend schoon. Het best zet je de flink aangekoekte pan een nachtje in het
water. Daarna schraap je de aangebrande resten eruit en dan maar schuren. Dat
gaat het best met van die groene schuursponsjes en een speciaal middel om
paellapannen schoon te maken dat ze hier in de ijzerwarenzaken verkopen.
Schuren, schuren en schuren, zo´n dik halfuur totdat hij blinkt als een spiegel.
Daarna de pan afspoelen, afdrogen en snel invetten met olijfolie. Wacht je 10
minuten met de olijfolie dan vormen zich al de eerste sporen van roest. Een
paella pan hang je daarna op tot de volgende sessie. Het eerste wat ik dan weer
mag doen is het oude laagje olijfolie eruit schuren en dan pas kan de kok hem
weer vies maken om alle eer op te eisen. Ach, het leven is niet eerlijk.
Zo, het heeft lekker
geregend, de laatste bui viel 21 dagen geleden en de bovengrond begon droog te
worden. Er viel 22 mm. Overal hangen dikke wolken in de vallei. Het is 11,6
graden. De pas gezaaide zonnebloemen schieten als zonnebloemen uit de grond. Het
duurt lang voordat ze bloeien, nu doen de Spaanse margrieten het nog prachtig.
“¿Como estas?”, hoe gaat het met jou, vraagt Manolo
als een ouder Engels clublid zijn racefiets tegen de muur zet bij het
ontmoetingspunt. “Si”, antwoordt hij. Gelukkig is hij geen Nederlander anders
zou ik mij nog dieper schamen. Toch trek ik het mij een beetje aan, we zijn
tenslotte allemaal “extranjeros”. Een heel klein beetje Spaans kan je toch wel
leren? Ik weet dat het moeilijk is naarmate je ouder hierheen komt om je aan te
passen. Halverwege de tocht ontstaan er meer communicatieproblemen, maar nu met
mij, als blijkt dat de Engelsman slechts 16 gemiddeld heeft gereden en ik wel
26. Zijn teller geeft mijlen aan. Zijn lengte is iets van six feet en zijn
gewicht 12 stone. Turkije is beter aangepast voor de EU, bedenk ik mij. Wel
rijdt hij op een prachtige nieuwe Spaanse Orbea. De Spaanse fietsenmaker keek
even vreemd op toen hij de remkabels moest omdraaien. Knijp je nu rechts in dan
remt hij voor en niet achter, want dat is zo bij alle fietsen in Engeland. Nou
moet ik natuurlijk niet overdrijven want natuurlijk past hij zich wel aan. De
hele tocht fietst hij aan de goede kant van de weg.
Heerlijk, het regent en ik
hoef vandaag niet te fietsen want Dick gaat naar huis. Er is al bijna 20 mm
regen gevallen vannacht. Wat een planning, 7 dagen fietsen met droog weer: 731
kilometer gefietst met 9.880 hoogte meters. Agenda: met Dick
naar bar Juans voor een uitgebreid almuerzo. Gegarandeerd dat Dick niets meer
hoeft te eten totdat hij thuis in Katwijk zit. Daarna Dick naar Valencia
brengen. De katten balen als het regent. Oscar zoekt een plekje met
elektrische vloerverwarming, hebben we toch nog een beveiligde
internetverbinding.
“Waar is Edwin?” wil Nelida weten. “Waar is
Edwin?” vraagt Juanjo. Dus leg ik het nog eens uit: Dick, één week, fietsen, laatste dag.
Meewarig kijken ze me aan: “hij weet niet wat hij mist!” We eten in het
restaurant van de ouders van de verloofde van de dochter van de voorzitter van
de fietsclub, Pinosol in Javéa. Daar maken ze een “arroz para chuparte los
dedos", om je vingers bij op te eten. Waarom dit een arroz is en
geen paella kunnen ze me niet goed uitleggen, maar er zit alleen maar
vis in, geen vlees, geen groenten. Het wordt op dezelfde manier gemaakt als
paella, in een grote, ondiepe paellapan. Deze rijst heet arroz al
senyoret, rijst voor hoge heren, omdat alle vis en garnalen en mosselen en
wat er verder inzit, gepeld en in kleine stukjes gesneden zijn, zodat je het kan
eten zonder vieze vingers te krijgen. Het smaakt perfect, alles is heerlijk
hier. “Edwin weet niet wat hij mist, die zit natuurlijk aan een menuutje van
zeven euro, een stukje varkensvlees en een paar patatten”, zegt Manolo genietend
als hij voor de derde keer opschept. Nou ja, uitgebreid uit eten of 157
kilometer fietsen: het effect is ongeveer hetzelfde: beide mannen liggen
vanavond uitgeteld op de bank.
