Uit het weblog van Plukdenacht:
Boswachter
Altijd als ik in Frankrijk
ben, gris ik in ieder dorp
dat ik aandoe bij zoveel
mogelijk makelaars
foldertjes uit de schappen
met het actuele aanbod.
Krantjes die ik dan even
later op een terras, met een
Kronenbourg in de ene en een
smeulende Gitane in de
andere hand, verlustigd
afstruin naar mogelijke
opties voor een hernieuwd
bestaan.
Het was vaak een van mijn
favoriete
vakantie-activiteiten.
Was, zeg ik, want dit
jaar vielen de foldertjes
vies tegen. Ten eerste leek
het aantal beschikbare
droomhuisjes te zijn
gehalveerd, ten tweede waren
ze binnen het tijdsbestek
van een jaar minstens dubbel
zo duur geworden.
"Nou ja!" riep ik tegen L.
terwijl ik haar een foto
liet zien van een mogelijke
target: een authentiek
bouwval, opgetrokken uit
rotssteen en voorzien van
lichtblauwe luiken (zoals
het hoort dus), "moet je
kijken wat ze hier
tegenwoordig voor vragen!"
"Nou ja!" riep L.
Het was in elk dorp hetzelfde verhaal, en in de grote steden, zoals bijvoorbeeld Avignon (onze stad nota bene, waar we elk jaar minimaal twee dagen naartoe gaan), was het drama alleen nog maar groter. Daar waar we drie jaar geleden nog voor 400.000 euro een complete kerk in het centrum van Avignon hadden kunnen bemachtigen (waar we dan op de begane grond een museum/expositieruimte van zouden maken voor moderne kunst en zelf zouden leven in een aantal van de torentjes - ja jongen, wilde plannen te over), moesten we hedentendage datzelfde bedrag neertellen voor een vierkamerwoning op 2 hoog met gebrekkig sanitair en elektriciteitsleidingen die buitenshuis blootdraads langs de muren liepen, zodat je enerzijds in het geval van honger gratis gefrituurde vogels uit de vensterbank kon plukken, maar anderzijds verdomde moeilijk een solide brandverzekering op de kop zou kunnen tikken, vermoedde ik.
"Hoe zou dat nu toch
komen", peinsden we de
volgende ochtend, "waarom
zijn die huizen hier
plotseling zo populair
geworden?"
"Misschien", begon L.,
"misschien komt het door
'het roer om'."
"Het roer om?"
"Ja, dat Engelse programma,
dat tegenwoordig ook in
Nederland wordt uitgezonden,
waarbij buitenlanders,
vooral Britten eigenlijk,
hun baan opzeggen en een
nieuw bestaan proberen op te
bouwen door Bed en
Breakfasts of hotelletjes te
beginnen in Spanje of Fr.."
'Je hoeft mij niet te
vertellen wat 'het roer om'
is", onderbrak ik 'r
enigszins bot, "maar...zou
je denken?"
"Het zou kunnen."
Ik keek naar het uithangbord
van het terras waar we op
zaten: 'Irish pub' spelden
de letters, daaronder een
schoolbord waarop in krijt
stond geschreven:
Petit dejeuner
(croissant+cafe): 4 euro
English Breakfast (toast,
ham & eggs, sausages, baked
beans + tea or coffee): 6
euro
Ik nam nog een hap van mijn
croissant en keek rond.
Iedereen zat worstjes te
vreten. Het was godbetert 9
uur 's ochtends.
Als ik het niet met eigen
ogen had gezien, had ik het
niet geloofd - ik bedoel,
worstjes! om 9 uur,
's ochtends! - maar
blijkbaar bood dat emigreren
die Engelsen toch best een
aardige business case.
"Mischien heb je gelijk",
zei ik tegen L.
Anyway. Daar zaten we dan met onze mooie plannen om ooit nog eens te verkassen naar het Zuiden van Europa. We waren te laat. We hadden de boot gemist, 'de kat net zolang uit de boom gekeken tot ie werd weggevist door een imperialistische adelaar', zoals een naar Nederland gevluchte Perzische dichter, met net een integratiebevorderende spreekwoordencursus achter de rug, het zou kunnen formuleren.
Toch ging het plannen
maken onverminderd door.
Desnoods, zo bedachten we,
huren we permanent een
hotelkamer voor 50 euro per
nacht, en ga jij (L.) elke
dag portretten tekenen op
het place d'Horloge en ga ik
(moi) gitaar spelen en/of
een aantal Franse klassieke
gedichten in mijn kop
stampen en die op geheel
eigen wijze declameren ten
overstaande van argeloze
toeristische voorbijgangers.
"Of we beroven de bank", zei
L.
"Precies", zei ik,
"mogelijkheden zat."
