
« januari 2007 | Hoofdmenu | maart 2007 »
Maandag 26 februari 2007.
“Roem Roem”, zegt Pepe als ik vraag waar hij de mooie witte
bloemetjes mee heeft doodgespoten die tussen de nog kale druivenstruiken
groeiden. Nu ken ik uit mijn Staatsbosbeheertijd best veel merken vergif, sorry
ik bedoel gewasbeschermingsmiddelen maar van “Roem Roem” heb ik nog nooit
gehoord. Uit zijn blauwe bestelautootje pakt hij een bus die mij wel bekend
voorkomt. “O, je bedoelt “Round Up”!”. Hij kijkt mij niet begrijpend aan en
herhaalt: “si, Roem Roem”. Spanjaarden weten net zoveel van Engels als
Nederlanders van Spaans maar soms maken ze het wel heel bont. Deze morgen hebben
we de rest van de gesnoeide druiventakken van het land gehaald en verbrand. De
wind stond gunstig, van ons huis af, en waaide precies met de goede kracht om
voor een hels vuur te zorgen.
“Toebeljes”, zegt Armando als ik wijs op de banden van een Italiaanse Gios racefiets. Bij mijn fietsenmaker staan de één jaar oude racefietsen van het Relax team te koop voor slechts € 2000 maar dan er zit wel 40.000 km op. Nu ken ik inmiddels aardig wat banden merken maar van “Toebeljes” heb ik nog nooit gehoord. Ineens begrijp ik het, “o, je bedoelt tubeless, zonder binnenband”. “Si, toebeljes”. Na de 110 km van gisteren ben ik vanmiddag even langs gefietst en gelijk worden de versnellingen bijgesteld, nu loopt alles lekker soepel en het schakelen gaat ook perfect. Leuk ritje van 30 kilometer om even te recupereren. Bijna thuis kom ik Manolo tegen, tegelijkertijd passeert er een motor met zijspan. Un moto con un “siedekar” zegt hij. Nu heeft Manolo wel engelse les gehad dus ik verbeter hem, “sidecar”, zeg ik. Maar hoe heet een zijspan nu eigenlijk in het Spaans, vraag ik. “Siedekar” herhaalt Manolo. Thuis pak ik het woordenboek en tot mijn verbazing bestaat er maar een woord in het Spaans voor zijspan, “sidecar” Wie durft nu nog te beweren dat Spanjaarden geen Engels kennen?
Zondag 25 februari 2007.
Bij thuiskomst zie ik dat de maximum snelheid op 72 km/u
staat. De nieuwe Orbea Orca daalt geweldig af en dat terwijl ik nog aan de fiets
moet wennen. Hij is wat stijver, zenuwachtiger en minder comfortabel als de
Cannondale Synapse maar daar hou ik wel van, het geeft meer contact met de weg.
Met de bloeiende amandelbomen is de tijd weer gekomen
om je mond dicht te houden in de afdaling. Niet praten en ademhalen door je
neus. In de afdaling van Vall de Ebo hoor ik plotseling een tik tegen mijn helm
en een nijdig gezoem. Gelukkig zit er in mijn Spiuk helm een netje maar toch
schrik je en stopt om het beest uit je helm te laten. Nu is mijn Spaans in zulke
omstandigheden niet op zijn best, dus roep ik naar Armando en Javi, “Obeja” en
wijs op mijn helm. Eerst kijken ze verbijsterd rond en daarna beginnen ze te
lachen, “Obeja?” bhèhèè. Nee man je hebt een “Abeja” in je casco. “Nou ja, wat
maakt één letter nu uit”, zeg ik. Heel veel want je kunt beter een bij in je
helm hebben dan een schaap. Daar hebben ze natuurlijk een punt. Ik zal voortaan
wat beter op de o´s en a´s gaan letten. Even verder op passeren we de
Baranco de Inferno, de kloof van de hel. De weg loopt hier door een stukje
dennenbos waar een onbegrijpelijk verkeersbord staat. Al jaren vraag ik mij af
waar het bord mij nu voor waarschuwt. Vallende stenen? Dat kan niet want er zijn
geen rots wanden. Hagel, bij 24 graden? Vallende dennenappels misschien? Jagers
die met hagel op auto´s schieten? Maar nu kan ik het aan Armando vragen, hij
moet toch op de hoogte zijn met de Spaanse waarschuwingsborden. “Weet jij niet
wat dat bord nu betekent? “Cabron, het betekent: kijk uit abejas.”
Zaterdag 24 februari 2007.
Elke nieuwe generatie is weer wat slimmer dan zijn ouders,
althans bij de meeste gezinnen die ik ken. Ik heb meer opleiding dan mijn ouders
en zij weer meer dan hun ouders. Met die wetenschap schroefde ik de wc-bril er
een paar dagen geleden er af omdat de bril nooit omhoog wilde blijven staan.
Mijn ouders hebben voor deze wc weken lang gezocht
naar een passende bril en hem nooit gevonden. Dat is erg onhandig voor mannen,
nou ja het valt eigenlijk wel mee voor mannen, ons maakt het eigenlijk niets
uit. Steeds als ik de bril omhoog doe en hij klettert weer naar beneden denk ik
aan het wandtegeltje in de wc bij mijn schoonouders, “Heren doe de bril omhoog
de dames zitten ook graag droog.” Met goed richten red ik het meestal net niet
om aan deze wens van de dames te voldoen. Toen Cokky de bril in de andere
badkamer had afgebroken wisselde ik dus in een mum van tijd de wc-bril, die
paste daar perfect, nu nog even een goed passende voor die andere kopen.
Gewaarschuwd door mijn ouders zocht ik eerst op internet de verkooppunten op van
Sangra en ja hoor vlak bij in Benissa zit een winkel. Ja, mijn ouders hebben
geen internet dus wat ben ik toch slim. Dat was afgelopen donderdag. Vanochtend
ben ik voor de derde keer terug gereden, weer niet de goede bril. Op verzoek van
de verkoper heb ik digitale foto´s gemaakt zodat hij het model kon bestuderen.