De zon schijnt weer
prachtig door de ontluikende druivenblaadjes. Het is 5, 1 graden en vrijwel
onbewolkt. Gisteren was een mooie dag, het werd 20,8
graden. Agenda: de laatste fietsdag van Dick sluiten we af
met een lange tocht.
Het was een clubloze fietsdag vandaag voor Dick en
mij. In Xaló werd een mountainbiketocht georganiseerd. De fietsclub van Xaló was
ingeschakeld om te helpen op kruispunten of voor andere hand- en spandiensten,
en de halve fietsclub van Pedreguer deed mee aan de 35 kilometer lange tocht
over de onverharde weggetjes rond het dorp. Cokky maakte foto´s op een steil
stukje en heeft haar woordenschat aardig uitgebreid met Spaanse krachttermen.
Met Dick een kustritje
gefietst. Dick heeft daarna zijn traditionele jaarlijkse paella gemaakt, die
smaakte weer prima. Morgen is het San Vicente, een lokale feestdag. ´s Morgens
werken de meeste mensen wel maar ´s middags heeft hier in de streek iedereen
vrij en de traditie wil dat de mensen met familie en vrienden dan gezellig uit
eten gaan. Paella. Alweer paella? Nee, Dick en ik gaan fietsen want het is zijn
laatste dag. Traditioneel sluiten we het trainingskamp af met een zware rit over
de Tudons. Paella eten laten we over aan de fietsclub.
“Die auto is wel 150.000
euro waard”, zegt Gareth en hij kijkt verlekkerd naar de donkerblauwe rallyauto
voor hem. Die ziet er uit als een wrak, in mijn ogen, maar nee, de
versnellingsbak is heel bijzonder en de motor heeft wel 400 PK. In de klim naar
de Bernia was hij dertig seconden eerder boven dan Gareth. Normaal gesproken
fietsen we samen op zaterdag, maar hij fietst vandaag niet. De fietsers
van Xaló hebben bijna allemaal een motor, bij de club van Pedreguer doen de
fietsers ook aan rallyrijden. Toni zit in het bestuur van allebei de
organisaties en bijrijder José Luis heeft ook een racefiets. Op het dorpsplein
is het een herrie van belang: vroem vroem, even gas geven, even showen. In
minder dan tien minuten zijn ze boven, ze moeten drie keer omhoog en de beste
tijd telt. Op de fiets is het record 25 minuten. Ik fiets liever, dan doe je het
echt helemaal zelf, je hoort de vogeltjes fluiten, en ik hoef gelukkig maar één
keer omhoog te rijden.
Er zijn veel wolken, maar
de weerman voorspelt een zonnig weekend. De meidoorn bloeit, de nachtegaal zingt
en de koekoek hebben we ook al gehoord. De kweepeer bloeit, onder het bloemetje
is de vorm van de vrucht al zichtbaar. Agenda: fietsen, over
de Coll de Rates, Puerto de Ares en nog een keer Coll de Rates. En misschien
gaan we vanmiddag wel even kijken naar de rally op de Bernia,
want Gareth doet mee. Als we onze benen tenminste zo ver kunnen krijgen dat ze
na die 120 kilometer van vandaag weer van de bank af willen.
Alweer onbewolkt en
windstil en slechts 4 graden. Iedere dag ontstaan er tegen de middag veel wolken
die zich boven de toppen van de bergen verzamelen. Kijken of het vandaag weer
zo´n dag wordt. Agenda: ja, u raadt het al, fietsen. We gaan
een rustig, redelijk vlak rondje fietsen langs de Middellandse Zee. De
druivenblaadjes worden nu iedere dag snel groter.