Het zit er dik in dat ik
altijd een dromer zal
blijven. Misschien omdat ik
meer hou van de droom dan
van de daad. Ik ben iemand
die mensen wantrouwt die
zeggen dat 'de weg er
naartoe mooier is dan het
doel'. Dat soort mensen
heeft nooit een berg
beklommen. Natuurlijk kan je
ontzettend veel leren van de
weg naar het doel, maar noem
'm in godsnaam niet mooi. De
mensen die dat doen zijn
uiteindelijk nooit tevreden,
en zullen het ook nooit
geraken. Blijven altijd
dolende en sterven stiekem
ongelukkig.
Mij gaat het domweg om het
doel. Met dat doel kan ik
blij zijn. Niets mooiers dan
het bordje met sommet. Ik
ben bereid er een hoop pijn
voor te lijden, omdat ik
weet dat die pijn zich later
uitbetaalt in een gevoel van
trots, of zelfs van geluk,
maar flikker op met je 'de
weg er naartoe is eigenlijk
nog mooier'. Op het gevaar
af een dubieuze vergelijking
te maken zeg ik: 'je
schrijft toch ook niet op:
'5 mei 1945 was fantastisch,
maar de weg er naartoe, die
was pas echt schitterend,
want daar heb ik zoveel van
geleerd en.., etc'
Fuck. Ik ben hopeloos af
aan het dwalen. Ik probeer
nu al dagenlang een
bruggetje te maken naar een
web-log van een Nederlandse
man die 12 jaar geleden naar
Spanje is geemigreerd en het
m.i. helemaal voor elkaar
heeft.
Een man die pakweg twintig
jaar als simpele boswachter
heeft gewerkt voor
Staatsbosbeheer, langzaamaan
ziek wordt van de toenemende
bureaucratie en regelgeving,
maar ondertussen zelf zuinig
heeft geleefd, en op een dag
op zijn rekeningsaldo kijkt,
en denkt: 'Verdomd. Met deze
centjes zou ik best wel eens
een leuk huisje in Spanje
kunnen kopen, om daar met
het plaatselijke
prijsniveau, als ik een
beetje zuinig aan doe, de
rest van mijn leven te gaan
rentenieren.'
En guess what. He did it.
Samen met zijn vriendin
kocht ie op de leeftijd die
ik nu zelf heb, een
paradijsje pakweg 50
kilometer landinwaarts van
de Costa Blanca, voor 90.000
gulden (41.000 euro).
Een vrijstaande woning met
een voetbalveld aan eigen
grond, uitzicht op de
bergen, waar ie dagelijks in
rond wielrent en voor de
rest zijn tijd vult met
menu's del dia verorberen
qua lunch in de plaatselijke
uitspanningen en kijken naar
bloesemende amandelbomen.
(de hiervolgende foto is
genomen in februari(!) van
dit jaar)
Woah, man!
Dit is wat ik wil. Ik wil
ook rond wielrennen in de
bergen, elke dag. En menu's
del dia vreten qua lunch,
waar ze steevast een volle
fles wijn bij serveren. Om
daarna een paar uur lang
siesta te houden (briljant
gewoon! die Spanjaarden), om
vervolgens het hele geintje
op dezelfde dag in de avond
nog eens te herhalen.
Maar ik ben te laat.
Inmiddels kost een woning in
Spanje die destijds 41.000
deed, meer dan het
tienvoudige, als ik het
weblog van de voormalige
boswachter moet geloven.
Voorlopig zwaar boven mijn
budget dus. En door die
prijsstijgingen krijg ik hoe
langer hoe meer dat beeld op
mijn netvlies van die hengel
en de ezel. Kortom dat het
een zinloze droom is als ik
op de huidige voet doorga.
Ergo: er moet of snel een
hoop geld worden verdiend,
desnoods op onorthodoxe
wijze, of ik moet mezelf een
ander doel stellen. Een
nieuwe droom. Suggesties?
Iemand?
PS: over dat weblog van die
boswachter binnenkort meer.
Freeze
Die invasie van niet-Basken heeft er inmiddels voor gezorgd dat zelfs de prijs van een houten schuurtje zonder elektriciteit en sanitair nu al boven de 60.000 euro ligt.
Dus wat doe je dan als kansloze zoon van een schapenherder? Juistem, je download in het plaatselijke internetcafe het recept van een bom, en plaatst die samen met een aantal al even gefrustreerde lotgenoten onder de fundering van het chalet van een snelle zakenjongen uit het 5-ieme district van de Lichtstad. Dat is namelijk een arrogante goser die er het hele jaar toch nooit bivakkeert, op een krap weekje zomervakantie na, en dat is schandalig, want door dat soort knakkers kunnen jij en de 16-jarige Sophie die je per ongeluk met kind hebt geschopt, een succesvolle zoektocht op de huizenmarkt in jullie bloedeigen dorp gevoeglijk op je buik schrijven.