De bovenkant van de stortbak heb ik meegenomen. Maar niets hielp, na montage
stortte elke bril als een guillotine op de porseleinen rand. Wat ben ik blij dat
ik geen drie meer ben denk ik dan iedere keer. Maar nu is de oplossing in zicht:
ik heb de wc foto´s naar Julión, de verkoper gemaild en hij gaat ze naar de
fabriek mailen. Ik moet toch slimmer zijn dan mijn ouders maar voorlopig zitten
we zonder wc-bril.
Vrijdag 23 februari 2007.
“Dat jij nog steeds bij diezelfde fietsenmaker ben kan ik niet begrijpen”, zei Gareth een paar dagen geleden. “In Denia daar is alles een stuk goedkoper”. “Ik krijg altijd gratis sokken” zeg ik nog maar dat lokt hoongelag uit, gratis? Maar Armando werkt bij mijn fietsenmaker en dat is een vriend van mij. Hij moet toch ook werk houden en ik vind mijn fietsenmaker wel goedkoop. Zo goedkoop zelfs dat ik een maand geleden niet eens de prijs heb gevraagd van de Orbea Orca TDE. Op internet heb ik hem uitgebreid bestudeerd. Zowel in Nederland als in Duitsland wordt hij aangeboden voor € 5499,-- Voor de niet-wielerfanaten die nu misschien even schrikken moet ik eerst even uitleggen dat het een heel normaal bedrag is voor een racefiets van topklasse. Het is trouwens een cadeau voor Cokky haar vijftigste verjaardag en dat feit mag best wat kosten. Zij kwam later met het voorstel om te ruilen. Zij mijn Cannondale en ik de nieuwe Orca. Na heel lang nadenken heb ik maar toegegeven. Het argument dat ze zich schaamt als ze op zo´n fiets bij de club verschijnt, gaf de doorslag. Gisteren kon ik de Orca komen halen. Hij was er zelfs 3 weken eerder dan gepland. Natuurlijk moeten er dan nog bidonhouders op en een zadeltasje voor de reservebanden, afstellen en daarna kon ik de fiets meenemen. De rekening zijn we vandaag gaan betalen. Ja, zegt Miguel Angel hier is de rekening. Je hebt hem met triple besteld en dat is 50 euro duurder. Hij komt dan op 4900 euro dan krijg je 15% korting en je krijgt geen garantiebewijs. Maar als je garantie nodig hebt dan maak ik wel een nieuwe bon. Hij mompelt nog iets over tweedehands, zucht nog een keer. Telt de bidonhouders en het zadeltasje bij de rekening op. Dat wordt dan 3890 euro. Goed? Ja, natuurlijk is dat goed. Ik loop de winkel uit en verwacht dat hij mij terug roept. Maar nee hoor zo is het in orde. Hij vergeet alleen de gratis sokken deze keer.
Donderdag 22 februari 2007.
In het weblog van mijn werkende vriend noemt hij mij steevast zijn rentenierende vriend. Dat klopt, hij wist al jaren lang dat wij zulke plannen hadden maar was altijd erg cynisch als het over sparen ging. Je leeft nu en wat is je geld nog waard over 20 jaar? Dat zet mij aan het denken, wat is het verschil tussen een journalist en een boswachter? Het is een hemelsbreed verschil. Een krant moet iedere dag af zijn en als hij uit is gooi je hem weg. Een beetje eik doet er 150 jaar over voordat hij gekapt wordt en dan gaat dienen als parket of als een duurzaam meubelstuk. Het gaat niet snel in de natuur maar het groeit wel door en dat vergeten de meeste mensen en ook mijn werkende vriend.
Meewarig keek Cokky naar de twee jaar oude parasoldennetjes die we aan het planten waren, nu al weer elf jaar geleden. “Weet je het zeker, ik kan het mij niet voorstellen dat dit eens grote bomen worden. De mens is ongeduldig, ik wil het nú en niet over 10 jaar. Gelijk beginnen met een volwassen boom of op zijn minst iets dat je ziet staan maar geen sprietje van 40 centimeter. “Moeten we ze wel 3 meter van elkaar planten, vraagt ze voor de tweede keer, je ziet ze niet eens staan.” Een boswachter weet dat kleine boompjes groot worden. Grote bomen planten is duur, ze waaien om of ze verdrogen, de kans dat het wat wordt is maar klein. Kijk, leg ik haar uit, nu zitten er in de top vijf knoppen volgend jaar worden dat vijf takjes, aan ieder takje komen weer vijf takjes en dat gaat zo door. Steeds meer, steeds hoger. Over vier jaar zijn dat er al een paar honderd. De grond is goed, het plantgat diep genoeg, er komt hier een dennenbos. Zeker weten.
“Weet je het zeker, ik kan het mij niet voorstellen dat wij ooit geld genoeg hebben om te stoppen met werken.” Cokky kijkt meewarig naar onze spaarrekening die voor ons op tafel ligt. Dat is nu al weer 22 jaar geleden. Gelijk met een volwassen bedrag beginnen of op zijn minst een paar ton in de Staatsloterij winnen dat schiet op. De mens is ongeduldig, ik wil het nú en niet over 16 jaar. “Moeten we het geld wel in lijfrentepolissen stoppen, vraagt ze voor de tweede keer, je weet maar nooit.” Een boswachter weet dat kleine boompjes groot worden. Met de Staatsloterij meedoen is duur, je hebt 12 maal meer kans op een dodelijk verkeersongeval dan een paar ton te winnen, de kans dat het wat wordt is maar klein. Kijk, leg ik haar uit, we hebben nu eindelijk 16.000 gulden gespaard, volgend jaar krijgen we er 8.000 terug van de belasting dan sparen we 32.000 en krijgen we 16.000 terug dat is het maximum maar het oorspronkelijke bedrag groeit ook en dat gaat zo door. Steeds sneller, steeds hoger. In 2000 is het minstens 800.000 en daar kunnen we dan van leven.
De wind fluistert zacht door onze dennenbomen. Ik kijk omhoog, eigenlijk moet er worden gedund. Ze staan te dicht op elkaar. Ze zijn erg groot geworden en Cokky kan het nog steeds niet geloven.
Dinsdag 20 februari 2007.