"Mooi is het hier". zegt Dick als we door de Vall de Gallinera omhoog fietsen
naar Alt de Margarida. "Ja, prachtig hè, alleen zou je ervan moeten kunnen
genieten", weet ik er met moeite uit te krijgen. Deze maand al 660 kilometer
gefietst en dat is te voelen. Natuurlijk praten we over veel meer dingen dan
alleen maar fietsen, hij schrijft hier dagelijks over. Kijk dus ook op het weblog van Leidsch Dagblad
journalist Dick van der Plas.
De eerste echte tocht van 162 km zit erop. Vriend Dick is echt sterk dit
jaar, of ik ben nog niet helemaal op volle sterkte, dat kan natuurlijk ook.
Morgen gaan we een rit maken onder leiding van Javi, die vast wel uitgerust van
afgelopen maandag. Misschien zeg ik wel dat er een spoedopdracht is
binnengekomen om ergens een grasveld te maaien en dat ik pas vrijdag weer kan
fietsen. Wie niet sterk is moet slim zijn. Kijk voor een uitgebreid verslag
op het weblog van
Dick.
De poezen helpen : zaadjes
uit de grond kijken. De bonen komen al op, en de sla ook, en we krijgen véél
zonnebloemen dit jaar. Na de bewolkte dag van gisteren ziet het er naar uit dat
het vandaag weer zonnig wordt. Agenda: fietsen, fietsen,
fietsen, met Dick naar de
Barx.
Rafa, die een autospuiterij heeft legt mij de crisis
uit: “Mensen rijden met hun auto´s nog evenveel deuken maar ze laten ze niet
meer repareren.” De crisis in Spanje is behoorlijk heftig, hoge werkeloosheid,
de mensen geven minder uit en betalen moeilijk hun rekeningen. De huizenprijzen
staan al lang onder druk. Leuk als je net van plan bent om een huisje in Spanje
te kopen, zou je zeggen. Alle banken hebben nu huizen te koop staan, sommige met
40% korting. “Koop nu een huis en betaal de eerste drie jaar geen
hypotheekrente”, adverteert Bancaja. Maar heb je er als Nederlander wat aan als
je op zoek bent naar een huis in Spanje? Mensen die naar Spanje komen willen
vaak geen flatje in een stad maar een vrijstaand huis, met zwembad, voldoende
slaapkamers voor als er logees komen, goede voorzieningen, mooi uitzicht en niet
te ver van de bewoonde wereld. Nou, dat wordt behoorlijk zoeken en als je wat
leuks ziet reken dan maar op een flinke prijs. De huizen die wij wel zien zitten
naderen toch al snel de 450.000 euro. De CAM bank is een grote bank, over heel
Spanje hebben ze 6 vrijstaande huizen in de verkoop en wel 100
appartementen. De foto heb ik gemaakt in Pego. Het zijn prachtige vrijstaande
nieuwbouw huizen, ze staan al een paar jaar te koop. Een Spanjaard kan het niet
betalen en een buitenlander wil het niet. Want wie wil er nu op een Spaans
industrieterrein wonen?
Soms vraag ik mij af hoe ik er van achteren uit
zie. Waarschijnlijk walgelijk dik. Gelukkig circuleren hier nog geen foto´s van
op internet. Want het lukt niemand om achter mij te rijden. Dat heb ik toch maar
mooi voor elkaar. Vijf uur en 31 minuten rijd ik achter de smalle kontjes van de
broertjes Labajo. Samen zijn ze net breed genoeg om mij een beetje uit de wind
te houden. Als Ruben, tijdens onze stop in Finestrat, mijn fiets aan de kant zet
schiet hij in de lach, mijn stuur komt bijna tot aan zijn kin. Dat heb ik weer,
nooit goed over nagedacht bij mijn beslissing om in Spanje te gaan wonen, een
beetje Spaanse wielrenner weegt hier ongeveer de helft van mij. Bergaf rem ik
flink om achter de ventjes te blijven. Het is zo lullig als ik iedere keer als
laatste boven ben en als eerste beneden. Dus blijf ik vandaag netjes achter ze.
Jammer dat ik geen vrouw ben want, zover ik het kan beoordelen, zien ze er goed
strak uit in hun wielerbroekjes. We hebben pech want de weg naar Finestrat is
afgesloten. We proberen het maar het is onmogelijk, zelfs een mountainbiker komt
terug. We rijden dus weer terug naar de kust en dan weer omhoog naar Finestrat.
