Portugal
Vrijdag 1 juni 2007.
In Galicia is de welvaart nog niet zo doorgedrongen als in de rest van Spanje. De prijzen liggen iets lager dus de mensen zullen ook wel minder verdienen. In de stadjes staan verlaten en vervallen oude panden die zo sfeervol zijn dat de handen van een doe-het-zelver ervan gaan jeuken. In Portugal is het nog iets meer achtergebleven: in ons eerste halfuur in Portugal hebben we al drie boertjes met een ezelkar gezien, een beeld dat je in Spanje nauwelijks meer aantreft. Veel vrouwen werken op het land, ze rooien aardappels of snijden gras met sikkels. De dorpjes hebben nog met steentjes geplaveide straten. Maar wat op de kaart een klein weggetje lijkt is vaak bijna een volwaardige snelweg qua breedte en asfalt, al rijdt er bijna niemand. Met dank aan de Europese subsidies.
Na meer dan een week slecht weer hebben we onze pogingen om de Costa verde te bezoeken opgegeven. We gaan richting het zuiden, via Salamanca. De mooiste weg voert een stukje door Portugal. Waarom gaan we eigenlijk niet door Portugal naar het zuiden? Het is toch een mooi land? Ja, dat is zo. Maar we beginnen een buitenlandfobie te krijgen. We kunnen ze hier niet verstaan en de benzine is 30 eurocent per liter duurder. Rond Salamanca praten ze het mooiste Spaans dat er bestaat, hebben we op les geleerd, dus via kronkelige bergweggetjes steken we op de laatste druppels benzine in de tank de grensrivier de Douro over, die aan de andere kant opeens weer gewoon de Duero heet. En de benzine kost weer gewoon net iets over de euro. En we verstaan de mensen, kortom: we zijn weer thuis.


















































































Laatste reacties