Mijn vakantie is bijna over. Nog een laatste fietstocht en een laatste foto in de tuin. Ik zal hem missen, niet alleen omdat hij ervoor heeft gezorgd dat we dik 400 km hebben gefietst de afgelopen dagen. Maar ook omdat ik morgen weer zelf het weblog moet gaan bijhouden. Ja, mijn vakantie is over.
Kijk op het verslag van Dick op onze website.
Maandag 19 februari 2007.
We hebben ze!
Voor het verslag zie wat
Dick erover schreef op onze website.
Zondag 18 februari 2007.
Pas nadat de gegevens van mijn fietscomputer voor mij op het scherm staan zie ik waarom er een groep A nodig is om lekker te kunnen trainen. De rode curve is mijn hartslag. Zoek nu uit waar groep A zich afsplitste van groep B.
Lees voor een verslag het verslag van Dick op onze website.
El Castillo de Aixa ligt 400 meter hoger dan onze woning. Jarenlang keken we omhoog naar de top van de 606 meter hoge berg. Met Juan, Javi, Thomas en Dick zijn we nu eindelijk boven geweest bij de restanten van het Moorse kasteel. Nu keken wij van af de top naar ons huis. Lees voor een verslag het weblog van Dick.
Vrijdag 16 februari 2007.
Costa Blanca
Ze zeggen dat de Costa Blanca zijn naam te danken heeft aan de bloeiende amandelbloesem, eerst geloofde ik dat niet, maar nu wel.
Voor onze fietsroute en verslag kijk op het, weblog van Dick
Vrijdag 16 februari 2007
Ze begrijpen niet veel van al dat fietsen, wandelen door de tuin dat snappen onze poezen wél. We hebben ze misschien een beetje raar opgevoed. Oscar vond het leuk om samen drie keer per dag door de tuin te wandelen. Luz namen we een jaar later van de rastro in Xaló mee. Goed idee vond Luz dat wandelen, en met twee katten is het leuker dan met één. Iemand heeft Rosa Koepoes bij ons in de tuin gezet toen ze vijf weken oud was. Na onze eerste ontmoeting kon ik direct naar de dokter, ze had me gekrabd en gebeten tot op het bot. Twee weken later lag ze spinnend op schoot. Voor mijn handen heeft ze nog steeds ontzag (net als Cokky). Zonder begeleiding gaat ze de tuin niet in. Nu wandelen we met drie poezen. Ja, wandelen dat begrijpen ze.
Route van gisteren. Kijk natuurlijk op het, weblog van Dick
Donderdag 15 februari 2007
“Jij hebt een weblog aangemaakt en toen erbij gezet dat ik hem zou bijhouden, lekker is dat”, zeg ik tegen Cokky. “Weet je wel hoeveel werk dat is?” “ Maar ik heb er toch niet bijgezet dat je het iedere dag moet bijhouden, of wel soms, één keer per week is ook regelmatig”, geeft ze als weerwoord. Nee, dat is waar maar als je iets doet moet je het ook goed doen, vind ik. Nu Dick er is om een week te fietsen heb ik geen zin om iedere dag een stukje te schrijven. En probeer ik Cokky zo ver te krijgen dat zij het van mij overneemt. Dan heb ik een weekje vakantie, nou ja vakantie, het is wel de bedoeling dat er kilometers worden gemaakt. Ik zal iedere dag zorgen voor het routeprofiel en kijk voor een verslag op het weblog van Dick, dan heb ik een week vakantie.
Woensdag 14 februari 2007
Ik probeer de tekst van mijn lesboek scherp te krijgen. Het lukt niet echt, ik blijf alles wazig zien. In het Nederlands is dat geen probleem dat kan ik wel gokken maar in het Spaans is dat onmogelijk. Zal ik hem dan maar opzetten? Het is even wennen maar ja, vijftig hè, alles wordt toch wat minder. Twee lessen heb ik zonder gedaan. Nu moet ik kiezen, of dom gevonden worden of er oud uitzien. Balen is dat want naast mij zit Irine, ze komt oorspronkelijk uit Georgië en heeft jarenlang in Nederland gewoond. Dat schept dus een band en af en toen help ik haar door een Spaans woord in het Nederlands te vertalen. Ze woont hier nog maar net en haar kennis van het Spaans is maar heel summier. Als ze mij dan hulpeloos aankijkt met haar prachtige donker bruine ogen, ja dan help je haar toch? De eerste lessen was ze een beetje verlegen maar naarmate ik haar meer geholpen heb wordt ze wat toeschietelijker. Ze is 32 jaar en heeft altijd leuke laarzen aan met een behoorlijk hoge hak, dat in combinatie met een spijkerbroek is dodelijk. Op de een of andere manier vind ik dat leuker dan een minirok. En dan natuurlijk dat hulpeloze erbij. Als ik op Spaanse les blijf is dat dus niet alleen voor juf Carmen maar ook om mijn Georgische bij te staan. Goed dan, daar gaat ie, wat kan mij het eigenlijk schelen. Ik pak mijn kleine leesbrilletje uit mijn tas en zet hem op daarna kijk ik voorzichtig Irine aan. Zij kijkt mij aan en lacht lief, dan pas zie ik dat ze echt 32 jaar is. Zonder bril had ik haar nooit meer dan 25 jaar gegeven. Ja, vijftig is wel even wennen maar een leesbril maakt meer kapot dan u lief is.
Dinsdag 13 februari 2007
We wandelen
over een onverhard weggetje langs een kronkelig riviertje omgeven door
sinaasappelbomen. Tien jaar geleden liep hier een herder met geiten nu komen we
wandelgroepjes en fietsclubjes gepensioneerden tegen. Het is even slikken maar
ik wist dat ze zouden komen.