Met een verbeten grimas drukt de
schapenherderszoon op de button 'exploder'
van de zelfgeknutselde afstandsbediening,
en KADOEF, spaanders van wat ooit muren
waren, vliegen de lucht in. Restanten van
de thermische plaat uit de
design-inbouwkeuken suizen hem om de oren,
waaruit hij concludeert dat de missie
geslaagd is. Tevreden keert hij terug naar
het huis van zijn ouders, waar het
trouwpak dat hij morgen zal dragen al
versgesteven over de stoel naast z'n bed
hangt.
"Connards", fluistert ie nadat hij onder
de wol is gekropen en begint aan zijn
zoveelste slapeloze nacht.
Ik heb een hoop sympathie voor die jongen.
Misschien spreek ik nu teveel voor mezelf, maar ik heb het idee dat mensen over het algemeen slecht kunnen tegen verandering. Vooral van hun leefomgeving. Het beroerde van de 21e eeuw is echter dat alles nog sneller verandert dan ooit tevoren. En dan vooral de leefomgeving. Zelfs in afgelegen Pyreneeendorpjes in Frans Baskenland ben je er niet meer veilig voor.
Het is een akelige paradox. De wereld vermodenerniseert zo gezwind dat iedereen vlucht naar de laatste bastions waar de tijd heeft stil gestaan, om rust te vinden, maar juist die toeloop zorgt ervoor dat ook de laatste paradijsjes binnen notime commercieel worden uitgenut, met alle hectiek vandien.
Iemand die daarover kan meepraten is de boswachter waar ik het in mijn vorige stukje over had. Ook zijn dorp in een authentieke Spaanse wijnboertjesvallei, Xalo, waar ie zich twaalf jaar geleden heeft gevestigd, is ontdekt door het grote publiek. Inmiddels hebben zich er zoveel Engelsen en Nederlanders gevestigd dat een grote supermarktketen er heil in zag ter plekke een filiaal te openen om Heinz baked beans en Calve Pindakaas te gaan verkopen.
En hoewel de boswachter, Edwin, gek is
op pindakaas, rookworst en pannenkoeken
met stroop, kan hij niet bepaald lachen
met die ontwikkeling.
Zijn vriendin, Cokky, evenmin. Maar die
laatste heeft er in ieder geval nog met
vooruitziende blik, 12 jaar geleden geeist
dat ze aan een onverharde weg
zouden gaan wonen, een paar kilometer van
het dorp vandaan.
"Hoezo?" vroeg Edwin destijds.
"Voor de rust", zei Cokky.
"Rust?" vroeg Edwin, "hoe rustig wou je
het hebben? Er woont hier in dit dorp
sowieso al geen hond."
"Ik weet niet", Zei Cokky, "gewoon een
gevoel. Ik wil dat mensen hier zo moeilijk
mogelijk kunnen komen."
Een briljante zet, naar nu blijkt. Aan
hun eigen uitzicht en rust zal voorlopig
nog niks veranderen.
En het afgelopen jaar was zelfs die
onverharde verbinding tussen hun huis en
het dorp onbegaanbaar. De Spaanse PTT had
er in de winter een kuil in gegraven om
wat leidingen te verleggen:
5 maanden later lag het gat er nog
steeds.
Voor Edwin en Cokky maakte het niet zoveel
uit. Ze tikten voor weinig van iemand een
oude Landrover op de kop en reden voortaan
gewoon via de boomgaard van de buren naar
het dorp. No Problemo. De oude Volvo stond
sowieso al een tijdje in de garage bij de
plaatselijke mechanicien, en ze hadden
niet echt de verwachting dat die binnen
een paar maanden gerepareerd zou worden,
temeer daar de beste man nu al wekenlang
elke dag had verzekerd en beloofd er
'morgen' mee te zullen beginnen.
Voor Edwin trouwens een leuke aanleiding
om een weddenschap met zichzelf aan te
gaan: wat gaat eerder gemaakt worden? Het
gat in de weg of de Volvo?
Als je het weblog zo leest, gedurende
een aantal maanden, dan krijg je de
neiging om te vermoeden dat hij eigenlijk
het liefste zou willen dat beiden nooit
worden gerepareerd.
Een mooier symbool voor de zo gewenste
stilstand is er immers niet. Het is een
Spaans facet, een kenmerkende eigenschap
van het land, het was de reden waarom je
er naartoe ging in the first place.
Rust.
Freeze, world, freeze!
Ik vind het een aanrader: wonen in Spanje
With two cats in the yard.
Zoals we in Tiel zeggen: Helemaal af.

Reacties