Daarna over Polop, Callosa en Tarbena naar Coll de Rates. Nee, ik laat mij niet
gaan, ook hier blijf ik achter ze rijden. Eerst nog 5 kilo afvallen, dan pas
durf ik ze weer te passeren.
“Waar gaan we eigenlijk heen?” “Geen idee, maar Manolo heeft gereserveerd in
een goed restaurant.” Mooi zo, dat is het belangrijkste. Een dagje op stap met
een stel Spanjaarden is altijd leuk: je hoort nog eens wat en je komt nog eens
ergens. Zoals gebruikelijk vertrekken we bijna een uur later dan afgesproken
maar daar maakt niemand zich druk om. Met vier auto´s rijden we over de snelweg
richting Valencia en gaan ter hoogte van Naquera het binnenland in. Hij heeft
het meest geavanceerde model GPS van Garmin dat er te koop is, maar tijdens de
sanitaire stop bij een benzinepomp vraagt Manolo voor de zekerheid, of uit
gewoonte, toch even hoe we precies moeten rijden naar het uitzichtpunt. We zijn
niet de enigen, met moeite vinden we nog net een parkeerplaats bij de “Ermita de
Garbi”. We klauteren over de prachtige rode zandsteenformatie omhoog en aan onze
voeten ontvouwt zich een prachtig panorama. Wat een uitzicht, wat een landschap.
“Dit gebergte noemen ze de Pyreneeën van Valencia”, vertelt Carlos, “maar
officieel heet het de
Sierra Calderona”. Na de prima maaltijd in een Asador, een grillrestaurant,
rijden we weer een stukje omhoog om nog even bij een klooster te kijken. Deze
weg ken ik, hier heb ik wel eens gefietst. De hele berg zit vol met picknikkende
gezinnen, mensen zitten te eten, liggen te slapen of spelen met de kinderen. In
de barbecues laaien de vuren hoog op. We parkeren en lopen een heel eind naar
het klooster dat zich verstopt achter hoge muren en dat gesloten is voor
bezoekers. Nou ja, toch leuk om even te zien. “En morgen, waar gaan we dan
heen?” Morgen is weer een feestdag, maar reken niet op mij, morgen ga ik
fietsen.
Heel voorzichtig beginnen de sinaasappelbomen te bloeien. Eerst ruik ik ze en
dan pas zie ik de eerste bloeiende bloemen. Hier en daar hangen er nog
sinaasappels aan de bomen. Soms zijn ze vergeten of hangen ze te hoog om te
plukken, soms moet er nog een boomgaard geoogst worden. De sinaasappeltijd is
duidelijk over. Er zijn soorten die heel vroeg rijp zijn, vanaf eind november en
soorten die nu nog geoogst kunnen worden. Zo duurt de sinaasappeltijd een dikke
vier maanden.
Onze bank is fantastisch om een siësta op te houden.
Als ik na 40 minuten ontwaak voel ik dat ik oud word, ik voel mijn benen, vooral
mijn hamstring in mijn linkerbeen. Mijn voeten zijn moe, mijn handen zijn stijf,
een kruisband bij mijn linkerknie is gevoelig. Als ik rechtop ga zitten voel ik
precies waar het zadel heeft gezeten. Maar heel langzaam word ik weer een beetje
sterker in de bergen, hoop ik. Kijk, een mailtje uit Nederland van
Alexander:
HAY EDWIN, HEB
JIJ OOK OP JE FIETSCOMPUTER EEN METER VOOR DE KILOJOULES/KILOCALORIËN? HOEVEEL
VERBRUIK JE DAN OP EEN RIT? ALS IK OP MIJN HOMETRAINER ZIT, VERBRUIK IK, ALS
HET GOED GAAT, TUSSEN DE 2600 EN 2800 PER 45 MINUTEN. DAN BEN IK WEL
OP.
Dat kan ik mij wel voorstellen, niets vervelender
dan een hometrainer. Natuurlijk geeft de HAC4 Pro ook aan hoeveel Kcal ik heb
verbruikt. Hij weet het totaal gewicht, fiets plus ik zo´n 96 kilo, dat ik een
man ben en mijn hartslag. Dus zijn berekening zal wel kloppen. Ik heb vandaag 5
uur en 10 minuten gefietst en 3750 Kcal verbruikt. Dat zijn 15.750 Kilojoules,
en dan ben ik wel op.