Het “dikke konten model” zag ik voor het eerst in 1983, nee, het heeft niets met Cokky te maken. Het is puur wetenschappelijk. Het was een artikel van het CBS met een grafiek van de bevolkingsopbouw van Nederland. Zo´n grafiek heet een bevolkingspiramide. Maar bij deze grafiek was geen sprake van een mooi opgebouwde driehoek maar van een “dikke konten model”. In de nieuwe grafiek van 2007 is de dikke kont verdwenen maar is de buik behoorlijk aan het uitpuilen. Met een beetje nadenken kon je in 1983 de gevolgen al zien aankomen. Als voorbeeld had ik een 10 jaar oudere collega waar ik bijna meer uren mee optrok dan met Cokky. Hij stamt uit 1946, precies midden in de babyboom. Hij gedroeg zich ook precies als de gemiddelde babybomer. Kocht wat in de mode was, stemde op een partij die in was, ging vreemd op de juiste leeftijd, ruilde zijn auto in op het juiste moment, ging op vakantie naar Turkije, scheidde, kortom het CBS liep altijd achter met de cijfers, ik hoefde maar een blik opzij te werpen en ik had de nieuwste gegevens. Tien jaar ouder, over 10 jaar ben ik ook zo. Dat geeft natuurlijk mogelijkheden. Zeg, Peter, wanneer wil je stoppen met werken? Wat wil je dan gaan doen? O, je wilt een tweede huis in Spanje kopen, wandelen en genieten van de zon. Dat wilde ik ook wel maar wij zaten nog maar in de dijen van het “dikke konten model” en als Peter in Spanje een huis zou gaan kopen dan willen 3 miljoen andere Nederlanders dat ook. Engelsen en Duitsers niet eens mee gerekend. Denk je dan echt dat de hypotheekrente voor tweede woningen nog aftrekbaar kan blijven? Denk je dan echt dat lijfrente polissen altijd blijven bestaan? Denk je echt dat de AOW betaalbaar blijft? Denk je echt dat de huizenprijzen in Spanje zo laag blijven? Als ik thuis kom zeg ik tegen Cokky: “we gaan een huis in Spanje kopen. We stoppen al ons spaargeld er in en de rest lenen we”.” Maar we hebben nog nooit schulden gehad, kunnen we niet wachten?” “Nee, het moet nu, in 1994”. “Waarom dan?” “Vertrouw nu maar op mij, ik ben helderziend”.
Maandag 12 februari 2007
Manolo draait zich om en pakt uit één van de vele kleine laatjes een boortje van 90 cent. Best handig om niet te ver van het dorp te wonen. Ik kan naar de ijzerwarenzaak fietsen. Een week later loop ik in de Gamma, bij ons jaarlijkse bezoek aan Nederland één van mijn hoogtepunten. Ze hebben er echt alles, ineens valt mijn oog op een groot rek en zie ik het hetzelfde boortje hangen. Maar goedkoop nee, 1,45, hoe kan dat nu. Is Manolo goedkoper dan de Gamma? Op het moment dat ik het plastic pakje van het rek pak zie ik het, er zitten twee boortjes in. Gelukkig toch goedkoper. Maar ik had maar één boortje nodig, daar doe ik jaren mee. Nu zie ik dat in alle verpakkingen alles dubbel zit. Wat moet je in hemelsnaam met twee haakjes als je er maar één nodig hebt. Die andere kan je net zo goed weggooien want over drie jaar weet je toch niet meer dat je hem ooit gekocht heb. Waarom alles dubbel? De vrouw achter de kassa vraagt of ik een klantenkaart heb, nee jammer maar ik heb zo´n kaart niet, dan maar geen korting.
De laatste keer dat ik in Nederland was viel het mij al op. Overal zie je er ineens twee van. In de vensterbanken precies twee diezelfde potten, met precies twee diezelfde planten erin. Mijn computerscherm toont een foto met het nieuwe lifestyle interieur van onze vrienden in Nederland. En ja hoor, ik zie twee kaarsen op een tafel, precies diezelfde. Maar dan zie ik het, goed het valt bijna niet op, het is niet één tafel maar het zijn er twee. Bij ons volgende bezoek aan Nederland moet ik niet vergeten om hun klantenkaart van de Gamma te lenen. Ik weet zeker dat ze er een hebben.
Zondag 11 februari 2007
Sporten is zwaar, vooral als om kwart voor zeven de wekker gaat. In februari gaat voor de fietsclub de zomertijd al in. We vertrekken bij de kerk, klokslag 8 uur. Normaal ga ik met groep A mee die niet stopt en 110 kilometer fietst, maar daarvan is er niemand, dan maar met groep B mee. Wij van groep A noemen ze minachtend groep B van Bocadillo. Cokky fietst altijd met groep B. Maar eerst feliciteren we Javi die vandaag 39 jaar is geworden. Mijn hersenen zoeken naar de juiste woorden, zo vroeg is mijn Spaans niet al te best, dan komt Gareth naast mij fietsen en begint een lang verhaal in het Engels, zo vroeg is mijn Engels ook niet al te best. Gelukkig kan ik bij hem de engelse woorden weglaten waar ik zo gauw niet op kan komen en ze vervangen voor Spaanse, hij verstaat het toch allebei. Op deze manier heb ik Spaanse en Engelse les en moet nog trappen ook. Sporten is zwaar. Na veertig kilometer komen we in Benisiva waar we stoppen voor de Almuerzo. We zijn gelukkig vroeg nog voor 10 uur maar het is al behoorlijk druk. Bier, wijn, pinda´s, olijven, broodjes, en koffie met cognac toe. Kijk, zegt Cokky: “met dat mannetje hebben we drie weken geleden staan praten en hij gaf ons toen nog sinaasappels mee. Vraag even hoe het met zijn zoon gaat.” Veel zin heb ik niet, “ga jij maar” zeg ik nog maar dat helpt niet. Praten dus. Sporten is zwaar. Pas na een dik uur stappen we weer op en beginnen aan de afdaling. Na nog eens veertig kilometer komt de kerk van Xaló in zicht. Gelukkig, denk ik, thuis even douchen en een kleine siësta, fout natuurlijk. Javi is jarig en hij trakteert op een biertje. Sporten is zwaar merk ik als ik opstap, zo nu voel je pas je benen. Om twee uur zijn we weer thuis, ik ben licht aangeschoten en bekaf. Volgende keer ga ik gewoon met groep A mee.
Zaterdag 10 februari 2007
Ik ga dood,
maar vandaag niet. Deze keer laat ik het dood gaan aan anderen over, de meeste
jonger. Niemand uit ons dorp doet dit jaar mee.Vorige keer had Manolo mij
gestrikt: “Onze club organiseert deze klimtijdrit en het is toch te gek als er
dan niemand van Xaló meedoet en jij bent sterk. Ik vraag een wedstrijd licentia
aan en dan kan jij de eer van het dorp verdedigen.” Ja, en wat doe je dan? Nou,
trainen en nog eens trainen en afvallen. Vijf kilo lichter en je bent 1,5 minuut
eerder boven. Bij de kerk op het plein is een verhoging gebouwd en daar is de
start van de “contrareloj” de strijd tegen de klok. Aan mijn hartslag zie ik
dat ik zenuwachtig ben, 95 slagen
per minuut en dat na alleen een 30 minuten warm rijden op de rollen. Dat was ook
een idee van Manolo, “als jij nu op de rollen gaat warm rijden dan kan het hele
dorp zien dat onze club ook meedoet.” Ook mijn ouders, die bij ons logeren komen
kijken.
Het lijkt allemaal net echt. Aftellen, tres,
dos, uno, en gaan. Shit, iets te zware versnelling de 52/14 krijg ik te moeilijk
rond getrapt, volgende keer gewoon de 42 gebruiken, noteer ik in mijn gedachten.
Met 173 rij ik naar boven, dat kan ik precies 30 minuten volhouden. Verder gaat
het goed, daar zie ik een renner voor mij die twee minuten eerder is gestart,
mooi die haal ik in. Na een haarspeldbocht zie ik er nog één, ook die haal ik
in. Dat geeft de burger moed. Maar ondertussen ga ik dood. Het lijkt zo
gemakkelijk als je ze ziet gaan maar je hapt naar adem, je benen doen pijn je
gaat echt dood, dit doe ik nooit meer, dan maar geen deelnemer uit Xaló. Na 12
kilometer en 400 meter klimmen, eindelijk de meta. Mooie tijd, 33 minuten en 32
seconden. Nummer 71 van de 99 deelnemers. Toch niet slecht, het zijn tenslotte
de besten van de provincie en haast allemaal jong. Jammer, het is geen
podiumplaats. Het is geen podiumplaats? Ik hoor mijn naam omroepen en moet op
het podium komen. Toch een prijs? Ja zeker, de beste van het organiserende dorp
krijgt ook een prijs en dat ben ik! Dit jaar ga ik niet dood maar ben nog steeds
de beste van het dorp.
Vrijdag 9 februari 2007
Oscar zit in
zijn reiskooitje en miauwt klagelijk, ik draag hem. Af en toen komt er pootje
door het gaas. Het is vreemd maar na zijn castratie heeft hij een hekel aan de
dierenarts, “Rustig maar deze keer gaan je ballen er niet af, het is maar een
controle bezoekje”, probeer ik hem gerust te stellen.
Oscar
ziet vanochtend de wereld op een heel andere manier, normaal gaan we met de auto
maar nu lopen we naar de dierenarts. Bekenden zwaaien als ze voorbij rijden. Het
is duidelijk dat wij de enige zijn die het broeikas probleem serieus nemen,
mopper ik. Na twee weken zonder auto´s beginnen we ook een stoer imago te
krijgen. Die Hollanders doen ook werkelijk alles op de fiets of lopend. Gisteren
legde ik deze route ook af maar dan met de kruiwagen en twee butaangasflessen,
en morgen nog een keer met twee overvolle vuilniszakken. Maar er gloort hoop aan
de horizon. Juanjo kwam twee dagen geleden de Volvo halen. De accu en de
benzineleiding zijn niet aangesloten dus start hij de motor met behulp van
kabels en een jerrycan benzine waar de benzineslag in gaat. Hij heeft haast en
rijdt gauw weg. Wij blij, want met een uur of drie werken moet de benzinemeter
toch wel gerepareerd zijn. Dom, dom, dom. Gisteren reden we op de fiets maar
eens langs de garage om te kijken waarom het zo lang duurde en ja hoor, daar
staat de Volvo, niet in de werkplaats maar op straat. Gelijk begrijp ik de
situatie, hij staat nu in zijn agenda, maar voor welke dag?
Donderdag 8 februari 2007
In 1986 is de Europese Akte gesloten door de twaalf toenmalige leden van de Europese Gemeenschap. Deze Europese akte houdt in dat er vanaf 1993 een interne Europese markt is met vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen.
Waar staat het nummer dat moet beginnen met een E? Met vier man zoeken we de Opel Sintra af maar nergens is het homologatienummer te vinden. In de Spaanse ITV computer komt een Opel Sintra 3.0 CD automaat niet voor, nog nooit geïmporteerd in Spanje. Kijk, die koplampen zijn Amerikaans en de achterlichten ook. Er zitten drie verschillende banden op, dat mag niet en die trekhaak moet er ook af. Zonder E nummer komt hij Spanje niet in. Ik merk nog op dat als hij in Nederland mag rijden het toch voor heel Europa geldt, fout! Ja, in Nederland geven ze zelfs een ezel nog een kenteken maar hier niet.
In Zoetermeer
ging het lekker vlot, we hebben gewoon alle auto papieren van mijn schoonmoeder
meegekregen en in 10 minuten tijd hebben we de uitvoerverklaring en speciale
papieren kentekenplaten. De auto hoeft niet eens op je naam te staan, als ie
maar weg is, schijnen ze te denken. Bij de RDW in Zoetermeer zijn ze zelfs zo
vriendelijk om even de papieren voor de tijdelijke WA verzekering naar Spanje te
faxen. Voor 120 euro per maand is er één maatschappij die de auto wel wil
verzekeren.
“De auto stond niet op jullie naam”, zegt Karin
die werkt bij de gestor in Altea, “dat betekent dat we een koopcontract moeten
maken. Over de dagwaarde van de auto die in het contract staat moeten jullie dan
12% omzetbelasting betalen. Ik heb dan ook een fotokopie van het paspoort van je
schoonmoeder nodig. Een andere mogelijkheid is om je schoonmoeder naar Spanje te
laten verhuizen dan kan de auto mee als verhuisgoed en dan kost het niets.” Nu
heb ik een lieve schoonmoeder maar die oplossing gaat mij toch te ver. “En omdat
we geen E nummer kunnen vinden moet ik bij het RDW een homologatieverklaring
opvragen. Die kost 75 euro”. Nou ja, dat moet dan maar. We kunnen hem tenslotte
niet meer terug brengen. Juanjo zet er vier nieuwe banden onder en nieuwe
achtervering. Dat duurt drie weken want de vering moeten uit Duitsland komen. We
verlengen dus de WA verzekering maar met een maand. Gelukkig heeft Juanjo een
vriend bij de het keuringsstation, de ITV, die kijkt naar de vreemde koplampen.