“Mijn kont doet zeer, en mijn schouders en mijn
rug ook”, klaagt Juan vlak voordat we aan de “Alto de Orba” beginnen. We hebben
er bijna 70 kilometer opzitten en na deze klim hebben we het ergste gehad. Juan
klaagt anders nooit, hij is één van de weinige stabiele factoren van de
fietsclub van Xaló. Altijd gewoon doorfietsen, altijd sterk. “Ja, maar kijk, de
laatste keer dat we 70 kilometer gefietst hebben was in oktober”, legt hij uit.
“Het was de hele winter koud, of nat, of ik was verkouden. Ik ben nog nooit in
zo´n slechte conditie aan het nieuwe fietsjaar begonnen”. Dat geldt een beetje
voor ons allemaal, behalve voor Edwin die met Javi serieus 110 kilometer aan het
fietsen is, zonder almuerzo te houden. Vandaag zijn we voor het eerst weer naar
Benissiva gefietst. Dat betekent dat de ergste kou weer voorbij is, al was het
nog behoorlijk fris tijdens de afdaling in de schaduw van de “Grand Canyon de la
Gallinera” zoals de kloof in het kersendal genoemd wordt. We houden samen met de
club van Alcalali almuerzo in de bar van David. Buiten loopt de pastoor langs
met een houten kruis en een handvol gelovigen op weg naar de kruisweg bij de
begraafplaats. Een deel van de mannen bestelt Jamón serrano, rauwe ham, maar
Miguel neemt gebakken ei. “Dat is ook vlees hoor, als er een embryo in het ei
zit!” plaagt de rest hem. Op Goede Vrijdag hoor je geen vlees te eten, maar het
belangrijkste voor deze mannen is dat er gefietst wordt. Wat de Club Ciclista
Xaló betreft is het wielerseizoen weer begonnen.
Echt ontspannen zit Cokky niet te eten, ze heeft
om vijf uur een afspraak met de dokter gemaakt omdat ze last van een pijnlijke
voet heeft. “Ik moet nog douchen want ik kan er niet met ongewassen voeten heen.
“ Blauwe Maandag, Dolle Dinsdag, As Woensdag en vandaag blijkt het dus Witte
Donderdag te zijn. Soms kan ik het niet meer bijhouden. In Nederland is zelfs
Goede Vrijdag geen vrije dag meer, dat is overzichtelijk. Hier in Spanje heb ik
vaak geen idee waarvoor de mensen vrij hebben. De pastoor van het dorpje Forna
loopt van deur naar deur om op dezelfde plaats te eindigen als wij, in
restaurant Nautiles. Nee, op Witte Donderdag is er geen goedkoop menuutje van 10
euro, we moeten van de kaart eten. De gereserveerde tafels worden gezellig
gevuld met Spaanse gezinnen. We bestellen “cordero”, lamsbout. Dat is alleen
mogelijk voor 2 personen omdat hij nu eenmaal zo groot is. Tegen vier uur
verlaten we het kleine dorpje, het kasteel bezoeken we wel een andere keer.
Thuis gaat Cokky naar de dokter en ik kijk in de Wikipedia wat Witte Donderdag
is: “De liturgie van Witte Donderdag omvat de voetwassing van twaalf
gelovigen door de priester, die Jezus en de apostelen symboliseren”. Ja,
dat hoort bij Witte Donderdag: uit eten en je voeten wassen. Ben benieuwd hoe
Dolle dinsdag gaat uitpakken.
Onbewolkt, 12 graden en
er staat wind vanuit het noord-westen. Dat is niet gunstig om een rustig stukje
te fietsen. Gisteren was een mooie dag, lekker veel grasgemaaid, Cokky heeft
flink geholpen. De tuin van Juan ziet er keurig uit voor de paasdagen. Het werd
18,1 graden. Agenda: Cok, wat gaan we vandaag doen? Nou,
misschien een stukje fietsen. Koepoes houdt tijdens de ochtendwandeling het
huisje van postbode Clemente goed in de gaten, want die heeft een hondje en je
weet maar nooit.
Laatste reacties