“Geen probleem, deze geven een ander verlichtingsbeeld maar het is toegestaan.
Alleen de trekhaak ja, die moet eraf.” Weer een werkje voor Juanjo. Dan maar
geen trekhaak. Door de jaarwisseling en alle feestdagen heeft de RDW een
achterstand. Nog maar een maand de WA verzekering verlengd. Op de laatste dag
dat de WA verzekering afloopt kan de Opel gekeurd worden, met nieuwe banden,
nieuwe achtervering, homologatieverklaring en zonder trekhaak. Perfect, alles is
in orde, zelfs uitstekend.
Nu kunnen de papieren naar Alicante worden
gestuurd en na ongeveer één week is het kenteken klaar. Mooi, dan verlengen we
die dure WA verzekering niet meer.
Karin belt: “Raar hoor, Trafico wil ook de uitvoerverklaring hebben, daar vragen ze normaal nooit om. Stuur die even naar mij op.” Weer gaat een week voorbij. Nu bel ik maar eens op. “Ja, het is vreemd maar bij de ITV hebben ze een fout gemaakt, ze hebben de cilinderinhoud verwisseld met het aantal pk´s en dan kan Trafico geen kenteken afgeven. Gisteren ben ik terug geweest naar de ITV en vandaag stuur ik alles weer naar Alicante.” Volgende week krijgen we onze nieuwe kentekenplaten. Alleen geloof ik niet meer in vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en personen.
Woensdag 7 februari 2007
Het is duidelijk sinaasappeltijd. Sinaasappels, overal waar je kijkt. In de boomgaarden zijn mannen bezig met de oogst. Op de weg liggen door autobanden uitgeperste sinaasappels. In scherpe haarspeldbochten liggen de bermen vol. Grote oranje bergen uitgeperste sinaasappels geven van verre al de fabriek aan waar sap wordt geperst. Op het menu del dia staat al eend met sinaasappelsaus, als toetje hebben ze een grote sinaasappel. Pepe geeft ons 10 kilo sinaasappels mee als we met de fiets langs de bodega komen. “Volgende week heb ik nog twee kratten voor jullie”, zegt hij. We maken foto´s van de sinaasappelbomen het is een prachtig gezicht. Tussen de bomen bloeien allerlei kruiden en het ruikt als bij een ouderwetse groenteboer. Thuis krijg ik sinaasappelsap, misschien kunnen we er wel Wodka in doen? Hoe komen we er ooit anders door heen. Het is een fraaie vrucht aan een mooie boom maar nu even geen sinaasappels meer. Há gelukkig, even wat afleiding een mailtje van een vriendin uit Nederland. Ik lees: “Iedereen wil wat van mij, soms voel ik mij net een uitgeperst sinaasappeltje”. Ook in Nederland is het duidelijk sinaasappeltijd.
Dinsdag 6 februari 2007
Over een dikke week komt Dick naar Spanje, voor zijn eerste fietstrainingskamp van dit seizoen. Mijn trainingsschema loopt lekker maar toch is het prettig als er iemand komt om een week samen te fietsen. Niet alleen de week zelf heeft veel effect maar ook de maanden ervoor geeft zijn komst mij een stimulans. Dick is vijf jaar jonger en van nature behoorlijk sterk, er moeten dus kilometers gemaakt worden om hem weer goed op zijn plaatst te kunnen zetten. Het weer werkt vandaag mee, de vogels zingen en de klaverzuring bloeit, ik sta te twijfelen zal ik nu in zomerkleding gaan of niet? Om niet op te vallen tussen de plaatselijke wielrenners, die 17 graden nog erg koud vinden kies ik voor de winterkleding. De route moet vandaag niet te veel klimmen maar wel redelijk lang zijn. Over Beniarbeig dus. Normaal moet ik heel lang nadenken als iemand vraagt waar ligt, Benissiva, Benigembla, Benirama, Benimaurel, Benimasot of Benilloba maar Beniarbeig vergeet ik nooit. Iedere keer dat we met de fietsclub in de buurt van de brug komen roept Manolo, “Edwin, kijk een brug met eenden”. Op feesten vertelt hij de dorpsbewoners hoe goed hij extranjeros begrijpt. Met mij als voorbeeld en getuige. “Als Edwin de zaak binnenkomt schuiven mijn antennes al uit.” Dat is waar, Manolo begrijpt mij als geen ander. Al kijk ik maar naar een lampje dan weet hij al dat het er eentje van 25 watt moet zijn. Het ging niet om schuurpapier of een lampje, nee, ik wilde een complete steiger van hem kopen, met poten. Achteraf heeft Manolo mij verteld dat zoiets een “andamio” heet maar ik vroeg om, “Un puente con patos”. Eén letter had ik maar verkeerd in deze zin, poten zijn “patas”. Manolo kijkt mij aan, twijfelt geen moment en zegt: “Dan moet je in Beniarbeig zijn, daar hebben ze een brug met eenden.”
Maandag 5 februari 2007
In zijn éénmans garagebedrijf sleutelt hij heel de dag aan auto´s maar fietsten is zijn hobby. Juanjo houdt onze 20 jaar oude Volvo rijdende. De vader van Cokky kocht de auto nieuw en wij hebben hem in 1996 overgenomen, het is een erfstuk. In Nederland hadden we hem allang naar de sloop moeten brengen maar voor de 20 euro per uur die Juanjo rekent houden we hem rijdende. Juanjo is gek op spullen voor zijn werkplaats. Wat een flink autobedrijf in Nederland niet kan doet hij en bij gebrek aan ruimte vaak op straat. Airco´s bijvullen, uitlijnen en reparatie van alle merken auto´s, ook Amerikaanse, is geen probleem voor hem. Met zijn laptop en een programma van 3000 euro kan hij van alle merken de boordcomputers uitlezen, gegevens opslaan en weer terug zetten. Hij vervangt de stoffen bekleding van het dak zonder moeite en het zit nog netjes ook. In Nederland probeerde ik om met een monteur te praten over een mechanisch probleem, vergeet het maar, je komt gemakkelijker Huis Ten Bosch binnen dan de Volvo werkplaats. De monteur kreeg ik wel te spreken maar in de receptie met koffie, dat wel. Juanjo verplicht je om mee te kijken. Liever ga ik niet naar hem toe want het duurt altijd heel lang. “Luister, je hoort toch wel dat de kleppen goed staan en kijk, die bougies gaan die gaan zeker nog 20.000 kilometer mee.” Of hij belt mij op dat ik onmiddellijk moet komen kijken. De eerste keer verwachte ik een enorme ramp, “kijk eens naar die remschijven, net zo dun als een disco compacto, zo kom je niet door de ITV, ze kosten wel 140 euro, wat zal ik doen?” Ik zeg altijd hetzelfde, als het moet dan moet het, vervang ze maar. Er is maar één ding dat hij niet heeft in zijn werkplaats: een agenda. Afspraken maken doet hij niet en wanneer een auto klaar is kan hij al helemaal niet zeggen. Het duurde even voordat ik zijn agenda op`straat ontdekte. “Nee, Edwin deze week niet, kijk eerst die Mercedes, want het zijn de benen van die man, dan die blauwe Volkswagen en daar staat nog die Ford en dan nog de spoedgevallen.” De Volvo rijdt nu al weken niet, dat komt omdat Juanjo hem moet komen halen, hij alleen kan hem starten. Nadat hij op straat had gekeken zei hij twee weken geleden “volgende week maandag kom ik hem halen”. Ik weet zeker dat ik niet in zijn agenda sta.
Zondag 4 februari 2007
Cokky is vreselijk fanatiek, ze baalt, de weg is nat. Voor ons valt het wel mee, morgen kunnen we ook gaan fietsen. Maar de leden van de fietsclub moeten het hebben van de zondagochtend. Maandagochtend werken ze weer in het graniet, aan de weg, in de zagerij of in de garage. Verleden jaar waren er vier zondagen aaneengesloten dat er niet gefietst kon worden en dat nog wel in de aanloop naar het seizoen. Iedereen was “flojo”, slap, geen conditie genoeg voor een lange tocht van125 kilometer. “Zou er echt niemand gaan, het is maar een klein beetje nat?”. Je zou kunnen denken dat ze absoluut de 90 kilometer tocht wil maken, die vandaag gepland stond. Koste wat het kost haar conditie op peil wil houden. “Als we nu regenpakken aan doen dan kunnen we toch naar het dorp gaan lopen” stelt ze voor. Hoezo lopen, het is toch een fietsclub? “Het is jouw schuld dat we niet gaan en nu missen we de almuerzo”. De Spaanse lessen die we in Nederland volgden gingen er totaal aan voorbij maar om 10.00 uur gaat het alarm af van de timmerman, Ximo. De siësta schiet er nog wel eens bij in of wordt verkort tot 10 minuutjes maar de almuerzo wordt nooit overgeslagen. Fysiek is dat ook onmogelijk, op het ontbijt, een kop koffie of chocolademelk met een droog cakeje, red je het niet tot 14.00 uur, de comida. Zomers is de almuerzo buiten op straat, voor de bar. Ze beginnen met pinda´s, een salade en wijn of bier die wordt aangelengd met Casera limonade. Het halve stokbrood dat dan volgt kan met van alles worden belegd, gebakken ei met kaas, rauwe ham, sepia met mayonaise of lapjes gebakken varkensvlees. Tot slot volgt de koffie. De eerste keer zorgde ik voor grote hilariteit: ik bestelde, cafe con leche, koffie met melk.”Cabron”, dat is je ontbijt, dat drink je de rest van de dag niet! Wij bestellen wel, “12 carajillos de cognac, por favor.”
Cokky baalt nog steeds en het is al 11.00 uur. “Dan maak je hier toch almuerzo” zeg ik. Maar we hebben geen stokbrood in huis. “Dan bak je toch een brood”. Maar dat duurt vier uur. Wacht, het is geregeld, er zijn nog afbakbroodjes. Goed, zorg jij voor de broodjes dan zorg ik voor de carajillo. Ik weet het zeker, over 20 minuten baalt ze niet meer.
Zaterdag 3 februari 2007
(voor snoei-instructie zie ook: http://edwincokky.web-log.nl/wonen_in_spanje/2008/01/snoeien.html )
Knip, knip,
knip, de kale druivenstruiken worden gesnoeid. Pepe (74) heeft het mij geleerd,
nog even dan mag ik de rest alleen doen. Door een ziekte heeft hij niet zoveel
macht over zijn spieren, daardoor lijkt hij ouder dan hij werkelijk is.
Wij
hadden nog maar net het huis gekocht en zaten aan een wijntje op ons terras toen
Pepe begon onkruid weg te hakken tussen de wijnranken naast ons. Gelijk zat ik
niet lekker meer. Na een paar uur gaf hij het op en ging naar huis. Nu had ik
ook net zo´n hak gekocht, nog diezelfde avond maakte ik zijn hele landje onkruid
vrij. Dat was het begin en nu doen Cokky en ik bijna al het werk. Sinaasappels,
olijfolie, wijn, en bomen voor brandhout is ons loon. Pepe weet heel veel over
de streek, de gebruiken en over vroeger toen er nog ezels werden
gebruikt.
Knip, knip, knip,” Vandaag is Irene jarig”, zeg ik tegen hem. Hij stopt,”die waar jij een paar weken geleden iedere dag mee aan het fietsen was? Waarvan ik dacht dat het jou dochter was?” Hij lacht er gemeen bij. Nee, dat is Leonne. Pepe verkoopt zijn sinaasappels in het dorp, tegenover de bodega. Het is een goede plek, iedereen komt er langs. Je ziet hem groeien als je stopt om hem te begroeten. Vooral de kussen van Cokky en Leonne maken hem belangrijk. Je ziet de andere sinaasappelverkopers kijken en Pepe straalt. “Dat was een gemene opmerking, Pepe, mijn dochter, daar had je mij mooi te pakken.”
Knip, knip, knip, “nee, Irene helpt hier in mei met het druiven dieven”. “Hombre, die knappe blonde vrouw die naakt in de druiven werkt?” Naakt? Nou ja, in haar bikini, naakt dus. ”Ze ziet mij ook wel zitten hoor, want bij onze eerste ontmoeting, daar bij die druivenstruik, gaf ze mij al drie kussen, echt waar, drie!” Ik ga hem maar niet uitleggen dat dat in Nederland de gewoonte is. Laat hem maar genieten. “Komt ze dit jaar weer helpen?” Z´n ogen glimmen. ”Nee, dit jaar niet”, zeg ik. ”O, dat is jammer anders had ik mijn zelf gemaakte wijn aan haar kunnen geven. Dus vandaag is ze jarig, en hoe oud is ze dan?” ”Tiene cuarenta y seis años”, zeg ik. “Ja, ja, dat is nog jong zeg. Weet je wat wij hier zeggen in Spanje? “De wijn moet oud zijn en de vrouwen jong.” Feliciteer haar maar namens mij”. Nou, bij deze dan Irene. Hartelijk gefeliciteerd en nog vele jaren!
Vrijdag 2 februari 2007
“Mijn man
wil veel vaker seks dan ik, wat kan ik hier nu aan doen want ik heb echt geen
zin in iedere avond seks.” Cokky neemt één keer per jaar een grote stapel
Margrieten en Libelles mee uit Nederland. Als ze de koffie gaat halen valt mijn
oog op deze ingezonden brief.
Halverwege
de beklimming van de Bernia schiet mij de oplossing te binnen voor deze
wanhopige echtgenote, geef hem een racefiets en neem een kat zoals Oscar, onze
gecastreerde kater, in huis. Mensen met huisdieren leven langer. Uit onderzoek
kwam vast te staan dat als je een poes aait je bloeddruk daalt. Als je veel
sport gaat je bloeddruk nog eens met een paar punten naar beneden. Dat zit dus
wel goed bij mij, denk ik zwetend, 400 meter klimmen in 12 kilometer is best
veel. Na een paar dagen zulke tochten te hebben gefietst is het toch niet gek
dat iemand moe is? Eerst had ik niets in de gaten, de tochten die je hier kunt
maken zijn prachtig, verslavend bijna, je wordt er doodmoe van, dat wel. Maar
met een week slecht weer achter de rug, raakte ik uitgerust en begon mijn
bloeddruk waarschijnlijk weer te stijgen. Gelukkig had Cokky al meer dan een
week niet gefietst dus dat zat wel goed.” Zullen we maar eens vroeg naar bed
gaan?”, stelde ik voor. Goed idee vond ze. Maar hoe doen we het met Oscar? Oscar
is onze eerste kat en hij heeft de oudste rechten, elke nacht slaapt hij bij ons
op bed. Voor zijn komst sliepen we innig tegen elkaar aan. Wat moeten mensen in
hemelsnaam met een bed breder dan 1.40 meter vroegen wij ons toen af? Oscar
heeft ons dat laten begrijpen. Elke avond laat hij zich tussen ons in zakken.
Het maakt niet uit hoe stevig we elkaar vast houden, hij gaat gewoon boven op
ons liggen en zakt vanzelf naar beneden. Sinds kort slapen wij nu ieder op een
matras van 90 centimeter breed en Oscar ligt daar heel de nacht prinsheerlijk
tussen in. “Als we nu de tv aanlaten en één lampje slaapt hij misschien wel door
op de bank”, stelt Cokky voor. Het lukt, hij heeft niets in de gaten en slaapt
als een net gecastreerde kater. Even nog tandenpoetsen in de badkamer, dom, dom,
dom. Als ik de slaapkamer in kom ligt hij al te wachten, precies in het midden.
Met een blik van: ik geen seks, jij ook niet. De rotzak. Ach,hij is toch wel
lief met zijn mooie blauwe ogen en hij kan er ook niets aan doen. Voordat ik het
weet steek ik mijn hand uit en aai hem zachtjes over zijn rug. Direct voel ik
mijn bloeddruk zakken.
Donderdag 1 februari 2007
We worden
wakker met een wederkerend werkwoord, el sol se levanta, de zon staat op.
Gelukkig, ik begon net te denken dat we alle 60 zonloze dagen achterelkaar
zouden krijgen. Gisteren baalde ik toch al van het slechte weer omdat het de
laatste dag was om januari met 1000 km af te sluiten, bijna gelukt op 80 km na.
Fietsen dus. Deze keer zorg ik voor het eten. In Tormos, een klein plaatsje aan
het einde van de route spreek ik met Cokky af om een menu del dia te nemen.
Normaal fiets ik deze tocht niet zo maar de weg
naar Castell de Castells is al maanden afgesloten. Voor de verkiezingen in mei
is de weg klaar, heeft Armando gezegd, anders kost het de huidige regering
teveel stemmen, alles is ook politiek. In mei weet ik zeker dat daar een
snelheidrecord gaat sneuvelen. Zonder het slechte wegdek en de scherpe bochten
van vroeger moet je in deze afdaling over de 70 km per uur kunnen halen. Nu sla
ik net voordat de werkzaamheden beginnen rechts af. Het is een prachtig
weggetje, maar eigenlijk is een mountainbike hier meer op zijn plaats. Helaas
kiezen ze maar om de vier jaar een nieuwe regering. De lucht is blauw, de vogels
zingen, de eerste amandelboom bloeit, de sinaasappels zijn oranje en een
helikopter van de bosbrandweer houdt een oefening. Verder beleef ik heel de
route niets. Met Cokky nemen we het menu del dia, pinda´s, salade, fles wijn,
fles water, macaroni, sepia, lomo, ananas, calatrava en sluiten af met het beste
van Spanje, carajillos. Na deze koffie met cognac betaal ik de rekening van 16
euro. Het is behelpen maar waarom zou ik moeten leren koken? Thuis gekomen nog
even wat wederkerende werkwoorden oefenen, nos devestimos, nos duchamos, nos
acostamos. Siësta!
Laatste reacties